Minder afval

Niet zo lang geleden was het doodnormaal dat je bij elke aankoop een gratis plastic tasje meekreeg. Vaak had de dame of heer bij de kassa het door jou gekochte product zó snel voorzien van een ‘puutje’ dat het bijna vervelend was om te zeggen dat je al een tasje had. Het is dan ook vaak voorgekomen dat men het weer moest uitpakken omdat ondergetekende zelf al een stoffen tasje had meegenomen, eentje uit de winkel van De Vrek.

Als je tegenwoordig een plastic tasje wilt moet je ervoor betalen en dat zorgt er in elk geval voor dat mensen er meer over na gaan denken. Maar dat neemt niet weg dat er nog steeds teveel plastic in omloop is en dat veel producten nog steeds verpakt zijn terwijl dat niet persé hoeft. Bovendien zijn sommige verpakkingen veel te groot. Het doosje voor de adapter voor mijn iPad was tien keer zo groot als het ding zelf.

We leven in een wereld waarin zelfs gepelde sinaasappels in plastic verpakt worden.

Als ik een tros bananen koop, zit daar min of meer al een natuurlijke verpakking omheen. Niet nodig om er dan ook nog een zakje om te doen. Het is misschien niet slim om 10 appels los op de boodschappenband te leggen, maar de Lidl heeft daar in de vorm van nylon zakjes een duurzame oplossing voor gevonden.

Vandaag kocht ik een ongesneden pompoenbrood en ik verzocht de verkoopster om hem zó aan me mee te geven. Ik deed hem in een stoffen tas. Dat voelt misschien even onwennig, maar mijn vrouw en ik hebben ons voorgenomen om minder afval te produceren.

(On)duidelijk

Ik houd van duidelijkheid en kan me enorm storen aan vaag gedoe. Ik snap heus wel dat je dat moeilijk van onze drukke en onoverzichtelijke maatschappij kunt verwachten, maar hopelijk kan ik dat verwerken door dingen van me af te schrijven op een weblog.

Ik heb gister de stemwijzer geraadpleegd, maar ben daar niet ‘wijzer’ van geworden. De hoogste match met een partij was 63 procent (Partij voor de Dieren), wat tegelijkertijd ook betekent dat ik het blijkbaar voor 37 procent met ze oneens ben. Bij alle andere partijen scoor ik tussen de veertig en vijftig procent, en zo lukt het mij dus niet om op deze manier een goed stemadvies te krijgen. Ik ben het dus met de meeste partijen zowel eens als oneens, in vergelijkbare percentages.

De belastingdienst stuurde vorig jaar een brief dat ze in het vervolg minder brieven gaan sturen, heel handig denk ik dan, want via de mail kan het ook. Vorige week kreeg ik echter een mailtje dat ze mij een mailtje hadden gestuurd (via de overheidsinbox, waar je apart op moet inloggen). Dat mailtje bleek een aanslagbiljet voor de inkomstenbelasting te zijn. Vandaag twee blauwe enveloppen bij de post. Exact dezelfde brief! Niet alleen geldverspilling, maar ook totaal onduidelijk. Waarom moet dat twee keer verstuurd worden?

Maar goed, misschien ligt het wel aan mij en hebben zij een geheime logica die ik niet snap…

Strijdlied

Hier is ie dan, het strijdlied van Groningen, een initiatief van Freek de Jonge. Hij kwam op voor de vele Groningers die gevangen zitten in hun huizen, omdat ze schade hebben door aardbevingen die de gaswinningen hebben veroorzaakt. Huizen zijn kapot, het vertrouwen is verwoest en veel te lang heeft er niemand geluisterd. Nu is het feitelijk te laat, maar goddank dat er nu meer aandacht is voor de mensen die met een huis vol scheuren zitten. Hopen dat de huizen allemaal worden opgekocht en dat de aardbevingen niet erger worden. Want de maat is echt vol.

Technologie-moe

Rietepietz haalde het eergister al aan, het cassettebandje is (na de langspeelplaat) weer helemaal terug van weggeweest. Ik las een aantal maanden geleden een artikel in de krant dat chrome audio cassettes nog steeds gemaakt worden en zeer geliefd zijn bij een select groepje audiofielen. Het schijnt zelfs dat deze hoge kwaliteitstapes een langere levensduur hebben dan de ondertussen verguisde compact disc.

Nou ben ik sowieso al niet iemand die achter elke nieuwe technologische uitvinding aan holt. Het is dus niet zo vreemd dat ik nog regelmatig bandjes en LP’s koop. Sterker nog, daar ben ik nooit mee gestopt. Ik kocht mijn eerste LP op 14-jarige leeftijd (“A single man” van Elton John) en heb de platenspeler nooit de deur uit gedaan. Er zijn mensen die eerst al hun LP’s bij het grofvuil hebben gezet, daarna alles op CD hebben aangeschaft en nu vinyl herontdekken en weer een nieuwe platencollectie aanleggen. Zo blijf je bezig. Door je totaal niks aan te trekken van wat er in de reclame wordt verkondigd en wat de waan van de dag is, realiseer je je dat het eigenlijk maar om 1 ding draait: muziek. Of het nou op een zwarte schijf, tape, spaigelploatje (CD in het Gronings) of digitaal bestand staat. Het zijn alleen maar middelen om jou aan het kopen te houden. Wat mij betreft was de CD nooit uitgevonden en om eerlijk te zijn was ik heel tevreden met de VHS videoband.

Dat je op den duur toch overstag gaat om ‘mee’ te gaan met de mode, is vaak omdat je er in zekere zin tot toe gedwongen wordt. Opeens is jouw favoriete artiest of film niet meer verkrijgbaar via het oude medium en moet je wel. Zij winnen en jij zit met vier verschillende geluidsdragers opgescheept.

Maar goed, laat ik niet op mijn 41e als een ouwe kerel gaan zeuren. Het punt wat ik wil maken is: ik ben een beetje technologie-moe. En het milieu ook. Laten we ons de komende tijd gaan richten op hergebruik en niet meer dingen gaan uitvinden die totaal overbodig zijn.

Een aantal van mijn LP’s.

Geen mening

Mopperend trekt hij de conclusie: de mensen gaan de straat niet meer op. Het is één en al individualisme. Niemand lijkt zich meer te bekommeren om een ander. De man voelt zichzelf een echte ouderwetse vertegenwoordiger van het volk. Hij komt op voor de gewone man en heeft schijt aan geldverslindende kapitalisten.

Vroeger werd er nog wel eens een demonstratie gehouden. Dan gingen we de straat op, zegt hij. Toen leken mensen zich nog bezig te houden met ‘grote zaken’. Nu is het allemaal oppervlakkig. Al die huiselijke verhaaltjes op Facebook. Is dat waar mensen zich nu mee bezig houden?

De tijden zijn veranderd. Ik heb als kind ook eens met mijn ouders meegelopen met een kernwapen-demonstratie. In die periode, begin jaren tachtig, werd er veel gedemonstreerd en je zou kunnen zeggen dat het toen ook een beetje een hype was. Want de wereld is er niet eerlijker en rechtvaardiger op geworden in de tussentijd. Toch wordt er een stuk minder gedemonstreerd.

Laten zien dat je betrokken bent bij maatschappelijke ontwikkelingen wordt als normaal gezien. Je moet toch overal een beetje over kunnen meepraten. Als je ergens geen mening over hebt, dan wordt je meewaring aangekeken. Er wordt bijna van je verwacht dat je over de meeste dingen wel een mening hebt.
Maar er is gewoon teveel. Teveel media, teveel onderwerpen, teveel mensen waarover je een mening zou kunnen hebben.

Ik betrap me erop dat er, bij het ouder worden, steeds meer dingen bij komen waar ik dus geen mening over heb. Niet omdat het me niet interesseert, maar omdat dingen te complex zijn of te diffuus. Dit weekend had ik het met vrienden over de wet die er zou komen om het mogelijk te maken dat mensen vroegtijdig uit het leven stappen. Ik breidde al snel een eind aan het gesprek, want dit is zo’n lastig onderwerp waarover je eigenlijk niet kunt oordelen als je er nog nooit mee te maken hebt gehad. Zelfde met zaken als abortus. Het is lekker gemakkelijk om met je mening klaar te staan terwijl je het sowieso als man al niet kunt vatten hoe het is om een kind bij je te dragen. Geen mening hebben is niet hetzelfde als niet nadenken. Sterker nog, als je vaak even langer over iets nadenkt kom je tot de conclusie dat het niet zo eenvoudig is om er over te oordelen.

Het idee dat we allemaal onze blik moeten verbreden wijs ik af. Het is geen schande om af en toe je schouders op te halen over zaken in onze onoverzichtelijke, drukke wereld.

1 2