Drukwerk en werkdruk

In mijn eerste jaren als zelfstandig ondernemer liet ik het drukwerk dat ik had ontworpen nog altijd eerst bij me thuis bezorgen, maar op een gegeven moment durfde ik het aan om het rechtstreeks bij de klant te laten afleveren. Heel af en toe doe ik een steekproef en dan wordt er hier een pallet afgeleverd en die bezorg ik dan even zelf bij de klant.

Laatst had ik een partij drukwerk waar nogal het één en ander aan schortte. Ten eerste was het veel te laat geleverd, ten tweede ontbrak de helft en ten derde leek het alsof de snijder een borrel op had gehad. De magazines waren te kort en scheef afgesneden en het is dan ook niet zo vreemd dat ik dus, in overleg met mijn klant, een klacht bij de drukker heb neergelegd. Ik kon op hun website een reclamatie indienen en kreeg na een paar dagen een excuus via de mail over de te late levering. Ik had om financiële compensatie gevraagd, maar daar zou ik nog over teruggebeld worden. De drukker vroeg of ik 50 bewijsexemplaren wou opsturen, zodat ze konden beoordelen of het drukwerk ook echt scheef was gesneden.

Ik stuurde een pakket van 50 magazines (bijna 8 kilo) richting het zuiden van ons land, maar had na twee weken nog niks gehoord. Ik besloot ze maar eens op te bellen, maar ik kreeg niemand te pakken. Sprak de voicemail in met het verzoek of ze me wilden terugbellen over mijn klacht. Een dag later had ik een mailtje dat mijn reclamatie was afgewezen. Ze hadden geen bewijsexemplaren ontvangen, dus konden ze het niet in behandeling nemen. Ik had een bonnetje gekregen van het postagentschap met een zogenaamde ‘track-and-trace’, zodat ik via de website kon volgen of het pakket was afgeleverd of niet. Je raadt het al: keurig een dag na versturen afgeleverd.

Ik heb mijn klant al laten weten niet meer met deze drukkerij in zee te willen gaan. Het is jarenlang goed gegaan, prima drukwerk voor een lage prijs, maar voor deze miskleun lijken ze geen verantwoording te nemen.

Ik ben waarschijnlijk nog wel een tijdje bezig om mijn claim voor elkaar te krijgen. Eigenlijk is het zonde van de tijd, maar het gaat om het principe. Uiteindelijk hadden ze het drukwerk gewoon niet zo moeten afleveren.

Da’s geen excuus

Op een vrije middag zat ik een krantje te lezen in de bibliotheek. Er zat nog een andere man tegenover me in een tijdschrift te bladeren en er waren een paar klanten tussen de boeken aan het snuffelen. Een vredig tafereeltje, totdat er een stel bijna-pubers de trap op rende en elkaar achterna ging zitten. Ze renden tussen de stellingen en tafels door en ik voelde de vloer bewegen. Een dame van de bieb zei tegen de jongens: “Kunnen jullie het even wat rustiger aan doen?”. Ze bleef niet staan om te controleren of ze er ook daadwerkelijk mee ophielden, maar ze draaide zich na haar vraag gelijk weer om. Ze verstond waarschijnlijk niet wat één van de jochies zei: “Ja, maar ik heb ADHD!”. Alsof hij verwachtte dat dit reden genoeg was voor verzachtende omstandigheden: “Oh, ren in dat geval maar door en breek de boel maar lekker af.”

Ik ben een kalm persoon en heb een hekel aan gezeur. Maar ik kreeg na een paar minuten kabaal zin om er wat van te zeggen. Die gedachte verdween gauw weer, want als je tegenwoordig als buitenstaander een kind een verbaal pak slaag geeft, dan ben je aan de beurt en heb je een kwaaie vader of moeder voor de deur staan. Want hun bloedje heeft ADHD en daar moet je niet te licht over denken.

Gelukkig gingen ze op een gegeven moment weer weg en was de rust wedergekeerd. Ik was vroeger als kind ook druk, maar tegenwoordig wordt er dan gelijk een stempel op gedrukt.

Buitenkraan, plant en klompen

De vorst vraagt om speciale maatregelen. Zoals het afsluiten van de buitenkraan. Dat was me in voorgaande jaren prima gelukt, maar waarom nu dan niet? Het binnenkraantje was naar mijn idee dicht, maar toch bleef het water stromen. Na een voetbad in de berging en vele verspilde liters gemeentepils kwam ik erachter dat de kraan nog een stuk dichter gedraaid kon worden. Met een baco (nee, geen bacardi-cola).

De plant die in onze berging overwintert komt uit Madagaskar. Daar kennen ze geen winters zoals de onze, dus om bevriezing te voorkomen hebben we hem maar binnen gezet. Ik vind het een erg bijzondere plant en hoop dat ie op deze manier de winter overleeft.

Klompen schiet ik altijd aan als ik even naar buiten loop. Om groente- of fruitafval weg te gooien of in de tuin te rommelen. Als kind vond ik het altijd fijn als ik het geluid hoorde van mijn opa’s klompen. Het hoort ook een beetje bij het platteland. De kerels die samen met opa een moestuintje hadden liepen, pruimtabak kauwend en spuwend, ook altijd op klompen. Stukje jeugdsentiment, maar ook erg handig om te hebben.

Scheuveln



De liefhebbers kunnen zich weer uitleven op de schaatsbaan, die op het Museumplein is geïnstalleerd. Update 8 februari: Vandalen hebben het ijs vernield en de baan wordt weer afgebroken voordat iemand er op heeft kunnen schaatsen. 🙁

Ik ben, vanwege zwakke enkels, niet zo’n schaatser. De laatste keer stond ik op ijshockeyschaatsen in Kardinge (Groningen). Na een hoop valpartijen kreeg ik eindelijk de slag te pakken, maar toen was het alweer tijd om naar huis te gaan.

Toen ik een jaar of zeven was ging ik wel eens met een buurmeisje naar de ijsbaan. Die was zo’n 800 meter van ons huis vandaan en daar konden we dus lopend heen. Op een dag was het ijs van mindere kwaliteit en we werden op voorhand gewaarschuwd voor een aantal grote wakken. Omdat ik mezelf al schaatsend niet goed onder controle had, was het dus niet zo vreemd dat ik niet goed bijstuurde en recht in een wak reed. Een paar mannen zagen mij opeens in het water vallen en schoten te hulp. Ze konden me er gelukkig uit trekken. Wel moest ik in mijn natte kleren naar huis lopen. Dan is 800 meter best ver. Mijn moeder zei: “Wat heb jij nou weer gedaan?”

Noord

Tijdens de eerste vakantie zonder mijn ouders stelde ik mezelf voor aan de mensen die naast ons appartement zaten. Ik zei dat ik uit ‘Groningen’ kwam. De man begon te proesten van het lachen en keek me aan alsof ik een geintje maakte. ‘Zo, zo, uit Groningen.’ Het gesprek was daarna snel ten einde. Ik ging naar binnen en vroeg me af wat ik verkeerd had gezegd. Toen drong het tot me door: op een eerdere vakantie riep iemand me na toen ik tegen mijn vader zei dat het “viefendatteg groaden!” was. Dat was blijkbaar zo amusant dat het me de rest van de vakantie achterna werd geroepen.

Nou ben ik niet zo snel van mijn stuk gebracht als iemand me beledigt of op wat voor manier dan ook uit de tent probeert te lokken. Maar er zijn legio Groningers die zich gediscrimineerd voelen als ze door iemand uit (bijvoorbeeld) de Randstad als een soort van inboorlingen van Nederland worden beschouwd. Volgens sommigen houdt alles boven Zwolle op. Daniël Lohues schreef eens in een column dat hij een stel uit ‘het westen’ hoorde zeggen dat ze het belangrijk vinden om een achtergebleven gebied als Drenthe een financiële impuls te geven door ons vakantiegeld er uit te geven.” Econome Heleen Mees stelde al eens voor dat wij Noorderlingen beter konden emigreren naar de grote steden in het westen, dan hadden we ook geen last van de aardbevingen. Jort Kelder zei laatst bij Jinek dat ‘niemand vrijwillig in Oost-Groningen gaat wonen’.

Er zijn zelfs mensen die ons Noorderlingen maar een bekrompen volkje vinden terwijl ze Amsterdam nog nooit uit zijn geweest.

Laat ze maar praten, denk ik vaak. Maar heel af en toe begint het mij ook te irriteren. Harde grappen maken over de problematiek die is ontstaan door de gasboringen zijn wat mij betreft ongewenst. Zeker omdat heel Nederland profiteert van het gas dat hier wordt gewonnen. Heel veel mensen zitten met de gebakken peren en zien de scheuren in hun huis met iedere nieuwe aardbeving groter worden. Hopelijk is een beetje respect niet teveel gevraagd; de Amsterdammer Theodor Holman heeft de Groningers in elk geval met deze column een steuntje in de rug gegeven. Dank u.

1 2 3 17