Veertien jaar later

Gisteren liepen we over het Balloërveld en opeens realiseerde ik me dat ik daar precies veertien jaar eerder ook liep. Toen nog met mijn ouders. Ik herinner me dat we op Tweede Kerstdag geen afspraken hadden en we daarom besloten om voor het eerst een bezoekje te brengen aan dat grote heidegebied niet ver van Assen. Het was stukken mistiger dan gisteren en we konden eigenlijk maar weinig zien van de prachtige natuur die ons omringde. Toch was het een gezellige en sfeervolle wandeling die eindigde in een schuur in het nabijgelegen dorpje Balloo, waar we tussen de balen hooi genoten van een warme kop chocolademelk.

Ik had toen een digitale camera die qua uiterlijk meer van een USB-stick weg had dan van een echt fototoestel. De kwaliteit van de foto’s was niet geweldig, maar toch ben ik blij dat ik ze al die jaren op mijn harde schijf heb bewaard. Want niet alleen geven ze de sfeer van die dag goed weer, ze zijn in zekere zin ook genomen in een tijd ‘toen er nog niks ergs was gebeurd.’ Op dat moment wist ik natuurlijk niet dat het gelijk de eerste als ook de laatste keer zou zijn dat ik met mijn ouders op het veld zou komen. En we waren natuurlijk nog onbekend met het vreselijke lot wat hen stond te wachten.

Zes jaar later liep ik in mijn eentje op het Balloërveld en waren mijn pa en ma allebei al overleden. Zo zie je maar dat de mensen om je heen en waar je van houdt zomaar om wat voor reden dan ook uit beeld kunnen verdwijnen. Het is dus best denkbaar dat ik (of iemand anders uit ons gezelschap) met hetzelfde weemoedige gevoel aan de dag van gisteren zou kunnen denken omdat iemand er niet meer is. Daar moet je niet teveel aan denken of van wakker liggen, maar het helpt misschien wel om je geliefden wat meer te waarderen zolang ze er nog zijn.

2004

Tijd of prioriteit

Gisteren zag ik dit filmpje waarin Karin Luiten (van “Koken met Karin”) in gesprek is met twee dames die geen heil zien in het zelf koken van maaltijden. Als reden wordt genoemd dat zij als millennials het al zo druk hebben met hun banen en geen trek meer hebben om ‘s avonds ook nog een maaltijd op tafel te zetten. Eén van de dames noemt zichzelf ‘foodblogger’, maar zegt het liefst buiten de deur te eten. Karin wijst ze erop dat koken heel erg ontspannend kan zijn, maar de dames zien het koken vooral als een tijdrovende en vervelende klus.

Aanleiding voor dit gesprek is het bericht dat de AH hun dienst gaat uitbreiden met een afhaal- en bezorgservice voor maaltijden. Dit om de jongere generatie tegemoet te komen, want die zouden minder tijd en behoefte hebben om zelf te koken.

Nu hoor ik ook niet tot de generatie van ‘millenials’ (al scheelt het niet veel) en kan ik me volledig aansluiten bij de mening van Karin Luiten. Maar ik vraag me wel af waar deze generatie het dan zo druk mee heeft. Want het zijn niet alleen oudere mensen die al vanaf zes uur ‘s avonds als een zoutzak voor de TV zitten en pas weer van de bank komen om een plas te plegen of om naar bed te gaan. Is dat idee van drukte niet vooral gebaseerd op een gevoel?

Zo weet ik uit ervaring dat het heel erg gunstig kan zijn om eens een soort van boekhouding van je tijd bij te houden. Hoe lang ben je ergens mee bezig en waarom. Dankzij bepaalde apps komen mensen erachter dat zij elke dag wel 4 uur op hun mobiel bezig zijn en vaak gaat het dan niet om ‘nuttige zaken’ maar om het doelloos scrollen langs de eindeloze tijdlijnen van social media.

Bovendien zeggen sommige mensen het veel te druk te hebben om een courgette te snijden, terwijl ze wel urenlang naar een scherm zitten te turen en van de ene prikkel naar de andere worden geleid.

Zo vind ik de factor ‘tijd’ helemaal niet zo overtuigend en is het woord ‘prioriteit’ veel meer op zijn plaats. De millenial is gericht op gemak en beslist graag op het laatste moment. Karin denkt dat het vooral om een levensfase gaat, want als deze generatie gesetteld is zullen ze andere keuzes maken. Ze stelt dat het niet handig is om als ouders met vier kinderen elke dag zes maaltijden af te halen.

Zelf vind ik koken geestelijk ontspannend; Karin noemt het een gratis cursus Mindfullness. Wat dat betreft is zelf koken net zoiets als fietsen of wandelen, want dan spaar je een sportschool uit. En door zelf gezond te koken spaar je misschien ook nog een bezoek aan de dokter uit.

R.I.P. Pete Shelley

Gisteren is Pete Shelley, de zanger en oprichter van Buzzcocks overleden. Hij werd slechts 63 jaar. Een bijzondere band die een mix maakte van punk met romantische teksten. Ik zag ze in 2009 op Parkpop (Shelley is de man in de groene trui).

Heuveltje rijden

In steeds meer plaatsen in ons land verdwijnt de auto uit het centrum. Naar mijn idee een goede ontwikkeling want zo kan het winkelend publiek tenminste niet meer van de sokken  worden gereden. Al is het in onze provinciehoofdstad nog steeds oppassen geblazen; ondanks het afgenomen autoverkeer kun je daar nog steeds in botsing komen met één van de talloze fietsers die er dagelijks rondrijden.

Het gekke is dat ze hier in Veendam het omgekeerde lijken te doen als in de rest van ons land: in de kerkstraat (één van de twee winkelstraten die het centrum rijk is) worden vanaf januari weer auto’s toegelaten. Haastig vermeld ik erbij dat het om een proef gaat, maar ze zijn al wel bezig met het aanleggen van een derde verkeersdrempel. Dus ik heb het vermoeden dat de dames en heren in de gemeenteraad er al vanuit gaan dat het experiment een succes gaat worden.

Het idee is dat het autoverkeer, gecombineerd met een aantal extra parkeerplaatsen, meer reuring in de straat gaat opleveren. Want de leegstand is de gemeente natuurlijk al tijden een doorn in het oog. Het is alleen de vraag of dit op deze manier kan worden opgelost. Want het zou best kunnen zijn dat dit experiment in het leven geroepen is vanuit nostalgische overwegingen. Op oude foto’s komt de kerkstraat een stuk gezelliger over én toen mochten er nog auto’s rijden. Of de teruglopende interesse voor het winkelen een rol speelt lijkt niemand zich af te vragen. Maar ik denk dat we in Veendam voldoende hebben aan anderhalve winkelstraat en misschien wel aan eentje. Want alles is hier in principe te krijgen, al zal de ware shopaholic zich beter vermaken in steden als Groningen of Assen (beide op 30 kilometer afstand). Deze categorie gaat echt niet méér in Veendam winkelen als er meer drukte is. Ik betwijfel ook of er ondernemers zijn die dit als een groen licht zien om één van de leegstaande pandjes in de straat te huren. Tegelijkertijd hoop ik ook een beetje dat ik het mis heb, want ik gun iedereen een boel klanten en omzet. Maar je moet denk ik wel een beetje realistisch zijn. Bij veel mensen is er toch een soort verzadiging opgetreden als het gaat om spullen kopen. En dat verander je niet door dit soort ingrepen.

Rommel in het bos

Als tienjarige had ik samen met mijn Woudlopers Natuurclub al het plan opgevat om rommel in het bos te verzamelen en weg te gooien, maar het is er nooit van gekomen. Het bleef bij een plan, waar een oud-vriendin uit die tijd me een paar jaar geleden nog op wees: we waren met ons voornemen zelfs in de krant gekomen en dan is het eigenlijk een beetje lullig dat je je beloftes niet nakomt.

Misschien speelde dat wel een beetje mee toen mijn vrouw en ik gisteren tijdens onze wandeling in het bos bij kamp Westerbork alle troep die we onderweg tegenkwamen in een zak deden en uiteindelijk in een afvalbak deponeerden. Mijn vrouw had dat als kind wel eens gedaan en nam in deze het voortouw. Want het is wat dat betreft geen moeite. Al was het natuurlijk beter geweest als de mensen zelf zo netjes waren geweest om de (veelal) lege verpakkingen niet in het bos achter te laten.