Drukwerk en werkdruk (deel 2)

Soms zeggen ze wel eens dat de aanhouder wint en vaak blijkt dat ook wel te kloppen. Toen ik meer dan een maand geleden een klacht indiende bij een drukker had ik er aanvankelijk een hard hoofd in dat we tot een compensatie zouden komen. Ik had diverse verhalen op het internet gelezen dat dit bedrijf je in het geval van reclamaties van het kastje naar de muur zou sturen, wat mijn vertrouwen geen goed deed.

Toch besloot ik het er maar op te wagen. Mijn klant was ontevreden over de scheef gesneden magazines en ik natuurlijk ook. We hadden er hard aan gewerkt, niets tot weinig aan verdiend en dan zo’n teleurstellend resultaat. Niet dat de lezers er over zouden vallen. Maar het is ook een principekwestie. Voor 668 euro mag je topkwaliteit verwachten.

De drukker vroeg mij 50 bewijsexemplaren op te sturen zodat zij konden beoordelen of mijn klacht gegrond was. Aan één kant een raar idee. Want ze hadden zelf tijdens een eindcontrole kunnen zien dat het resultaat niet netjes was en daarom hadden de magazines de drukkerij natuurlijk nooit mogen verlaten. Zeker niet als je nagaat dat het in twee fases was gedrukt, waarin we in beide gevallen hetzelfde probleem hadden geconstateerd: tussen de boven- en onderkant van de magazines zat soms wel 6 millimeter verschil. Té laat geleverd, te weinig geleverd én ook nog eens slordig afgewerkt. Raar dat ik dan nog moet bewijzen dat zij fout zitten.

Ik reed naar mijn klant, pakte de magazines in en leverde ze bij het postagentschap af. Ik kreeg een bonnetje mee waarmee ik de zending kon volgen. Handig.

Een paar weken later nog steeds geen bericht van de drukker. Ik kreeg een mail waarin stond dat ze de reclamatie niet konden behandelen omdat ze geen bewijsexemplaren hadden gekregen. Gelukkig kon ik via de ‘track-and-trace’ zien dat het pakket wél was afgeleverd. Dus gelijk een mail er achteraan gestuurd, maar wederom geen reactie.

Ik heb eigenlijk een hekel aan dat heen en weer gemail, vooral als je het gevoel hebt dat ze niet gelezen worden. Dus maar gebeld. Voicemail ingesproken, maar na een week nog geen reactie. Daarna weer een mail gestuurd. Je raadt het al: noppes. Veel mensen zouden het hier al opgegeven hebben. We waren inmiddels alweer anderhalve maand verder. Maar ik besloot door te zetten en belde ze vandaag weer op.

Een vriendelijke dame zei dat ze het ging uitzoeken en belde me een paar uur later terug. In eerste instantie stelde ze voor dat ik de hele oplage terug zou sturen, maar dat is natuurlijk onmogelijk. De magazines moesten huis-aan-huis bezorgd worden, in verband met afspraken met adverteerders en lopende acties. Dit was dus geen reële oplossing. Ze vroeg hoe ze het dan goed konden maken. Ik zei dat ik met een financiële compensatie tevreden zou zijn. Ze stelde voor om de helft van het geld terug te betalen. 334 euro. Dat leek mij netjes. Liever had ik natuurlijk gehad dat de magazines keurig waren afgeleverd , dat had mij (en mijn klant) een hoop werk en ergernis gescheeld. Maar op deze manier kun je het verhaal tenminste afsluiten.

Fotoshoot in een smederij

Vanmorgen had ik een fotoshoot in een smederij hier vlakbij. Geen straf, want ik ben gek op oude ambachten.

Het was er lekker warm door het vuur die nodig is om het smeedwerk in de juiste vorm te kunnen maken. Ook lawaaierig, dus al gauw mijn oordoppen ingedaan. Gelukkig heb ik die altijd bij me.

IMG_3097

IMG_3101IMG_3087IMG_3089

Een hoekje om slaan…

IMG_3117IMG_3102IMG_3125

Het is zelfs mogelijk om spiraalvormen te maken.

IMG_3131IMG_3136IMG_3138

Het eindresultaat: een haak om o.a. gereedschappen mee op te hangen.

IMG_3148

Hamers genoeg, maar die zijn nou eenmaal ook broodnodig in een smederij.

IMG_3153

En een cadeautje na afloop…

20180504_130446

Zakelijk roddelen

Elke zzp-er wordt ermee geconfronteerd: er moeten nieuwe klanten worden gezocht, bestaande klanten moeten tevreden gehouden worden én er zijn legio bedrijven die bereid zijn om je (vooral met het eerste) te willen helpen. Dat doen ze op verschillende manieren; via een website met een ‘handige’ zoekfunctie, voor een betere vindbaarheid in Google te zorgen of je een vermelding in een bedrijvengids te verkopen.

Vandaag zat er een vertegenwoordiger uit die laatste categorie bij ons op de bank. Hij kwam in eerste instantie voor mijn vrouw, maar ik zat er ook bij omdat ik altijd benieuwd ben wat mensen voor verhaal afsteken. Nu is dat ook een beetje flauw van mij, want ik ben altijd zo sceptisch als het maar kan als het op zulke dingen aankomt. Maar goed, iedereen krijgt een eerlijke kans en wie weet is deze bedrijvengids wel een kip die gouden eieren legt.

Toch knapten we al in een vroeg stadium op de man af, omdat hij begon te roddelen over een startende ondernemer uit een klein dorp in onze provincie. Hij vertelde dat deze man min of meer door het UWV werd gedwongen om zelfstandig ondernemer te worden, terwijl het werk in zijn vakgebied niet bepaald voor het oprapen ligt. Hij dreigt door een tekort aan klanten in financiële problemen te komen.

Het is voor niemand goed om éénpitter te worden terwijl je daar zelf niet eens de mogelijkheden voor ziet. Maar goed, dit was informatie die niet voor onze oren bestemd was. Hij noemde de naam niet, maar met een simpele zoekactie in combinatie met het beroep zou het een peulenschil zijn om zijn telefoonnummer te vinden. Toen we de verkoper hadden uitgelaten zei ik tegen mijn vrouw, eigenlijk zouden we die man moeten opzoeken op internet en vertellen dat er door de verkoper van de bedrijvengids over hem wordt geroddeld. Dit soort geroddel zorgt ervoor dat je op je hoede blijft en nooit en te nimmer met zo’n bedrijf in zee gaat.

Gezelschapsspelletjes

Toen ik twee weken geleden tegen een 25-jarige knul zei dat ik op mijn 35e al zo goed als afgeschreven was voor de arbeidsmarkt, zag ik zijn gezicht betrekken. Ook al overdreef ik een beetje toen ik dat gegeven als een reden gaf om kleine zelfstandige te worden; het was wel het gevoel dat ik kreeg na de zoveelste afwijzing. Maar zo nu en dan kijk ik uit nieuwsgierigheid nog wel eens of er vacatures zijn en dan valt het me op dat de gestelde eisen niet alleen meer over het werk zelf gaan. Stiekem wordt er ook gekeken of iemand in een ‘team’ past en of hij of zij het ziet zitten om op vrijdagmiddag ‘ongedwongen’ een potje te tafelvoetballen of te biljarten. Van zoveel gezelligheid op het werk keert mijn maag zich om.

Op de website van een reclamebureau waar ik laatst contact mee had, staat het verslag van een feest dat ze onlangs hadden. Een foto van hun deelname aan een ‘real life game’, compleet met malle pakken en helmen op en ze schoten op elkaar met speelgoedwapens. “Het was supervet” staat er te lezen. Noem mij een zuurpruim, maar voor geen geld zou ik aan zoiets meedoen. Dit heeft helemaal niets met werken te maken en als dit onder ‘teambuilding’ valt zie ik er al helemaal geen heil in. Je collega’s hoeven geen vrienden te zijn. Ik werkte in het verleden prima samen met mensen waar ik totaal geen band mee had.

Tegenwoordig moet alles altijd maar gezellig zijn en o wee als er zich een zuurpruim onder het personeel bevindt. Voordat diegene het weet wordt ie afgeserveerd omdat er ‘geen klik’ meer is of omdat er een ‘verschil in visie’ is. Hardop zeggen dat je vooral werkt voor het geld is ook een taboe, want volgens sommigen is werk zo zaligmakend dat ze het desnoods gratis en 24 uur per dag zouden willen doen. Pas als ze na een tijd weer van hun burn-out bekomen zijn, denken ze er opeens anders over. Of staan ze weer in de startblokken om dezelfde fouten opnieuw te maken.

Iemand een ‘baas’ noemen zou ouderwets zijn, net zoals het begrip hiërarchie zijn beste tijd heeft gehad. Maar de man die met een glimlach op zijn gezicht zegt ‘dat we het allemaal samen moeten doen’ kan jou er zo uit knikkeren. Dus een beetje afstand houden is helemaal niet zo onverstandig. Door al die gezelschapsspelletjes op het werk kunnen mensen dat wel eens vergeten.

Welke collega’s?

Het ware leven

Gistermorgen woonde ik een event van Google bij in een oude leegstaande fabriek in de stad Groningen. Tijdens de “Digitale Werkplaats” kon je lezingen volgen, netwerken en inspiratie opdoen om meer uit je eigen website te halen. Tijdens het welkomstwoord werd nadrukkelijk vermeld dat het evenement geen vermomde reclame-campagne van Google was en dat de sprekers zich voornamelijk richten op het helpen van het vergroten van de online zichtbaarheid van ondernemers. Ten dele was dit ook waar, al viel het wel op dat er bij iedere lezing melding gemaakt werd van een Google product.

De eerste lezing die ik bijwoonde heette “Groei dankzij zoekmachinemarketing”. Iedereen die een website heeft doet er goed aan om die site ook daadwerkelijk goed vindbaar op het (overvolle) internet te maken. Er komen dagelijks websites bij en dat zorgt ervoor dat jouw site ook dagelijks minder kans maakt om gevonden te worden door jouw potentiële klant. Uiteraard werd de mogelijkheid om te adverteren via Google ook genoemd. Dit is zelfs een grote inkomstenbron van het bedrijf. Sommige ‘clicks’ op advertenties leveren zelfs 3 euro per keer op. Stel je voor als dat honderden of zelfs duizenden keren per dag gebeurt. Dat gaat om duizelingwekkende getallen.

De tweede lezing ging over het creëren van je eigen digitale werkplaats. Oftewel: werken in de ‘cloud’. De jongeman die deze lezing gaf vertelde in een razend tempo over alle voordelen die het internet biedt en dat het zo fijn is om altijd en overal ter wereld te beschikken over je eigen gegevens. Google Drive werd gepromoot en concurrent Dropbox werd ook nog even zijlings vermeld. De jongeman vertelde dat hij zijn MacBook laptop (1000 euro) gisteren te hard had dichtgeklapt, het apparaat was daardoor stuk gegaan. Gelukkig had hij alle bestanden ‘in de cloud’ staan en was het volgens hem daardoor minder erg. Dit geeft wat mij betreft aan in wat voor een wegwerpmaatschappij we leven en tegelijkertijd maak ik me zorgen over deze generatie twintigers die werkelijk lijkt te geloven dat alle problemen in deze wereld op te lossen zijn door de mogelijkheden van het internet.

Er werd een nostalgische foto getoond van een gezin dat voor de beeldbuis zit, gevolgd door een foto uit de huidige tijd waarin de gezinsleden met allerlei apparatuur op schoot zitten en de platte TV ook nog aan staat. De meeste mensen leken in de tweede foto hun eigen situatie te herkennen, terwijl ik dat had bij de eerste foto. Met het verschil dat de televisie hier meestal uit staat.

In de derde lezing leek er een brug geslagen te worden naar social media. Wie is je doelgroep op Facebook of Instagram en hoe kun je je daarop aanpassen. Dit vond ik zelf de meest geslaagde lezing. Een zakelijk stuk plaatsen op een medium waar mensen vooral komen om iets ter ontspanning te lezen heeft vaak niet zoveel zin.

Google talkGoogle is een bedrijf dat vooral denkt in groei en ze lijken er vanuit te gaan dat iedere ondernemer uit hetzelfde hout gesneden is. Maar het is maar de vraag hoe de aanwezige deelnemers daarover denken. Tijdens een gesprek met een lokale ondernemer die klein begonnen was en nu groot is geworden, bleek dat het volgens hem vooral ging om “hard werken en dichtbij jezelf blijven”. Deze conclusie hoor ik wel vaker en ik kan daar heel erg weinig mee. Ik kan me namelijk niet indenken dat het allemaal zo simpel is, want dan waren er veel meer succesvolle bedrijven en personen. Ook is het begrip ‘succes’ relatief; ik denk dat de meeste aanwezige zzp-ers al blij zijn als ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Dat is dan niet het torenhoge succes waar Google op lijkt aan te sturen, maar dat kan voor iemand die zijn lievelingsvak uitoefent een persoonlijk succes zijn.

Al met al een ochtend vol inspiratie, al ben ik altijd een beetje sceptisch als ik mensen hoor die een rotsvast geloof hebben in alles wat digitaal is. Tegelijkertijd weet ik ook dat het in mijn aard zit om dingen om te draaien en ter discussie te stellen. Zo werd ik tijdens het welkomstwoord prettig afgeleid door een nest zwaluwen die hoog in het gebouw zaten en luid kwetterend de spierballentaal overstemden. Dat is voor mij het ware leven.

1 2 3 4