Musiceren

Tijdens één van de laatste repetities die ik had met de band leende ik voor één nummer de microfoon van onze bandleider en vroeg met een knipoog of hij corona had. Op dat moment maakten we ons nog niet echt druk om dat virus, maar dat duurde niet lang meer. De bandrepetities werden stopgezet en nu is het alweer negen maanden geleden dat we samen hebben gespeeld. Zeven mensen in een relatief kleine oefenruimte is in deze tijd niet te doen. Ik hoef je niet te vertellen dat het bij iedereen enorm kriebelt om weer samen te gaan spelen. Vooral omdat we net lekker op gang waren met een nieuwe bassist. Ik hoop echt dat we het samen musiceren volgend jaar weer kunnen oppakken.

Ik heb tijdens de zomer thuis nog redelijk wat gespeeld. Maar je mist toch de interactie met de andere muzikanten en dan stimuleert het niet zo. Toch heb ik de gitaar vanmiddag even opgepakt om weer te voelen hoe dat is en ik moet zeggen, het voelde goed. Het was net alsof mijn vingers in hun element kwamen, ook al ben ik eigenlijk een beperkte gitarist. In de band speel ik toetsen trouwens. Maar een gitaar is een stuk handzamer. Ik heb hem van zolder gehaald en op mijn kantoor gezet en hoop dat ik er de komende tijd weer wat vaker op zal pingelen.

Ik kocht mijn Ibanez gitaar in 2002. Mijn kameraad had een jaar eerder al eentje gekocht en toen kreeg ik de smaak ook te pakken. Ik speelde al piano sinds mijn negende en dus is het extra spannend om op je 27e nog een nieuw instrument aan te schaffen. Ik wilde graag een elektrische gitaar die je ook (enigszins) akoestisch kunt bespelen. De jongen die me in de winkel hielp kon alleen het intro van ‘Nothing else matters’ spelen dus ik kreeg niet echt een imponerende demonstratie.

Ik kende al een paar akkoorden doordat ik tien jaar eerder een tijdje een Spaanse gitaar had. Die had ik weer verkocht want ik kon toen niet echt de discipline opbrengen om te oefenen. Gitaar spelen is heel anders dan toetsen. Voor mij begon de ontdekkingsreis op dat instrument door wat akkoorden en riffjes te leren en uiteindelijk wat nummers te schrijven. En zo ben je opeens 18 jaar verder…

Livestream concert

Gisteravond zagen we een livestream concert van Frank Boeijen. Het idee dat je op je eigen bank naar een concert kunt kijken vind ik een uitkomst. Wat mij betreft één van de mooie voorbeelden dat er door de coronapandemie ook allerlei andere mogelijkheden zijn bijgekomen. Want als we het hele coronagedoe achter ons hebben liggen, durf ik te wedden dat het volgen van livestreams gemeengoed gaat worden. De artiesten kunnen op die manier meer mensen bereiken en dus meer verdienen doordat de grootte van het publiek niet meer beperkt wordt door de inhoud van een concertzaal. Meer kijkers is meer vreugde in dat geval.

Vijf jaar geleden zagen we Frank Boeijen in het echt, in het oude Luxor theater in Rotterdam. Ik heb hieronder een filmpje geplaatst. Ik moest opeens denken aan een uitspraak van mijn opa. Hij zag alles van de sombere kant en volgens mij had hij daar ook wel schik in. Hij zei op een dag: “Die Frank Boeijen hè. Die is toch nooit echt doorgebroken.” Ik sprong nog net niet op uit mijn stoel.

 

Brood en tulpen

Veel mensen hebben de afgelopen tijd de film Contagion gezien, wat over een zeer dodelijk virus gaat. Maar ik heb eigenlijk helemaal niet zo’n zin om in deze coronatijd naar zoiets naars te kijken. Liever pak ik er een feelgoodmovie bij. Ik had nog een DVD-box in de kast liggen die ik vorig jaar voor een grijpstuiver heb gekocht bij de kringloopwinkel. Met vijf Europese films. Ik wist dat ‘Pane e tulipani’ een vrolijke film is en die hebben we gisteravond opgezet. Een vrouw wordt tijdens een tussenstop op een vakantie vergeten en besluit naar Venetië te liften. Daar bouwt ze een geheel nieuw leven op.

Ik bezocht Venetië in 2003 en wat ik me er vooral nog van kan herinneren waren de vele toeristen. Op sommige plekken kon je over de koppen lopen. Dat gaat voor mijn gevoel ten koste van de authenticiteit. In de film waren de straatjes en bruggen stukken leger en dan komt zo’n plaats toch beter tot zijn recht.

Waterpret

De mussen in onze tuin hebben altijd haast. Ze gaan met zijn allen eten, vergaderen, badderen (zie boven) en dat komt natuurlijk omdat het gevaar altijd op de loer ligt. Samen is veiliger dan alleen. De buren waren vanmorgen bezig met een houten overkapping en bij ieder geluidje of kuchje ontstond er lichte paniek. Meestal is onze vuurdoorn het eerste toevluchtsoord en als het helemaal te gortig wordt dan gaan ze op zoek naar een andere plek.

Wij hebben dankzij onze tuindeuren zicht op het mussen-spektakel dat zich elke dag weer afspeelt. Wanneer wij eens verzuimd hebben om voer te strooien dan wordt ons dat niet in dank afgenomen. Het is al enkele keren voorgekomen dat een mus in het geval van schaarste richting de tuindeuren hupt en (boos?) naar binnen kijkt om ons te waarschuwen. Beschaamd weten we wat ons te doen staat. Ze krijgen het iedere keer weer voor elkaar.

Herfstbladeren

Terwijl ik door een deken van herfstbladeren loop moet ik opeens weer aan oma denken. De bladeren die nog aan de boom hangen krijgen een gouden gloed door de lage herfstzon. De rest ligt bezaaid over straat, berm en tuin. Oma zou dit geen schilderachtig beeld hebben gevonden.

Ik hoor het haar nog zeggen: “Wat een troep! Is er nou werkelijk niemand die dit even kan opruimen?” Zij hield er niet van als de natuur zijn onstuimigheid liet zien. Ieder blaadje dat in haar territorium kwam werd door haar weggeveegd, opgepakt en vakkundig verwijderd. Ze beschuldigde haar schoonzus, die iets verderop woonde, er zelfs van dat zij de bladeren haar kant uit veegde. Dat leek mij sterk, want oma woonde op de hoek en daar waaide sowieso altijd alles heen.

Ik moet er nu om gniffelen, maar tegelijkertijd verbaast het me nog steeds dat ze van zo weinig dingen kon genieten. Maar goed, ieder mens is verschillend natuurlijk.

(foto’s gemaakt in Ommelanderwijk)

Een beetje regen

Wij zijn niet vies van een beetje regen. Als we zin hebben om te wandelen en het is een beetje nattig dan nemen we gewoon een paraplu mee. Bij een enorme stortregenbui blijven we natuurlijk thuis, want helemaal kletsnat worden is ook geen fijn gevoel. Maar bij een beetje motregen is het helemaal niet zo slecht om even door te pakken. Het is nog goed voor de weerstand ook.

Hoe erg is het überhaupt om nat te worden? Het is al wel eens voorgekomen dat we compleet zijn overvallen door een bui en dat onze kleding drijfnat was. Even afdrogen, schone kleding aan of desnoods een pyjama en een kleedje over. Het herfstgevoel zeg maar, best knus.

Maar er zijn grenzen. Toen we laatst bij de notenboer stonden te wachten sloten we aan bij de rij mensen die zich vanwege de regen onder de luifels van het winkelcentrum bevond. Keurig op 1,5 meter afstand. Als er een klant klaar was liep de eerstvolgende in de rij naar de kraam. Er kwam een vrouw aan die achteraan sloot. Ze bleef in de regen staan. Mijn vrouw zei dat ze gerust mocht aanschuiven, er was immers nog ruimte genoeg om te schuilen. Maar ze zei dat ze het eigenlijk helemaal niet zo erg vond, die regen. Toen het nog harder ging regenen bleef ze nog steeds gewoon staan. Waarschijnlijk was ze zich al aan het verheugen op het verhaal dat ze thuis kon vertellen. “Ik was bij de notenkraam de enige die in de regen stond. De rest stond te schuilen, stelletje mietjes!”

Paddestoelen


Je komt ze overal tegen: paddestoelen. Tot een paar jaar geleden dacht ik nog dat een ‘paddo’ zo groot was als het zichtbare deel wat boven de grond uitsteekt, totdat iemand me vertelde dat je feitelijk alleen de vrucht ziet. De rest van de zwam zit onder de grond en bestaat uit verschillende schimmeldraden die een zwamvlok worden genoemd.

Ik volg iemand op Twitter die ze zelf plukt en ze in gerechten verwerkt. Het ziet er heerlijk uit, al moet je wel weten wat je doet. Net zoals met planten kun je vaak moeilijk zien welke eetbaar en welke giftig zijn. Ik blijf er voorlopig gewoon naar kijken en dan geniet ik ook.

Draadloos

Het leek ons vorig jaar handig om een draadloze deurbel te nemen. Want dan kun je de ontvanger achter het huis zetten en dan hoor je buiten dus ook als er iemand aanbelt. Niet dat hier zoveel aangebeld wordt, maar goed. Een jaar lang geen problemen gehad, tot ongeveer een maand geleden. De deurbel ging zomaar terwijl er niemand voor de deur stond. Eerst denk je nog ‘dat kan gebeuren’ maar toen het elke dag voorkwam zijn we toch even gaan Googelen wat de oorzaak zou kunnen zijn. Blijkbaar reageert de deurbel op een ander signaal in dezelfde frequentie. Bij wijze van spreken kan het komen doordat iemand de afstandbediening van zijn auto indrukt. Daarom maar weer een ouderwetse beldrukker gekocht en het draadloze setje weggegooid. Scheelt ook weer een hoop batterijen!

Steeds meer dingen zijn draadloos en moeten worden opgeladen. Bovenstaand verhaal bewijst dus dat ze ontregeld kunnen worden, zelfs als er geen sprake is van een hacker. Dat belooft nog wat als we straks leven in een wereld van 5G en ‘The internet of things’.

Ik had natuurlijk ook gewoon een deurklopper kunnen kopen… Da’s wel lachen.