In de bajes

Sinds kort hebben mijn vrouw en ik een museumjaarkaart. Ik denk dus dat de komende tijd wat blogs zullen verschijnen over onze bezoeken. Het eerste bezoek was een paar weken geleden, in het gevangenismuseum in Veenhuizen. Deze stond boven aan de lijst en het was zeker de moeite waard om daar een kijkje te nemen.

Als je door Veenhuizen rijdt, valt het je op dat de veelal statige huizen aan het kanaal allemaal spreuken bevatten. Meer dan 100 gebouwen zijn rijksmonumenten.

Het voormalig werkgesticht wat nu is omgebouwd tot een museum bevindt zich in een prachtige groene omgeving. Ondanks de drukte van de vele bezoekers heerste er een serene rust. Ook al is de kalme sfeer erg prettig, het voelt ook een beetje sinister. Want je beseft je terdege dat je op een plek bent waar heel wat is gebeurd.

In het eerste deel van het museum wordt je geconfronteerd met de vele pijnlijke en onmenselijke manieren van straffen in de middeleeuwen. Een houten pijnbank, een radbraakkruis, hand- en voetboeien. Vaak vonden deze martelingen in het openbaar plaats. Niet zelden werd er een onschuldige ter dood veroordeeld.

In latere jaren werd het beleid veel milder. Maar eigenlijk pas sinds de twintigste eeuw werden gevangenen gezien als mensen met niet alleen plichten, maar ook rechten. De cellen werden groter en luxer, en gedetineerden kregen de kans om zich te ontwikkelen tijdens hun tijd in de bajes.

Sommige mensen deden een poging om te ontsnappen. In 2010 wist Tottie Kiel uit de Bredase gevangenis te ontsnappen door een tunnel te graven. Na zes weken op vrije voeten te zijn geweest, werd ze weer opgepakt om de rest van haar straf uit te zitten. Er verscheen een boek van haar verhaal.

Door het laatste deel van het museum ben ik anders gaan denken over criminaliteit. In deze ruimte werd aandacht besteed aan het persoonlijke verhaal van een aantal gevangenen. Behalve mensen die door allerlei (geld)problemen het verkeerde pad op zijn gegaan, zijn er ook mensen waarvan het criminele gedrag genetisch bepaald is. Zij hebben moeite met het beheersen van hun impulsen en kennen weinig discipline. Iets om over na te denken.

bajes

Podium

Dankzij Social Media hebben veel mensen tegenwoordig een podium. Deze wordt niet alleen gebruikt om gebeurtenissen met anderen te delen, maar ook om meningen en gedachtes te ventileren. Laatst verwonderde een Facebook vriend van mij zich erover dat sommige mensen over ‘teveel vrije tijd’ zouden beschikken, omdat ze allerlei dwingende zaken delen waar zij niet op zat te wachten. Ik denk dan bij mezelf, scroll snel door als je iets ziet wat je niet bevalt. Maar iedereen vindt natuurlijk zijn eigen berichten het belangrijkst, terwijl niemand eigenlijk kan bepalen wat de moeite van het delen waard is. Dat is nou eenmaal persoonlijk en het recht van een ieder die zich op Social Media begeeft.

Maar goed, ik snap wel wat ze bedoelt. Ik betrap me er ook wel eens op dat ik de tijd zit te doden als ik status-updates lees als ‘Vanavond ga ik lekker met mijn mannetje op de bank TV kijken’. Voor de persoon die zoiets op internet zet is het leuk dat het kan, maar het is maar de vraag of er iemand is die zoiets wil lezen.

Het is ook een stukje psychologie. We zijn allemaal nieuwsgierige wezens en als het gedrukt (of op internet) staat, lijkt het een beetje alsof het belangrijk is. Zo kun je na een half uurtje Social Media het gevoel hebben dat je weer helemaal op de hoogte bent, maar weet je tegelijkertijd eigenlijk niet wat je met al die informatie moet. En of de doelbewuste informatie ook klopt.

Er zijn veel eet-goeroes die ons willen overhalen om op hun manier te eten, maar is dat niet vooral omdat ze bevestiging zoeken? Soms ontstaan er allerlei discussies, zoals of het eten van broccoli nu wel of niet kanker kan voorkomen. Zo is het moeilijk om feiten van fabels te onderscheiden, omdat het allemaal ergens wordt vermeld en wanen mensen zich deskundig omdat ze iets op Facebook hebben gelezen. Mensen gaan de discussie aan met iemand die gestudeerd heeft over iets wat voor hen heel aannemelijk klinkt maar wat totaal ongefundeerd op het wereld wijde web is gezet.

We zijn als mensen afhankelijk van anderen om ons beeld te kunnen vormen. Maar wat gebeurt er als je met zoveel informatie wordt bestookt dat dat steeds onduidelijker wordt? Heel veel dingen in het leven zijn niet zwart/wit en veelal relatief. Desondanks ga je door Social Media toch nadenken over zaken waar je je normaliter verre van zou houden. Het idee ontstaat dat je eigenlijk over van alles een mening zou moeten hebben. Iemand die meldt dat hij tegen een bepaald wetsvoorstel is, wil eigenlijk vooral bijval van zijn trouwe volgers. Zo kom je uit op het doel van het hebben van een podium: het verlangen naar applaus.

Klop, klop

Vanmorgen is oma haar gootsteen weer ontstopt. Haar zwanenhals zat helemaal dicht en dat had voor een waterbad gezorgd in het eromheen liggende keukenkastje. Ik trof oma’s thuishulp bij de supermarkt en die vertelde dat ze tegen de loodgieter had gezegd dat ze maar nooit meer jus in de gootsteen moest laten lopen. Dit leek hem een goed plan. Zoiets zou ze nooit aan mij toegeven. Ik weet niet anders dan dat de gootsteen altijd uit zichzelf verstopt raakt. En dat al haar buren daar last van hebben. Dat het dus niet aan haar ligt.

Ik vroeg oma’s thuishulp of ze wist dat oma ‘s nachts bij mensen aanbelde. Toen de huismeester mij dit een paar weken geleden vertelde kon ik dit niet geloven. De thuishulpdame ook niet. “Eens in de zoveel tijd wordt er zoiets geroepen in het bejaardentehuis,” zei ze, “elke keer is er weer een andere zondebok.”
Ik vond het al een straf verhaal. Zo sociaal is oma niet en voor zover ik weet is ze nog niet dement. Ik zie haar niet zo snel midden in de nacht uit bed kruipen en in pyjama op de gang lopen. Je weet het natuurlijk nooit. Maar de thuishulpdame zei dat ze eerst maar eens voor bewijs moesten zorgen. Want anders is het niet hard te maken.

Dit werpt ook een ander licht op wat er twintig jaar geleden over mijn oudtante beweerd werd. Ze zou naakt over de gang hebben gelopen en bij een buurvrouw in bed zijn gekropen. Ik nam destijds klakkeloos aan dat dit de waarheid was. Maar oma’s mantra is altijd dat iedereen zoveel zit te kletsen en het zou in dit geval best kunnen dat ze gelijk heeft.

Tegenstem

De schok was vanmorgen groot: Trump wordt de nieuwe president van de Verenigde Staten. Veel mensen (waaronder ikzelf ook) hadden niet gedacht dat hij zou winnen van zijn rivale Hillary Clinton. Wat was het mooi geweest als de VS voor het eerst een vrouwelijke president zou krijgen. Een mooie prestatie na Barack Obama, de eerste zwarte Amerikaanse president.

De Amerikaanse droom is niet opeens aan duigen, die was al jarenlang voor veel mensen ongeloofwaardig geworden. In veel gevallen worden dubbeltjes geen kwartjes in het land van Uncle Sam. De frustratie onder het volk is alleen maar gegroeid. Mensen hebben soms drie baantjes om rond te komen en zelfs dan raken ze nog in de problemen. Trump heeft deze mensen blijkbaar hoop gegeven op een betere toekomst. Naar mijn idee is hij vooral zo groot geworden omdat mensen door op hem te stemmen feitelijk een tegenstem gaven. Een stem tegen het systeem. Hetzelfde wat Wilders-stemmers vaak ook doen.

In maart gaan wij stemmen.

Ik denk dat het grootste probleem is dat de reguliere politieke partijen geen antwoord hebben op de frustraties waar veel mensen mee zitten. Ik voel mij ook niet vertegenwoordigd door de Nederlandse regering. Zij richten zich, naar mijn idee, alleen op het rijkere deel van de bevolking.

Op een gegeven moment ben je het zat om altijd maar hetzelfde liedje te horen dat onze regering al decennia lang zingt: lastenverzwaringen, bezuinigingen en werkloze mensen moeten achter de broek gezeten worden. Daar win je op een gegeven moment geen kiezers meer mee. Niet dat iedereen maar op de populistische toer moet gaan. Maar ook in ons land worden de rijker nog steeds rijker en de armen armer en je ziet waar dit tot kan leiden. Tijd voor een partij die niet zozeer populistische taal uitslaat, maar écht opkomt voor de mensen die buiten de boot vallen. En die groep is groter dan ooit.

Muziekbeurs

Afgelopen weekend werd de Messe van Musik Produktiv in Ibbenbüren gehouden. Een beurs waar veel muziekinstrumenten en apparatuur werden getoond, getest en verkocht. Ik deed mee aan een ukelele workshop en een cajon workshop. Uiteraard waren er ook diverse aanbiedingen te vinden, waaronder een leuk electronisch drumstel van Roland, die ik bijna had gekocht. Tussen al dat moois kriebelt het echt om van alles aan te schaffen, maar de nuchtere geest houdt je ook weer voor dat sommige aanbiedingen niet eens zoveel voordeliger zijn dan de prijzen die je op het internet tegenkomt. Je wordt vooral aangespoord door de enthousiaste medewerkers en de opeen gestapelde dozen.

Het bordje ‘beursaanbieding’ geeft je het gevoel van ‘nu of nooit’, maar als ik op het wereld wijde web zoek naar de nieuwprijs van het electronische drumstel dat in de aanbieding is, kom ik erachter dat het verschil slechts 50 euro is. Okay, het is 50 euro. Maar dat is een stuk minder dan je zou verwachten op een beurs als deze. Bovendien vind ik het niet netjes dat een ieder die iets had gekocht, bij de uitgang de inhoud van zijn tas(sen) moest tonen, samen met de aankoopbon. Niet echt klantvriendelijk. Ik en mijn twee vrienden gingen met lege handen naar huis en konden dus zo doorlopen.

Ondanks deze kritische noot was het genieten geblazen. De vele demonstraties waren imposant en amusant (vooral de Nederlander die een Yamaha synthesizer demonstreerde werkte af en toe flink op de lachspieren). Het is tijdens zo’n dag ook altijd mooi om te zien dat er nog steeds veel mensen gepassioneerd bezig zijn met muziek. Je ziet alle rangen en standen voorbij komen. Van studentikoze types tot oude rockers, het is een soort samenkomst van gelijkgestemden.

Een gokje wagen

Ik houd niet van gokken. Toch waag ik wel eens een gokje als mijn vrouw en ik naar de Miljoenenjacht van de Postcodeloterij kijken. Tijdens de uitzending kun je kans maken op maar liefst 10.000 euro als je een sms-je naar het nummer 3030 stuurt. Een fijn bedrag en voor de kosten van zo’n berichtje (ongeveer 50 cent) hoef je het niet te laten. Tegelijkertijd is het eigenlijk een rare gedachte. Als je niet van gokken houdt, moet je dit niet doen én zou je ook niet naar dit programma moeten kijken. Maar goed, het vlees is zwak en je krijgt toch een beetje een hebberig gevoel van de door Linda de Mol gepresenteerde show.

Toen de bank mij jaren geleden voorstelde om een beleggingsrekening te openen, bedankte ik voor de eer. Sorry, ik heb er geen zin in om mijn zuurverdiende geld in de waagschaal te gooien. ¨Maar meneer, er zijn nauwelijks risico’s aan verbonden.¨ Onzin natuurlijk. Bij het gokken gaat het juist om risico. Des te hoger het risico, des te meer valt er te winnen en te verliezen. Net zoals in Miljoenenjacht. Het fascineert mij juist dat het toeval zo’n grote rol speelt. Meer nog dan dat ik zelf naast Linda voor het duivelse dilemma van wel of niet doorspelen kom te staan. Wie weet druk ik wel te vroeg op de knop of ga ik te lang door.

Afgelopen zondag was de laatste aflevering van dit seizoen. De winnaar won een prachtig bedrag van 175.000 euro. Ik keek even op Twitter naar de reacties van een aantal kijkers en kwam het woord ‘kansspelbelasting’ tegen. Tja, de belastingdienst wil natuurlijk ook een graantje meepikken. 29 procent om precies te zijn. Dit wordt door de Postcodeloterij zelf afgedragen en de voorgenoemde winnaar zal dus geen 175.000 maar 124.250 euro ontvangen. Met het sms-spel kun je geen 10.000 euro winnen, maar daar blijft na aftrek van de belasting 7.100 euro van over. Dat zijn toch hele andere bedragen! Ik geef toe, het blijft allemaal veel geld. Maar ik zou een stuk minder snel naar mijn telefoon grijpen als ik wist dat er zoveel afgedragen moest worden.

De Postcodeloterij schenkt 50 procent van hun opbrengst aan goede doelen, 20 procent gaat naar marketing en andere kosten en 30 procent is prijzengeld. Eigenlijk dus maar een klein deel. Waarschijnlijk zien ze zichzelf vooral als goede-doelen-organisatie. Maar het is niet aan mij besteed. Je kunt nog altijd beter een vast bedrag per maand sparen dan ermee te gokken. De kans dat je wint is heel erg klein.

Telefonische verkoop

Iemand probeerde me laatst weer iets telefonisch te verkopen. Stomvervelend. De man aan de andere kant van de lijn vroeg wat ik zou doen als er brand in ‘mijn bedrijfspand’ zou uitbreken. Ik zei dat ik altijd alle brandjes zelf blus. En waarmee ik dan ging blussen: water, zand of CO2. Ik zei: ‘Meestal met alle drie, zodat ik zeker weet dat het allemaal goed komt.’ Nog een paar woorden ter afronding en toen was het gesprek alweer afgelopen. Ik geef toe, een beetje kinderachtig van mij om zo te reageren. En ik ben zeker een voorstander van brandpreventie en sta ook geheel achter het feit dat je hier niet te licht over moet denken. Maar het gaat om het principe. Ik koop niet aan de deur en ook niet aan de telefoon. Vooral niet van iemand die is ingehuurd door een bedrijf om een bepaald target te halen.

Jaren geleden belde er iemand van een factoringsbedrijf. Toevallig had ik net te maken gehad met een niet-betalende klant en ik zat daar op dat moment mee in mijn maag. Anders had ik allang opgehangen. De beller had een vasthoudendheid om ¨u¨ tegen te zeggen. Het lukte mij niet om een zinnig antwoord op zijn vragen te geven en hij hield me maar aan de praat. Op een gegeven moment wist de man me het gevoel te geven dat ik een torenhoog probleem had. Alsof niemand mijn facturen betaalt. Terwijl dat juist heel erg meevalt. In al die jaren slechts 1 debiteur die niet betaald heeft. Uit verhalen heb ik gehoord dat sommige factoringsbedrijven ook wel erg voortvarend te werk gaan en 1 dag na de verstreken termijn al actie ondernemen. Vaak wordt de ondernemer daar dan zelf op aangekeken.

Vlak nadat ik mij als zzp-er had ingeschreven, werd ik gebeld door iemand of mijn bedrijfsnaam op hun site vermeld mocht worden. Ik zou dan de vindbaarheid van mijn bedrijf vergroten en ze garandeerden 10 nieuwe klanten voor het komende jaar. De prijs van 360 euro vond ik aan de hoge kant. Toen ik het gesprek wou afronden, deed de dame een nieuw aanbod: het mocht ook voor 200 euro. Dat er in een paar minuten zomaar 160 euro afging, had me aan het denken moeten zetten. Maar naïef als ik was ging ik akkoord. Een jaar lang stond ik op een bedrijvenpagina. Een jaar later werd ik gebeld met de vraag of ik het contract wou verlengen. Ik zei dat het me geen goed plan leek. De vermelding had mij geen nieuwe klanten opgeleverd, zoals beloofd. De dame zei dat er weliswaar veel verwijzingen naar mijn site waren geweest. Maar dat had in elk geval niks opgeleverd! Een leuk staaltje van bedrog. Gemakkelijk geld verdienen.

Nog brutaler was de dame die meldde dat ik al op hun website vermeld stond, terwijl een snelle check van mijn kant het tegendeel bewees. ¨We hebben uw vermelding er tijdelijk afgehaald, omdat uw contract voorbij is.¨
Ik zei dat er geen sprake is van een contract; ik had van het hele bedrijf zelfs nog niet gehoord. Alhoewel, toch. Een jaar eerder hadden ze me ook al gebeld met de vraag of ik mijn contract wou verlengen. Maar toen was ik nog niet eens met mijn bedrijf begonnen!

Misschien dwaal ik af en zijn dit soort wanpraktijken niet te vergelijken met het brandpreventiebedrijf waarmee ik dit stukje begon. Maar telefonische verkoop is en blijft vervelend. Eigenlijk zou het verboden moeten worden. Want bij iedere aankoop heb je recht op een redelijke bedenktijd. En die wordt er dan vaak niet bij vermeld.

Nepberichten

Sommige mensen vertrouwen blindelings op alles wat er door de media verkondigd wordt. De ene na de andere onzinnige kreet wordt ongefundeerd de wereld in gegooid. Zo schijnen de huidige generatie twintigers allemaal minstens honderd jaar oud te worden en leven mensen met een groot Facebook netwerk langer. Waar deze stellingen op gebaseerd zijn blijft onduidelijk.

Het is natuurlijk ook gemakkelijk om tegenwoordig iets de wereld in te slingeren. Zet een verzonnen stelling op Twitter en in no-time is het gedeeld door honderden mensen. Maar dat ook websites als nu.nl zich hiermee bezighouden vind ik buitengewoon teleurstellend.

Je zou kunnen denken dat dit geen kwaad kan en dat de meesten wel doorhebben dat het om een echt of verzonnen bericht gaat. Maar reken er maar op dat veel populistische slogans klakkeloos geloofd worden, ook al klopt er geen hout van. Berichten dat ‘die buitenlanders’ bergen geld krijgen als ze in Nederland aankloppen zijn wel erg geromantiseerd, maar toch zie ik ze regelmatig op mijn tijdlijn voorbij komen en gedeeld worden door duizenden mensen. De kritiek is dan niet van de lucht. Kritiek op iets wat verzonnen is. Iets wat mensen opfokt. Iets dat er voor zorgt dat andere mensen met de nek aangekeken worden. ‘Ik heb het gelezen op internet dus het zal wel waar zijn.’ 
Websites als Nieuwspaal en De Speld schudden de boel op. Ze schrijven nepberichten om mensen aan het lachen te krijgen. Toch trapt menigeen erin. Zo gebeurt het regelmatig dat hun grappig bedoelde artikelen massaal worden gedeeld en talloze emotionele reacties opleveren. Niet iedereen heeft hetzelfde gevoel voor humor. Niet iedereen heeft het inzicht om in te zien wat echt is en wat niet. Vroeger las je hooguit 1 keer per jaar een satirisch artikel in de krant. Dan wist je gelijk wat voor dag het was: 1 april.