Smart of dumb?

Laatst sprak ik iemand die nog niet in het bezit was van een smartphone. Hij zag het nut er niet van in en zweerde bij zijn dumbphone. Nou is het ook absoluut waar dat je meestal niets mist als je het nooit hebt gehad. Om die reden heeft het ook jaren geduurd voordat ik zelf een iPhone kocht. Maar ook de hoge aanschafprijs van 400 euro zorgde ervoor dat ik er eerst een paar nachtjes over ging slapen in plaats van mij ‘s ochtends vroeg tussen de hongerige wolven voor de Apple Store te begeven. De wetenschap dat een smartphone meer een zakcomputer is dan een telefoon trok me uiteindelijk over de streep, want het leek me handig om voor kleine handelingen niet steeds de iMac op te hoeven starten.

Voor de jeugd is het inmiddels zo vanzelfsprekend om een smartphone op zak te hebben dat ze waarschijnlijk liever hun broertje of zusje zouden willen inruilen dan hun favoriete apparaatje. Ik zag laatst een pubermeisje onhandig haar fiets parkeren terwijl ze haar phone in haar hand had en moest denken aan mijn opa, die altijd een brandende sigaret bij zich had terwijl hij aan het klussen was. Handig is het niet en op mij komt het even verslavend over als roken, maar goed.

IMG_1346Dat niet alleen een groot deel van de jeugd verslaafd is aan hun smartphone, bleek zaterdag uit een artikel van een dagbladjournalist. Hij had zijn mobiele gebruik gemeten met behulp van een app en kwam tot de conclusie dat hij wel twee uur per dag besteedde aan het checken van zijn statussen op Feestboek en Twieter. Al zijn dagelijkse handelingen onderbrak hij door gelijk te reageren op de meldingen van zijn telefoon. Zijn vrienden en vriendin kregen het gevoel dat ze er niet meer toe deden en nu wil hij zijn verslaving onder handen nemen.

Opvallend vond ik dat er in zijn artikel stond dat mensen als Steve Jobs hun kinderen weghielden van mobiele apparaten. Stel je voor dat ze eraan verslaafd zouden raken…

Ik vind zowel mijn iPhone als iPad erg handig, maar gebruik ze met mate. Af en toe zet ik alles uit en dat vind ik heerlijk. Sommige mensen kunnen zichzelf niet bedwingen en gaan over tot hardere maatregelen: ze heffen hun Feestboek account op en kopen weer een dumbphone. Binnenkort verschijnt de nieuwe versie van een oude klassieker, de Nokia 3310. Misschien dat een categorie mensen de telefoon aanschaffen en de smartphone weg doen. En dan is het cirkeltje weer rond.

Volgens mij is de kunst vooral om de baas te blijven over je smartphone in plaats van andersom. Niet teveel apps gebruiken die meldingen geven (en stiekem in de bestanden op je telefoon kunnen loeren) en af en toe gewoon uitzetten. Dan is het stil. Net als vroeger.

Podium

Dankzij Social Media hebben veel mensen tegenwoordig een podium. Deze wordt niet alleen gebruikt om gebeurtenissen met anderen te delen, maar ook om meningen en gedachtes te ventileren. Laatst verwonderde een Facebook vriend van mij zich erover dat sommige mensen over ‘teveel vrije tijd’ zouden beschikken, omdat ze allerlei dwingende zaken delen waar zij niet op zat te wachten. Ik denk dan bij mezelf, scroll snel door als je iets ziet wat je niet bevalt. Maar iedereen vindt natuurlijk zijn eigen berichten het belangrijkst, terwijl niemand eigenlijk kan bepalen wat de moeite van het delen waard is. Dat is nou eenmaal persoonlijk en het recht van een ieder die zich op Social Media begeeft.

Maar goed, ik snap wel wat ze bedoelt. Ik betrap me er ook wel eens op dat ik de tijd zit te doden als ik status-updates lees als ‘Vanavond ga ik lekker met mijn mannetje op de bank TV kijken’. Voor de persoon die zoiets op internet zet is het leuk dat het kan, maar het is maar de vraag of er iemand is die zoiets wil lezen.

Het is ook een stukje psychologie. We zijn allemaal nieuwsgierige wezens en als het gedrukt (of op internet) staat, lijkt het een beetje alsof het belangrijk is. Zo kun je na een half uurtje Social Media het gevoel hebben dat je weer helemaal op de hoogte bent, maar weet je tegelijkertijd eigenlijk niet wat je met al die informatie moet. En of de doelbewuste informatie ook klopt.

Er zijn veel eet-goeroes die ons willen overhalen om op hun manier te eten, maar is dat niet vooral omdat ze bevestiging zoeken? Soms ontstaan er allerlei discussies, zoals of het eten van broccoli nu wel of niet kanker kan voorkomen. Zo is het moeilijk om feiten van fabels te onderscheiden, omdat het allemaal ergens wordt vermeld en wanen mensen zich deskundig omdat ze iets op Facebook hebben gelezen. Mensen gaan de discussie aan met iemand die gestudeerd heeft over iets wat voor hen heel aannemelijk klinkt maar wat totaal ongefundeerd op het wereld wijde web is gezet.

We zijn als mensen afhankelijk van anderen om ons beeld te kunnen vormen. Maar wat gebeurt er als je met zoveel informatie wordt bestookt dat dat steeds onduidelijker wordt? Heel veel dingen in het leven zijn niet zwart/wit en veelal relatief. Desondanks ga je door Social Media toch nadenken over zaken waar je je normaliter verre van zou houden. Het idee ontstaat dat je eigenlijk over van alles een mening zou moeten hebben. Iemand die meldt dat hij tegen een bepaald wetsvoorstel is, wil eigenlijk vooral bijval van zijn trouwe volgers. Zo kom je uit op het doel van het hebben van een podium: het verlangen naar applaus.

Nepberichten

Sommige mensen vertrouwen blindelings op alles wat er door de media verkondigd wordt. De ene na de andere onzinnige kreet wordt ongefundeerd de wereld in gegooid. Zo schijnen de huidige generatie twintigers allemaal minstens honderd jaar oud te worden en leven mensen met een groot Facebook netwerk langer. Waar deze stellingen op gebaseerd zijn blijft onduidelijk.

Het is natuurlijk ook gemakkelijk om tegenwoordig iets de wereld in te slingeren. Zet een verzonnen stelling op Twitter en in no-time is het gedeeld door honderden mensen. Maar dat ook websites als nu.nl zich hiermee bezighouden vind ik buitengewoon teleurstellend.

Je zou kunnen denken dat dit geen kwaad kan en dat de meesten wel doorhebben dat het om een echt of verzonnen bericht gaat. Maar reken er maar op dat veel populistische slogans klakkeloos geloofd worden, ook al klopt er geen hout van. Berichten dat ‘die buitenlanders’ bergen geld krijgen als ze in Nederland aankloppen zijn wel erg geromantiseerd, maar toch zie ik ze regelmatig op mijn tijdlijn voorbij komen en gedeeld worden door duizenden mensen. De kritiek is dan niet van de lucht. Kritiek op iets wat verzonnen is. Iets wat mensen opfokt. Iets dat er voor zorgt dat andere mensen met de nek aangekeken worden. ‘Ik heb het gelezen op internet dus het zal wel waar zijn.’ 
Websites als Nieuwspaal en De Speld schudden de boel op. Ze schrijven nepberichten om mensen aan het lachen te krijgen. Toch trapt menigeen erin. Zo gebeurt het regelmatig dat hun grappig bedoelde artikelen massaal worden gedeeld en talloze emotionele reacties opleveren. Niet iedereen heeft hetzelfde gevoel voor humor. Niet iedereen heeft het inzicht om in te zien wat echt is en wat niet. Vroeger las je hooguit 1 keer per jaar een satirisch artikel in de krant. Dan wist je gelijk wat voor dag het was: 1 april.

IJdeltuiten

Ik zit iets langer dan een half jaar op Instagram. Best leuk om je foto’s te delen en voor jezelf is je profieloverzicht ook een mooi overzicht van wat je de afgelopen tijd hebt gefotografeerd. Uiteraard kun je ook andere mensen volgen op Instagram. Als ik zie wat voor ijdeltuiterij er af en toe voorbij komt dan moet ik een beetje giechelen. Baardmannen die elkaar bewonderen, fitnessmeiden die hun spierballen laten zien, rondborstige en vet opgemaakte troela’s.

Als je deze mensen in het echt ontmoet, zien ze er zelden zo ‘goed’ uit als op hun profielfoto’s op Facebook en Instagram. Vampen blijken er uit te zien als het ideale buurmeisje en die stoere vent in zijn houthakkershirt loopt er doordeweeks als een slons bij. Toch laten mensen zich erdoor beïnvloeden.

In mijn schooltijd werden mensen geïmponeerd door foto’s in tijdschriften, tegenwoordig heeft internet die rol (deels) overgenomen. Dankzij beeldmanipulatie kan iedereen er uitzien als een fotomodel. Met de werkelijkheid heeft het weinig te maken. De ‘air’ die sommigen over zich hebben is dan ook lachwekkend te noemen.