Volzinnen en kreten

Toen ik dinsdagavond muziek zat te maken met twee begintwintigers besefte ik me twee dingen:
– wat hun leeftijd betreft zouden ze een zoon of dochter van me kunnen zijn.
– in tegenstelling tot mij spreken ze niet in volzinnen maar in losse kreten.

Dat laatste is echt iets van deze tijd. Het lijkt er wel op dat mensen steeds sneller gaan praten en hun zinnen korter maken. Alsof er constant een gevoel is dat er tijd gewonnen moet worden. Ik merk dat het me steeds meer moeite kost om te volgen waar mensen het eigenlijk over hebben. Vooral door nietszeggende toevoegingen als ‘dat is gewoon, eh, zeg maar, best wel awkward’ of ‘ik vind het aan één kant best wel chill, maar aan de andere kant ook best moeilijk om er iets van te vinden’. Deze manier van praten lijkt het tegenovergestelde te zijn van wollig taalgebruik, maar het is naar mijn idee even vaag. Het probleem is dat iemand die wel rustig en in volzinnen praat er amper een woord tussen kan krijgen.

Ik snap best dat dit gejaagde taalgebruik ook komt door TV-programma’s en vloggers op You Tube. Veel mensen lijken te praten alsof er nog een trein gehaald moet worden en zijn blijkbaar bang om niet interessant gevonden te worden als ze het wat rustiger aan doen. Zo maak ik regelmatig mee dat ik tijdens het vertellen van een verhaal door iemand wordt onderbroken die vervolgens een voorbarige conclusie trekt die niet klopt. Zo is het net alsof een verhaal niet te lang mag duren, uit angst om de aandacht van de luisteraar te verliezen.

Ik wil niet overkomen als iemand die klaagt over ‘de jeugd van tegenwoordig’, want oudere mensen doen net zo hard aan de trend van het snelpraten mee. Toen wij een aantal maanden geleden een rondleiding kregen in een museum, vuurde de man zijn woorden als een kanon op ons af en moest je je echt goed concentreren om er een duidelijk verhaal van te kunnen maken.

Nou is het voor velen ook moeilijk om tot de kern te komen; veel details die mensen vertellen leiden af van waar het eigenlijk om gaat. Ik moet ook altijd hard lachen als ik bij mensen op visite ben die al aan het begin van hun verhaal stranden.

Hij: “We waren maandag op weg naar de supermarkt toen…”
Zij: “Nee, dat was dinsdag. Maandag zat jij bij de tandarts.”
Hij: “Nee, dat was woensdag. Want daarna zijn we nog naar jouw moeder geweest.”
Zij: “Nee, we zijn maandag na het boodschappen doen bij ma geweest.”
Hij: “Nee hoor, we hebben de boodschappen gelijk naar huis gebracht.”

Voor de aanhoorder is het helemaal niet zo interessant wanneer het één en ander plaatsvond. Die wil juist een duidelijk verhaal zonder al teveel onbelangrijke details.

Zo blijkt wel dat goed communiceren best een hele toer is. Iedereen worstelt er wel eens mee. Maar ik hoop wel dat de maximale snelheid van het spreken inmiddels bereikt is. Want dan is alles een stuk beter te volgen.

Hork of heks

Het gaat de laatste tijd vaak over de relatie tussen mannen en vrouwen onderling, waarschijnlijk geholpen door de hele #metoo kwestie. Vaak zitten de haantjes in een positie om de andere sekse gemakkelijk te kunnen kleineren, of dat nu geldt voor priesters of schoolmeesters die hun handen niet thuis kunnen houden of hitsige filmproducenten. Het gevolg is dat veel mannen zich door al dit mediageweld gaan schamen voor hun eigen geslacht. Aan 1 kant is dat begrijpelijk, want als ik een verhaal hoor over loverboys of kinderverkrachters ben ik bijna dankbaar dat ik geen kinderen heb. De wereld zou heel wat beter af zijn zonder mannen die hun lusten niet kunnen beheersen en wat mij betreft mogen ze misbruik en verkrachting nog veel hoger bestraffen dan nu al gebeurt. Aan de andere kant is het gevoel van schaamte een beetje bizar, want waarom zou je alle brave mannen op 1 lijn zetten met die viespeuken die hun fatsoen niet kunnen houden?

Toen ik vanmorgen het opiniestuk van André Doorlag in het Dagblad van het Noorden las, vroeg ik mij af waarom hij het zo voor het mannelijk geslacht opneemt. Is dat om te benadrukken dat er heus nog wel verstandige exemplaren rondlopen óf om aan te kaarten dat mannen ondanks hun ‘tekortkomingen’ ook nog wel hun goede kanten hebben. Geen wonder dat een aantal mensen al flink uit hun slof zijn geschoten en ik kan me dan ook voorstellen dat er morgen in diezelfde krant wel een aantal boze brieven zijn te lezen.

Ik moest even denken aan die andere psycholoog uit Groningen, Jeffrey Wijnberg, die regelmatig boeken publiceert en eentje heeft geschreven over mannen en vrouwen. De prachtige titel is ‘Horken en heksen, de strijd tussen de seksen’. Een aanrader voor iedereen die zich niet alleen maar blind opwindt over de verschillen tussen mannen en vrouwen maar er ook van kan genieten en er zelfs om kan lachen. Wijnberg neemt het in dit boek, in tegenstelling tot het opiniestuk van Doorlag, juist voor vrouwen op. Ieder hoofdstuk begint met de regel: ‘Vrouwen hebben altijd gelijk en mannen worstelen daarmee’. Wijnberg schuwt de provocatie niet en ik vraag me af hoe serieus het stuk van Doorlag is. Maar ik weet wel dat de discussie nog lang niet ten einde is. Zelf denk ik dat we elkaar nodig hebben. Mannen en vrouwen. Zonder de ene niet het andere. Behalve de verschillen zijn er veel meer overeenkomsten. Misschien goed om daar eens naar te kijken.

Cijfers

Door de zogenaamd vooruitstrevende technologie kan tegenwoordig alles in cijfers uitgedrukt worden en dat levert heel veel kromme informatie op. Zo hoor je in de media vaak dat er allerlei cijfers gedaald of gestegen zijn (koopkracht, werkeloosheid, huizenverkoop) maar dat zijn over het algemeen gemiddelden. Maar als je buurman loonsverhoging krijgt en jij niet, is de koopkracht gemiddeld dus gestegen zonder dat jij daar profijt van hebt. Zo kan het best zijn dat als je leest dat de werkloosheid ergens is gedaald, dat dit komt doordat er mensen zijn overleden, verhuisd of dat hun maximale WW-periode is afgelopen.

Cijfers en gemiddelden zeggen niets over het welzijn van mensen. Zo maak je mij niet wijs dat er iemand is gebaat bij zoveel werkdruk in de zorg; daar draait het alleen maar om cijfers en geld en niet meer om mensen. Toen ik oma’s ongebruikte medicijnen (ter waarde van duizenden euro’s) bij de apotheek inleverde, kreeg ik te horen dat deze allemaal vernietigd worden. Geldverspilling van de ergste soort. Vooral als je nagaat dat er ergens iemand een toilet in 90 seconden moet schoonmaken, omdat een computer heeft uitgerekend dat dit kostendekkend is.

Waarom moest mijn oma 6 uur op een brancard liggen en wilden ze haar liever niet in het ziekenhuis opnemen? Niet alleen om de kosten, maar ook omdat het ziekenhuis het sterftecijfer zo laag mogelijk wil houden.

Pakweg twintig jaar geleden was het doodnormaal als iemand van 55 jaar met de VUT ging. Nu lees ik dat mensen in die categorie, ‘ouderen’, de maatschappij geld kosten omdat ze niet aan het werk zijn. Alsof die mensen daar zelf voor hebben gekozen. Door alle automatisering zijn veel banen overbodig geworden en is het zelfs als 40-plusser al moeilijk om een vaste aanstelling te vinden.

Vrijwilligerswerk doen is een goede zaak, behalve als het gaat om werk wat eerder gedaan werd door een betaalde kracht. Triest is het verhaal van 3 mensen die ontslag kregen bij PostNL in het sorteercentrum in Kolham en hun banen vervolgens overgenomen zagen worden door bijstandgerechtigden. 1 van hen solliciteerde op dezelfde baan die hij op dat moment GRATIS deed en werd afgewezen. Als reden werd gegeven dat hij niet in aanmerking kwam voor een baan omdat hij eerst het bijstandstraject moet afwerken.

Het is een kromme wereld als er met de vingers naar de mensen wordt gewezen. Mensen willen best werken, maar op het moment dat betaald werk verdwijnt dan wordt het hoognodig tijd voor een basisinkomen. Want als de grootste categorie van de mensen zonder werk (en geld) zit dan valt er namelijk niets meer uit te rekenen.

Gezelschapsspelletjes

Toen ik twee weken geleden tegen een 25-jarige knul zei dat ik op mijn 35e al zo goed als afgeschreven was voor de arbeidsmarkt, zag ik zijn gezicht betrekken. Ook al overdreef ik een beetje toen ik dat gegeven als een reden gaf om kleine zelfstandige te worden; het was wel het gevoel dat ik kreeg na de zoveelste afwijzing. Maar zo nu en dan kijk ik uit nieuwsgierigheid nog wel eens of er vacatures zijn en dan valt het me op dat de gestelde eisen niet alleen meer over het werk zelf gaan. Stiekem wordt er ook gekeken of iemand in een ‘team’ past en of hij of zij het ziet zitten om op vrijdagmiddag ‘ongedwongen’ een potje te tafelvoetballen of te biljarten. Van zoveel gezelligheid op het werk keert mijn maag zich om.

Op de website van een reclamebureau waar ik laatst contact mee had, staat het verslag van een feest dat ze onlangs hadden. Een foto van hun deelname aan een ‘real life game’, compleet met malle pakken en helmen op en ze schoten op elkaar met speelgoedwapens. “Het was supervet” staat er te lezen. Noem mij een zuurpruim, maar voor geen geld zou ik aan zoiets meedoen. Dit heeft helemaal niets met werken te maken en als dit onder ‘teambuilding’ valt zie ik er al helemaal geen heil in. Je collega’s hoeven geen vrienden te zijn. Ik werkte in het verleden prima samen met mensen waar ik totaal geen band mee had.

Tegenwoordig moet alles altijd maar gezellig zijn en o wee als er zich een zuurpruim onder het personeel bevindt. Voordat diegene het weet wordt ie afgeserveerd omdat er ‘geen klik’ meer is of omdat er een ‘verschil in visie’ is. Hardop zeggen dat je vooral werkt voor het geld is ook een taboe, want volgens sommigen is werk zo zaligmakend dat ze het desnoods gratis en 24 uur per dag zouden willen doen. Pas als ze na een tijd weer van hun burn-out bekomen zijn, denken ze er opeens anders over. Of staan ze weer in de startblokken om dezelfde fouten opnieuw te maken.

Iemand een ‘baas’ noemen zou ouderwets zijn, net zoals het begrip hiërarchie zijn beste tijd heeft gehad. Maar de man die met een glimlach op zijn gezicht zegt ‘dat we het allemaal samen moeten doen’ kan jou er zo uit knikkeren. Dus een beetje afstand houden is helemaal niet zo onverstandig. Door al die gezelschapsspelletjes op het werk kunnen mensen dat wel eens vergeten.

Welke collega’s?

Smart of dumb?

Laatst sprak ik iemand die nog niet in het bezit was van een smartphone. Hij zag het nut er niet van in en zweerde bij zijn dumbphone. Nou is het ook absoluut waar dat je meestal niets mist als je het nooit hebt gehad. Om die reden heeft het ook jaren geduurd voordat ik zelf een iPhone kocht. Maar ook de hoge aanschafprijs van 400 euro zorgde ervoor dat ik er eerst een paar nachtjes over ging slapen in plaats van mij ‘s ochtends vroeg tussen de hongerige wolven voor de Apple Store te begeven. De wetenschap dat een smartphone meer een zakcomputer is dan een telefoon trok me uiteindelijk over de streep, want het leek me handig om voor kleine handelingen niet steeds de iMac op te hoeven starten.

Voor de jeugd is het inmiddels zo vanzelfsprekend om een smartphone op zak te hebben dat ze waarschijnlijk liever hun broertje of zusje zouden willen inruilen dan hun favoriete apparaatje. Ik zag laatst een pubermeisje onhandig haar fiets parkeren terwijl ze haar phone in haar hand had en moest denken aan mijn opa, die altijd een brandende sigaret bij zich had terwijl hij aan het klussen was. Handig is het niet en op mij komt het even verslavend over als roken, maar goed.

IMG_1346Dat niet alleen een groot deel van de jeugd verslaafd is aan hun smartphone, bleek zaterdag uit een artikel van een dagbladjournalist. Hij had zijn mobiele gebruik gemeten met behulp van een app en kwam tot de conclusie dat hij wel twee uur per dag besteedde aan het checken van zijn statussen op Feestboek en Twieter. Al zijn dagelijkse handelingen onderbrak hij door gelijk te reageren op de meldingen van zijn telefoon. Zijn vrienden en vriendin kregen het gevoel dat ze er niet meer toe deden en nu wil hij zijn verslaving onder handen nemen.

Opvallend vond ik dat er in zijn artikel stond dat mensen als Steve Jobs hun kinderen weghielden van mobiele apparaten. Stel je voor dat ze eraan verslaafd zouden raken…

Ik vind zowel mijn iPhone als iPad erg handig, maar gebruik ze met mate. Af en toe zet ik alles uit en dat vind ik heerlijk. Sommige mensen kunnen zichzelf niet bedwingen en gaan over tot hardere maatregelen: ze heffen hun Feestboek account op en kopen weer een dumbphone. Binnenkort verschijnt de nieuwe versie van een oude klassieker, de Nokia 3310. Misschien dat een categorie mensen de telefoon aanschaffen en de smartphone weg doen. En dan is het cirkeltje weer rond.

Volgens mij is de kunst vooral om de baas te blijven over je smartphone in plaats van andersom. Niet teveel apps gebruiken die meldingen geven (en stiekem in de bestanden op je telefoon kunnen loeren) en af en toe gewoon uitzetten. Dan is het stil. Net als vroeger.

1 2 3 6