De goeden en de slechten

De hoogbejaarde vrouw keek me met een bijzonder starre blik aan terwijl ik de witlof in mijn netje deed. We stonden buiten bij de groentebakken van de toko en zij had zelf een plastic zakje met groente in haar hand. Ik probeer juist te minderen met al dat plastic en ik had het idee dat ze een soort van interesse leek te hebben in mijn groente-netje. Tegelijkertijd vroeg ik me af waarom ze me zo strak en zo bozig aankeek. Toen ik het zakje in mijn winkelwagentje deed zei ze met een emotieloze stem: “Zo kan het dus ook.” Ja, inderdaad. In plaats van plastic kun je ook een netje gebruiken. Beter voor het milieu.
Dat het haar daar helemaal niet om te doen was, bleek toen ik eenmaal in de winkel was. Ze kwam naast me staan en zei dat ze dacht dat ik aan het stelen was. Tja. Hoe ze daar bij kwam. Blijkbaar was ze te snel met haar oordeel.

Ik had het ‘s ochtends zelf ook toen mijn vrouw een dubieus telefoontje leek te hebben. We worden vaker gebeld door een onbekend nummer en nemen dan niet op. Dit keer deden we dat dus wel. De dame aan de andere kant van de lijn kwam nogal dwingend over en het duurde niet lang voordat we de spreekwoordelijke hoorn erop gooiden. Toen mijn vrouw naar het officiële nummer belde van de instantie bleek het wel te kloppen. Toch vervelend dat de goeden onder de slechten moeten lijden.

Wat een jaar…

Terwijl ik in januari de bovenstaande foto maakte vanaf het dak van Forum Groningen waren ze in China druk bezig met het bouwen van een noodhospitaal. Ik had er iets over in de krant gelezen maar dacht er voor de rest niet echt over na. Dat virus was hún probleem. Zij hadden het veroorzaakt en laten ze daarom ook maar de gevolgen ervan ervaren. Dat we in Nederland binnen twee maand in een lockdown zouden zitten vanwege datzelfde coronavirus konden we toen echt niet bevatten. Dat zelfs het RIVM deze rampspoed niet zag aankomen spreekt boekdelen.

Ondertussen ontregelt het virus ons leven al zo lang dat het waarschijnlijk vreemd zal voelen als we weer wat meer bewegingsvrijheid krijgen. Wellicht duurt het een tijdje voordat we ons weer veilig kunnnen voelen.

Ik maakte me tijdens de eerste lockdown vooral zorgen om mijn werk. Als ZZP-er ben je vanwege het ontbreken van een vangnet extra kwetsbaar voor welke crisis dan ook, maar gelukkig liep het werk wel door. Er is na 2,5 jaar wel een einde gekomen aan mijn bijbaan op de woensdag. Mijn contract werd niet verlengd en dat heeft hoogstwaarschijnlijk ook te maken met de onzekerheid van deze tijd.

Tijdens lockdown periodes heb je in zekere zin een streepje voor als je je, zoals ik, prima kunt vermaken met weinig middelen en weinig mensen om je heen. Het is jammer van de gemiste bezoekjes aan musea, leuke stadjes en het feit dat alle muziekactiviteiten in Veendam werden afgezegd, maar goed. Gelukkig hebben we ons dit jaar toch goed weten te vermaken door er vooral in de zomer veel op uit te trekken met de fiets. En hebben we niet, zoals veel mensen, iemand verloren aan dat rotvirus. Voor hen zal dit jaar altijd een bittere nasmaak houden.

Musiceren

Tijdens één van de laatste repetities die ik had met de band leende ik voor één nummer de microfoon van onze bandleider en vroeg met een knipoog of hij corona had. Op dat moment maakten we ons nog niet echt druk om dat virus, maar dat duurde niet lang meer. De bandrepetities werden stopgezet en nu is het alweer negen maanden geleden dat we samen hebben gespeeld. Zeven mensen in een relatief kleine oefenruimte is in deze tijd niet te doen. Ik hoef je niet te vertellen dat het bij iedereen enorm kriebelt om weer samen te gaan spelen. Vooral omdat we net lekker op gang waren met een nieuwe bassist. Ik hoop echt dat we het samen musiceren volgend jaar weer kunnen oppakken.

Ik heb tijdens de zomer thuis nog redelijk wat gespeeld. Maar je mist toch de interactie met de andere muzikanten en dan stimuleert het niet zo. Toch heb ik de gitaar vanmiddag even opgepakt om weer te voelen hoe dat is en ik moet zeggen, het voelde goed. Het was net alsof mijn vingers in hun element kwamen, ook al ben ik eigenlijk een beperkte gitarist. In de band speel ik toetsen trouwens. Maar een gitaar is een stuk handzamer. Ik heb hem van zolder gehaald en op mijn kantoor gezet en hoop dat ik er de komende tijd weer wat vaker op zal pingelen.

Ik kocht mijn Ibanez gitaar in 2002. Mijn kameraad had een jaar eerder al eentje gekocht en toen kreeg ik de smaak ook te pakken. Ik speelde al piano sinds mijn negende en dus is het extra spannend om op je 27e nog een nieuw instrument aan te schaffen. Ik wilde graag een elektrische gitaar die je ook (enigszins) akoestisch kunt bespelen. De jongen die me in de winkel hielp kon alleen het intro van ‘Nothing else matters’ spelen dus ik kreeg niet echt een imponerende demonstratie.

Ik kende al een paar akkoorden doordat ik tien jaar eerder een tijdje een Spaanse gitaar had. Die had ik weer verkocht want ik kon toen niet echt de discipline opbrengen om te oefenen. Gitaar spelen is heel anders dan toetsen. Voor mij begon de ontdekkingsreis op dat instrument door wat akkoorden en riffjes te leren en uiteindelijk wat nummers te schrijven. En zo ben je opeens 18 jaar verder…

Livestream concert

Gisteravond zagen we een livestream concert van Frank Boeijen. Het idee dat je op je eigen bank naar een concert kunt kijken vind ik een uitkomst. Wat mij betreft één van de mooie voorbeelden dat er door de coronapandemie ook allerlei andere mogelijkheden zijn bijgekomen. Want als we het hele coronagedoe achter ons hebben liggen, durf ik te wedden dat het volgen van livestreams gemeengoed gaat worden. De artiesten kunnen op die manier meer mensen bereiken en dus meer verdienen doordat de grootte van het publiek niet meer beperkt wordt door de inhoud van een concertzaal. Meer kijkers is meer vreugde in dat geval.

Vijf jaar geleden zagen we Frank Boeijen in het echt, in het oude Luxor theater in Rotterdam. Ik heb hieronder een filmpje geplaatst. Ik moest opeens denken aan een uitspraak van mijn opa. Hij zag alles van de sombere kant en volgens mij had hij daar ook wel schik in. Hij zei op een dag: “Die Frank Boeijen hè. Die is toch nooit echt doorgebroken.” Ik sprong nog net niet op uit mijn stoel.

 

Brood en tulpen

Veel mensen hebben de afgelopen tijd de film Contagion gezien, wat over een zeer dodelijk virus gaat. Maar ik heb eigenlijk helemaal niet zo’n zin om in deze coronatijd naar zoiets naars te kijken. Liever pak ik er een feelgoodmovie bij. Ik had nog een DVD-box in de kast liggen die ik vorig jaar voor een grijpstuiver heb gekocht bij de kringloopwinkel. Met vijf Europese films. Ik wist dat ‘Pane e tulipani’ een vrolijke film is en die hebben we gisteravond opgezet. Een vrouw wordt tijdens een tussenstop op een vakantie vergeten en besluit naar Venetië te liften. Daar bouwt ze een geheel nieuw leven op.

Ik bezocht Venetië in 2003 en wat ik me er vooral nog van kan herinneren waren de vele toeristen. Op sommige plekken kon je over de koppen lopen. Dat gaat voor mijn gevoel ten koste van de authenticiteit. In de film waren de straatjes en bruggen stukken leger en dan komt zo’n plaats toch beter tot zijn recht.

Waterpret

De mussen in onze tuin hebben altijd haast. Ze gaan met zijn allen eten, vergaderen, badderen (zie boven) en dat komt natuurlijk omdat het gevaar altijd op de loer ligt. Samen is veiliger dan alleen. De buren waren vanmorgen bezig met een houten overkapping en bij ieder geluidje of kuchje ontstond er lichte paniek. Meestal is onze vuurdoorn het eerste toevluchtsoord en als het helemaal te gortig wordt dan gaan ze op zoek naar een andere plek.

Wij hebben dankzij onze tuindeuren zicht op het mussen-spektakel dat zich elke dag weer afspeelt. Wanneer wij eens verzuimd hebben om voer te strooien dan wordt ons dat niet in dank afgenomen. Het is al enkele keren voorgekomen dat een mus in het geval van schaarste richting de tuindeuren hupt en (boos?) naar binnen kijkt om ons te waarschuwen. Beschaamd weten we wat ons te doen staat. Ze krijgen het iedere keer weer voor elkaar.

Herfstbladeren

Terwijl ik door een deken van herfstbladeren loop moet ik opeens weer aan oma denken. De bladeren die nog aan de boom hangen krijgen een gouden gloed door de lage herfstzon. De rest ligt bezaaid over straat, berm en tuin. Oma zou dit geen schilderachtig beeld hebben gevonden.

Ik hoor het haar nog zeggen: “Wat een troep! Is er nou werkelijk niemand die dit even kan opruimen?” Zij hield er niet van als de natuur zijn onstuimigheid liet zien. Ieder blaadje dat in haar territorium kwam werd door haar weggeveegd, opgepakt en vakkundig verwijderd. Ze beschuldigde haar schoonzus, die iets verderop woonde, er zelfs van dat zij de bladeren haar kant uit veegde. Dat leek mij sterk, want oma woonde op de hoek en daar waaide sowieso altijd alles heen.

Ik moet er nu om gniffelen, maar tegelijkertijd verbaast het me nog steeds dat ze van zo weinig dingen kon genieten. Maar goed, ieder mens is verschillend natuurlijk.

(foto’s gemaakt in Ommelanderwijk)