(On)duidelijk

Ik houd van duidelijkheid en kan me enorm storen aan vaag gedoe. Ik snap heus wel dat je dat moeilijk van onze drukke en onoverzichtelijke maatschappij kunt verwachten, maar hopelijk kan ik dat verwerken door dingen van me af te schrijven op een weblog.

Ik heb gister de stemwijzer geraadpleegd, maar ben daar niet ‘wijzer’ van geworden. De hoogste match met een partij was 63 procent (Partij voor de Dieren), wat tegelijkertijd ook betekent dat ik het blijkbaar voor 37 procent met ze oneens ben. Bij alle andere partijen scoor ik tussen de veertig en vijftig procent, en zo lukt het mij dus niet om op deze manier een goed stemadvies te krijgen. Ik ben het dus met de meeste partijen zowel eens als oneens, in vergelijkbare percentages.

De belastingdienst stuurde vorig jaar een brief dat ze in het vervolg minder brieven gaan sturen, heel handig denk ik dan, want via de mail kan het ook. Vorige week kreeg ik echter een mailtje dat ze mij een mailtje hadden gestuurd (via de overheidsinbox, waar je apart op moet inloggen). Dat mailtje bleek een aanslagbiljet voor de inkomstenbelasting te zijn. Vandaag twee blauwe enveloppen bij de post. Exact dezelfde brief! Niet alleen geldverspilling, maar ook totaal onduidelijk. Waarom moet dat twee keer verstuurd worden?

Maar goed, misschien ligt het wel aan mij en hebben zij een geheime logica die ik niet snap…

Strijdlied

Hier is ie dan, het strijdlied van Groningen, een initiatief van Freek de Jonge. Hij kwam op voor de vele Groningers die gevangen zitten in hun huizen, omdat ze schade hebben door aardbevingen die de gaswinningen hebben veroorzaakt. Huizen zijn kapot, het vertrouwen is verwoest en veel te lang heeft er niemand geluisterd. Nu is het feitelijk te laat, maar goddank dat er nu meer aandacht is voor de mensen die met een huis vol scheuren zitten. Hopen dat de huizen allemaal worden opgekocht en dat de aardbevingen niet erger worden. Want de maat is echt vol.

Technologie-moe

Rietepietz haalde het eergister al aan, het cassettebandje is (na de langspeelplaat) weer helemaal terug van weggeweest. Ik las een aantal maanden geleden een artikel in de krant dat chrome audio cassettes nog steeds gemaakt worden en zeer geliefd zijn bij een select groepje audiofielen. Het schijnt zelfs dat deze hoge kwaliteitstapes een langere levensduur hebben dan de ondertussen verguisde compact disc.

Nou ben ik sowieso al niet iemand die achter elke nieuwe technologische uitvinding aan holt. Het is dus niet zo vreemd dat ik nog regelmatig bandjes en LP’s koop. Sterker nog, daar ben ik nooit mee gestopt. Ik kocht mijn eerste LP op 14-jarige leeftijd (“A single man” van Elton John) en heb de platenspeler nooit de deur uit gedaan. Er zijn mensen die eerst al hun LP’s bij het grofvuil hebben gezet, daarna alles op CD hebben aangeschaft en nu vinyl herontdekken en weer een nieuwe platencollectie aanleggen. Zo blijf je bezig. Door je totaal niks aan te trekken van wat er in de reclame wordt verkondigd en wat de waan van de dag is, realiseer je je dat het eigenlijk maar om 1 ding draait: muziek. Of het nou op een zwarte schijf, tape, spaigelploatje (CD in het Gronings) of digitaal bestand staat. Het zijn alleen maar middelen om jou aan het kopen te houden. Wat mij betreft was de CD nooit uitgevonden en om eerlijk te zijn was ik heel tevreden met de VHS videoband.

Dat je op den duur toch overstag gaat om ‘mee’ te gaan met de mode, is vaak omdat je er in zekere zin tot toe gedwongen wordt. Opeens is jouw favoriete artiest of film niet meer verkrijgbaar via het oude medium en moet je wel. Zij winnen en jij zit met vier verschillende geluidsdragers opgescheept.

Maar goed, laat ik niet op mijn 41e als een ouwe kerel gaan zeuren. Het punt wat ik wil maken is: ik ben een beetje technologie-moe. En het milieu ook. Laten we ons de komende tijd gaan richten op hergebruik en niet meer dingen gaan uitvinden die totaal overbodig zijn.

Een aantal van mijn LP’s.

Geen mening

Mopperend trekt hij de conclusie: de mensen gaan de straat niet meer op. Het is één en al individualisme. Niemand lijkt zich meer te bekommeren om een ander. De man voelt zichzelf een echte ouderwetse vertegenwoordiger van het volk. Hij komt op voor de gewone man en heeft schijt aan geldverslindende kapitalisten.

Vroeger werd er nog wel eens een demonstratie gehouden. Dan gingen we de straat op, zegt hij. Toen leken mensen zich nog bezig te houden met ‘grote zaken’. Nu is het allemaal oppervlakkig. Al die huiselijke verhaaltjes op Facebook. Is dat waar mensen zich nu mee bezig houden?

De tijden zijn veranderd. Ik heb als kind ook eens met mijn ouders meegelopen met een kernwapen-demonstratie. In die periode, begin jaren tachtig, werd er veel gedemonstreerd en je zou kunnen zeggen dat het toen ook een beetje een hype was. Want de wereld is er niet eerlijker en rechtvaardiger op geworden in de tussentijd. Toch wordt er een stuk minder gedemonstreerd.

Laten zien dat je betrokken bent bij maatschappelijke ontwikkelingen wordt als normaal gezien. Je moet toch overal een beetje over kunnen meepraten. Als je ergens geen mening over hebt, dan wordt je meewaring aangekeken. Er wordt bijna van je verwacht dat je over de meeste dingen wel een mening hebt.
Maar er is gewoon teveel. Teveel media, teveel onderwerpen, teveel mensen waarover je een mening zou kunnen hebben.

Ik betrap me erop dat er, bij het ouder worden, steeds meer dingen bij komen waar ik dus geen mening over heb. Niet omdat het me niet interesseert, maar omdat dingen te complex zijn of te diffuus. Dit weekend had ik het met vrienden over de wet die er zou komen om het mogelijk te maken dat mensen vroegtijdig uit het leven stappen. Ik breidde al snel een eind aan het gesprek, want dit is zo’n lastig onderwerp waarover je eigenlijk niet kunt oordelen als je er nog nooit mee te maken hebt gehad. Zelfde met zaken als abortus. Het is lekker gemakkelijk om met je mening klaar te staan terwijl je het sowieso als man al niet kunt vatten hoe het is om een kind bij je te dragen. Geen mening hebben is niet hetzelfde als niet nadenken. Sterker nog, als je vaak even langer over iets nadenkt kom je tot de conclusie dat het niet zo eenvoudig is om er over te oordelen.

Het idee dat we allemaal onze blik moeten verbreden wijs ik af. Het is geen schande om af en toe je schouders op te halen over zaken in onze onoverzichtelijke, drukke wereld.

Doe effe rustig

Ik las net een leuke column van Jeffrey Wijnberg waarin hij stelt dat iedereen zich zo laat opjagen. Mensen praten sneller dan ooit en leven alsof de duivel hun op de hielen zit. Dat ik zelf niet meer tot die wereld behoor ontdek ik wanneer ik de TV aanzet. Het is één en al kabaal, drukdoenerij om niks en ik word er alleen maar onrustig van. Het zal geen verrassing zijn dat de TV hier nog maar zelden aanstaat, en dan alleen voor een leuke serie waar we met onze volle aandacht naar kijken. In plaats van dat doelloze zappen van het ene naar het andere programma en zonder die vreselijke reclames die veel te vaak en veel te hard voorbijkomen.

Ik herinner me een sollicitatie van enige jaren terug. De eigenaar van het bedrijf gaf me een rondleiding door het pand, maar deed dat op zo’n hoog tempo dat ik er nauwelijks iets van mee kreeg. Op een gegeven moment besefte ik me dat ik eigenlijk helemaal geen zin had om me zo te haasten en ging ik een stuk trager lopen en beter om me heen kijken. Het is uiteindelijk niks geworden. Sowieso is de reclamewereld voor mij veel te hip en te commercieel. En, inderdaad, te jachtig.

Het lijkt er in onze maatschappij op dat je je maar moet aanpassen. Maar ik bedank daarvoor. Ik geloof er heilig in dat iedereen zijn eigen tempo heeft. Gister hoorde ik nog een verhaal van een man die niet goed op zijn werk kon meekomen. Daardoor werd hij depressief en kreeg hij anti-depressiva voorgeschreven. Symptoombestrijding van het ergste soort. Nu hij in de ziektewet zit is het onduidelijk of hij wel terug wíl of kán komen. Uiteraard staan er voor hem ook weer tien anderen te wachten om zijn plaats in te nemen.

Sommige dingen doe ik in een hoog tempo. Het schrijven van dit stukje kost me amper tien minuten. Maar ik hou ervan om af en toe pas op de plaats te doen. Om me heen te kijken zodat het leven niet aan me voorbij gaat. Want daar is het veel te kort voor.

1 2