Na de corona

Toen ik las dat er alweer een enorme drukte was in die bekende woonwinkel realiseerde ik me dat veel mensen deze periode van radiostilte waarschijnlijk behoorlijk zat zijn. Ik kan me aan één kant ook voorstellen dat het vervelend is om thuis te moeten werken terwijl je kinderen om je heen dansen. Bovendien is het triest dat sommige mensen van de ene op de andere dag hun bron van inkomsten in rook zien opgaan. Zo’n periode zou eigenlijk een soort van bezinning en berusting moeten brengen, maar velen worden er juist ongeduriger van en snakken weer naar reuring. Als er gesproken wordt over de ‘anderhalve-meter-samenleving’ dan vraag ik me af hoe dat er op langere termijn uit gaat zien. Concerten en evenementen bestaan juist dankzij het feit dat mensen zich op een kluitje begeven. Ook is het in de horeca ondoenlijk om tafels en stoelen zo ver uit elkaar te zetten. Want laten we eerlijk zijn: anderhalve meter is best veel. Twee armlengtes. Een aantal restaurants probeert het hoofd boven water te houden door nu ook te bezorgen, maar het blijft allemaal behelpen. Want als er een tweede golf van het virus komt omdat de regels te snel zijn versoepeld zijn we nog verder van huis. Bovendien daalt het aantal besmettingen toch door alle maatregelen?

Als ik in een film of documentaire een groep mensen bij elkaar zie, schiet gelijk door me heen dat ze te dicht bij elkaar zitten. Bijzonder dat je daar in zo’n relatief korte periode zo alert op kunt worden. Net als de beelden van de afgelopen Koningsdagen die maandag te zien waren. Zoveel mensen bij elkaar. Komt dat ooit weer terug?

Terwijl wij zitten te dubben over de periode ná de corona zijn er ook veel mensen die een dierbare hebben verloren aan het virus. Hoeveel van hen hadden nog geleefd als we eerder drastische maatregelen hadden getroffen? We zullen het nooit weten. Dat is ook het lastige van alles. Achteraf zie je pas wat het effect van iets is.

Voorlopig nog maar even kalm aan. Ik kijk uit naar de dag dat we nul besmettingen hebben. Zover is het nog lang niet.

(foto’s genomen in Scheemda)

Een maand in quarantaine

Het klinkt een beetje zwaar als ik zeg dat we al een maand in quarantaine zijn, maar het klopt eigenlijk wel. Ik ben al een maand niet buiten Veendam geweest. Aangezien we het openbaar vervoer mijden kunnen we ons dus alleen maar verplaatsen door middel van de benenwagen en de fiets. Nu pas merken we hoe vanzelfsprekend het altijd was om ‘even’ de auto te pakken. Die auto is alweer een half jaar weg. Dat beperkt ons dus een beetje qua bewegingsruimte, maar dat geeft niks. We zijn allebei vrij huiselijk en wachten met geduld af wanneer we weer een uitstapje kunnen maken.

Op 5 maart wist ik het nog niet, maar het zou de laatste keer in een lange tijd zijn dat ik me in een groep mensen begaf. Ik was in een dorpshuis om de laatste correcties van een folder te bespreken en zat tussen een aantal bekende en minder bekende mensen. Mensen uit het dorp waar ik vandaan kom. Ondanks dat ik er al twaalf jaar niet meer woon ben ik nog steeds ‘één van hen’. Wekelijks kwamen deze mensen bij elkaar om hun verhalen te delen, eventuele problemen te bespreken en gezellig een bakje koffie te drinken. Het is te hopen, vooral voor de mensen die dagelijks in eenzaamheid leven, dat er snel een einde komt aan de ‘lockdown-light’, waar we nu middenin zitten. Zodat ze snel weer samen kunnen komen.

De zus van mijn opa was 94 geworden. Ik heb haar even gebeld om haar te feliciteren. ‘s Middags zag ik op Facebook dat haar kleindochter en achterkleinkinderen een groot spandoek met slingers en ballons aan haar zonnescherm hadden gehangen. ‘Omi’ stond ernaast met een bos bloemen in haar hand. Ook voor haar zijn het rare dagen. Geen bezoek. Maar op deze manier weet ze dat er toch aan haar wordt gedacht. Zij is nog de oudste van onze familie die in leven is.
Ik denk dan gelijk aan mijn eigen oma. Mijn vrouw en ik waren de enigen die nog langskwamen. Als zij deze tijd had meegemaakt had ze er niets van begrepen. “Waarom komen jullie niet langs? Zijn jullie soms boos?”
Maar goed, zo gek is het niet. Deze tijd is voor ons allemaal verwarrend.

In de aap gelogeerd…

…door het coronavirus.. Tenminste, zo voelt het. Ik heb dagen zitten wikken en wegen of ik er een blog aan zou wijden. Aan één kant vind ik dat ik er niet onderuit kom, aan de andere kant hoor en lees je er zoveel over dat het zoveelste blogje over corona misschien niets meer toevoegt.

In elk geval kan ik melden dat we inmiddels 2 1/2 week alle sociale contacten en de uitstapjes tot nader order hebben opgeschort. Toen Rutte met het slappe advies kwam om maar geen handen meer te schudden ging ik een stapje verder door me voor te nemen de komende tijd zo min mogelijk in de buurt van mensen te komen. Als ZZP-er is dat sowieso niet heel erg moeilijk, maar ik werk ook nog 1 dag per week in loondienst. Daar wordt het virus ook erg serieus genomen en zorgt iedereen voor de benodigde afstand tot zijn of haar collega’s.

Toen we gistermiddag een wandeling door Veendam maakten (en ik de bovenstaande foto schoot) viel het me op dat werkelijk iedereen rekening met elkaar hield en op afstand bleef. Eenmaal weer thuis zag ik op Twitter dat niet iedereen deze regel in acht nam en om eerlijk te zijn verbaast me dat niks. Sommige mensen nemen het niet serieus en nemen pas stappen als ze ervaren hoe het is om iemand aan dit dodelijke virus te verliezen.

Een mens komt vaak pas in beweging als het water aan zijn lippen staat, al zijn ze in China een stuk voortvarender te werk gegaan dan hier. Ik vraag me werkelijk af wat er gebeurd was als er geen druk vanuit de bevolking was gekomen om de scholen te sluiten. Want dat vond ik tot nu toe wel het meest opvallende: wel evenementen verbieden, maar de scholen openhouden. Hoe de strategie van de regering zal uitpakken zullen we binnenkort wel merken (al hebben de Duitsers, Fransozen en Belgen er een hard hoofd in), maar het had naar mijn idee allemaal een stuk daadkrachtiger gekund. Die eeuwige grijns op het gezicht van Rutte is extra irritant in tijden als we alle zeilen bij moeten zetten. Geintjes maken over dat we ‘wel voor tien jaar kunnen poepen’ terwijl er elke dag mensen sterven vind ik ongepast. Noem mij een zuurpruim, maar ik vind dat echt niet kunnen.

Wat ook in deze periode opvalt is dat ieder land van de EU zijn eigen regels bepaalt. Dat is logisch als het gaat om specifieke zaken die alleen met het land in kwestie te maken hebben. Maar als het om een virus gaat die de hele planeet bedreigt is het toch raar dat er niet één lijn kan worden getrokken. In dat opzicht vind ik het niet zo vreemd dat België containers op de grensovergangen zet om Nederlanders te weren. Zij vinden ons idee van ‘groepsimmuniteit’ maar een gevaarlijk experiment en willen geen risico lopen om door ons besmet te raken.

Misschien zijn er mensen die nu al handenwrijvend zitten te wachten tot dit allemaal voorbij is en ze weer in het vliegtuig richting Verweggistan kunnen stappen. Maar laten we niet vergeten hoe dit virus hier is gekomen en of we misschien niet een beetje aan ons eigen leefpatroon zouden moeten veranderen. Volgens bioloog Rob Wallace ligt de oorzaak van het coronavirus bij de kapitalistische landbouw, ontbossingen en de handel in wilde dieren. Hierdoor raken ecosystemen ontregelt en krijgen ziekteverwekkers de kans. Door al dat gereis kunnen virussen gemakkelijker dan vroeger verspreid worden. Door de hyperfocus op geld raakt de aarde uit balans en graven we misschien wel ons eigen graf. Terwijl de lucht met de dag schoner wordt, zit de mensheid met een levensgroot probleem waar we niet zomaar van af zijn.

Bandje update

Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets vertelde over het bandje waarin ik speel. Om precies te zijn alweer drie jaar... Toen ik dat schreef speelde ik er nog maar een half jaar in en ondertussen zijn er natuurlijk de nodige dingen gebeurd. Mensen kwamen en gingen maar het lijkt erop dat we sinds dit jaar onze blijvende vorm hebben gevonden. Dat geeft natuurlijk een hoop rust en zo kun je ook lekker aan een repertoire werken. We spelen een mix van oude en nieuwe nummers, denk aan ‘Shallow’ van Lady Gaga en ‘Space oddity’ van David Bowie. We hebben twee zangeressen, onze slaggitarist zingt ook af en toe mee en sinds kort probeer ik ook wat achtergrondzang te doen. Dat valt niet mee, want het is heel anders dan leadzanger zijn. Ik moet daar nog een beetje in groeien, maar dat komt vast goed.

Al vanaf het begin was duidelijk dat we geen optredens zouden doen. Aan één kant is dat jammer, want spelen voor publiek is erg leuk. Maar het nadeel is al het geregel en gedoe eromheen. Daarom richten we ons gewoon op het samen spelen en het proberen van allerlei soorten nummers, waarschijnlijk totdat we onze eigen stijl gevonden hebben. Wie weet gaan we een keer eigen nummers schrijven.

Vroeger zat ik in een bandje met leeftijdgenoten, maar in deze band komen eigenlijk drie generaties samen. Niet dat het jongste bandlid van 37 mijn zoon zou kunnen zijn, maar als je mensen in generaties indeelt dan moet er eenmaal een grens gesteld worden. Deze jongeman behoort tot de ‘millenials’, terwijl de beide zangeressen en ik van ‘generatie x’ zijn. De bassist, slaggitarist en drummer zijn ‘baby-boomers’. Nu snap ik best dat het helemaal niet zo interessant is om labels op mensen te plakken, maar waar het mij om gaat is dat wij in alle harmonie samen muziek maken en lol hebben. Terwijl op Twitter de verschillende generaties elkaar vaak in de haren vliegen. Niet voor niets is ‘boomer’ het woord van 2019 geworden. Ik ben zelf ook al een keer voor ‘oudje’ uitgemaakt op social media en dan ben ik nog maar 44. Maar goed, dat is voor iemand van 15 natuurlijk stokoud.

Ik dwaal af. We hadden het over muziek.

Aangezien de zangeressen in principe de leadzang doen, valt het niet altijd mee als we een nummer spelen die normaal door een man wordt gezongen. Nu is het op zich een fluitje van een cent om mijn keyboard met één druk op de knop iets hoger te zetten en ook kun je de gitaar hoger laten klinken door een capo op de hals te plaatsen. Maar voor een basgitarist werkt dit laatste niet en soms komt die in de knoop omdat bepaalde loopjes niet goed werken als je de toonsoort verandert

We hebben nog niet echt goede opnames, maar wie weet plaats ik wel een keer iets op deze site ;-).

Dit nummer spelen we in elk geval ook, van de Amerikaanse zangeres Keri Noble.

Griep en lezen

Je kunt als mens een boel lezen als je enigszins gedwongen wordt tot nietsdoen. In mijn geval kwam dat door de griep, die maar liefst een week aanhield. Niet dat ik de hele tijd in bed lag, maar ik voelde me gewoon futloos en zat de hele tijd te snotteren. Mijn vrouw had het ook te pakken en zo zaten we dus met zijn tweeën in de lappenmand. Vorig jaar waren we allebei goed doorgekomen, maar blijkbaar hadden we onlangs ergens een virusje opgepikt. Geeft ook niks. Er zijn ergere dingen.

Maar zoals ik al zei, we hebben heel wat zitten lezen en dat is voor mij nooit een straf. Ik las de autobiografie van Elton John en ontdekte Marcel Vaarmeyer, waar ik twee leuke romans van las (‘Spit’, eigenlijk een thriller en ‘De gloriedagen van Walter Gom’). Aparte boeken die spannend waren vanwege de onvoorspelbaarheid. Ik heb ook genoten van ‘Ellebogen’ van Fatma Ayedemir, dat over Duitse mensen gaat met Turkse ouders. Ik had jaren geleden al een film gezien over hetzelfde onderwerp, dus na het lezen van dit boek kreeg ik weer zin om ‘Gegen die Wand’ opnieuw te bekijken. Het mooie van lezen én van films kijken is dat het je de kans geeft om je in te leven in mensen die je in het echt misschien wel nooit ontmoet.

Gistermiddag maakten we een wandeling door Veendam en toen maakte ik de foto die hierboven staat afgebeeld. Dit Kerkplein gaan ze ook nog aanpakken, aangezien de combinatie van doorgaande weg en parkeervakken vaak chaotische verkeerssituaties oplevert.

Graaiers, dat zijn altijd de anderen

Bankiers, politici, mensen in topfuncties: ze worden allemaal uitgemaakt voor graaier. Normale mensen doen nooit aan graaien. Ze verzwijgen dat de kassajuffrouw een tientje teveel teruggeeft en steken verzekeringsgeld in eigen zak. Ze wijzen anderen na die bezeten zijn van geld.

Zoals jullie weten hebben veel mensen hier in de provincie last van aardbevingsschade. In eerste instantie werden die klachten niet serieus genomen en kwamen mensen in de kou te staan. Wonen in een onverkoopbaar huis is een vervelend lot. Vooral als er van alles dreigt in te storten en je woonsituatie gevaarlijk is. Sommigen hebben hun huis ontvlucht en wachten op het geld om de scheuren te kunnen herstellen.

Sommigen hebben nauwelijks schade maar krijgen het gek genoeg wel voor elkaar om duizenden euro’s los te peuteren, maar besteden het niet aan het daarvoor bestemde doel. Zonder blikken of blozen kopen ze andere dingen voor het geld dat bedoeld is om aan de aardbevingsschade te besteden. Nee, dit noemen ze niet graaien. Dat doen immers altijd de anderen.

Zelf groentes verbouwen

Wij hebben geen echte moestuin maar verbouwen wel wat groentes en kruiden. Puur voor de lol, de oefening en om het wonder van het leven te zien. Want vorig jaar was het bijzonder om te aanschouwen dat er uit 1 aardappel een complete plant kan groeien met een heleboel kinderen als resultaat:

Omdat het puur voor de hobby is, geeft het niet zoveel als er een keer wat mislukt. Zo hebben we een paar jaar geleden veel geluk gehad met een courgetteplant die maar liefst dertien courgettes opleverde. Het jaar erna viel erg tegen en konden we maar twee stuks oogsten. Wel denk ik met trots terug aan de twee aubergines die we een paar jaar geleden konden oogsten. En toen ik van één aubergine een slak haalde die er een flinke gat in had gegeten moest ik even gniffelen. Dat is nou eenmaal het risico als je een restaurant aanlegt voor alle dieren die in je tuin leven. Daar geniet ik ook het meeste van: alles wat er het hele jaar kruipt, vliegt, zoemt en bromt geeft zoveel leven in de brouwerij. Wat dat betreft kost het mij soms moeite om mijn aandacht bij het boek dat ik aan het lezen ben te houden, want als je een groene achtertuin hebt dan wordt je constant op een prettige manier afgeleid door de vogels, vlinders, bijen, hommels en andere beestjes.

Onze aubergineplant in een nog jong stadium (2017)

Naast de kruiden als munt, tijm, rozemarijn, peterselie en salie hebben we sinds kort ook knoflook. Deze hebben we eind vorig jaar gepoot en zoals je in de foto ziet komen ze al goed op. De natuur is natuurlijk ook extra vroeg dit jaar, maar het schijnt dat knoflook ook wel tegen een stootje kan. Dus mocht het opeens een stuk kouder worden, dan kan dat er alsnog voor zorgen dat de plantjes het overleven en we over een tijdje onze eigen knoflook in ons eten kunnen verwerken. Gezond en erg lekker.

Oude en nieuwe stadsgezichten

Voordat ik Veendammerman werd was ik op zoek naar een huis in Groningen. Dat was toen al, rond 2005, een lastige klus. De keuze was beperkt en huizen werden in een rap tempo verkocht. De meeste woningen gingen voor een bedrag boven de vraagprijs weg. De stad werd steeds populairder. Sinds dat jaar kwamen er elk jaar dik 3000 mensen bij en zou het inwonersaantal van 180.000 naar 231.000 groeien. Het lijkt erop dat het de komende jaren nog veel drukker gaat worden, want er staan maar 200 huizen te koop en er valt bijna niet meer tegenop te bouwen.


Ik kwam het boek ‘Groningen verandert’ tegen, dat foto’s van Henk Tiggelaar bevat. Hij was bouwdeskundige bij de gemeentelijke dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken. Hij maakte in de afgelopen veertig jaar veel foto’s van alle veranderingen die de stad heeft ondergaan. Op de linkerpagina’s zie je de ‘oude’ situatie’ en op de rechterpagina’s zoals het er nu (of recentelijk) uit ziet. Wat vooral opvalt is dat de laagbouw langzamerhand uit het stadsbeeld verdwijnt en dat er steeds meer hoge flats komen. Gelukkig zijn er nog genoeg oude elementen bewaard gebleven in onze provinciehoofdstad. Al vind ik het wel jammer dat ik de Sint-Martinuskerk (zie boven) nooit heb mogen aanschouwen; tegenwoordig zit daar de universiteitsbibliotheek.