Gootsteen

Langzamerhand raak ik er aan gewend dat ik tijdens ons koffie-uurtje bij oma haar gootsteen hoor borrelen. Waarschijnlijk heeft ze weer overgebleven jus en vet door de afvoer gegooid, zodat de boel weer langzaam aan het dichtslibben is. Een aantal jaren terug zat het zo vast dat ik een rioleringsbedrijf moest bellen. De loodgieter concludeerde niet alleen dat de boel muurvast zat, maar dat oma ook ladingen ontstopper had gebruikt. Iets wat ze zelf ontkende.

Ik als kleinzoon mag daar niets van zeggen. Zo had ik een keer het lef om te beginnen over een eerder incident in haar vorige huis. Met man en macht probeerden de loodgieters wat leven in de brouwerij te krijgen. Iets dat na lang spoelen lukte. Oma had zich erover beklaagd. Wat hadden ze een rommel gemaakt. Die kerels lopen zomaar met vieze voeten naar binnen en het hele achterhuis was vies. Dat zij al jarenlang hele ladingen vet en rotzooi door de gootsteen gooide mocht geen naam hebben. Ik had ongelijk en het lag aan de leidingen onder het huis. Alle buren hadden er ook last van. Bij navraag bleek dat niet zo te zijn.
Vanmorgen kwam ik de oude werkster van mijn oudtante tegen. Zij woonde dik twintig jaar geleden in de aanleunwoning recht tegenover waar mijn oma nu woont. Samen met de werkster haalde ik wat herinneringen op. We konden natuurlijk niet om haar dementie heen. Heel langzaam werd het duidelijk dat ze allerlei rare fratsen aan het uithalen was. Zo had ze een keer soep in de gootsteen laten lopen. Wat niet door het roostertje kon, zoog ze op … met een stofzuiger! 
Oude mensen en gootstenen, een gevaarlijke combinatie! 

Geen mening

Mopperend trekt hij de conclusie: de mensen gaan de straat niet meer op. Het is één en al individualisme. Niemand lijkt zich meer te bekommeren om een ander. De man voelt zichzelf een echte ouderwetse vertegenwoordiger van het volk. Hij komt op voor de gewone man en heeft schijt aan geldverslindende kapitalisten.

Vroeger werd er nog wel eens een demonstratie gehouden. Dan gingen we de straat op, zegt hij. Toen leken mensen zich nog bezig te houden met ‘grote zaken’. Nu is het allemaal oppervlakkig. Al die huiselijke verhaaltjes op Facebook. Is dat waar mensen zich nu mee bezig houden?

De tijden zijn veranderd. Ik heb als kind ook eens met mijn ouders meegelopen met een kernwapen-demonstratie. In die periode, begin jaren tachtig, werd er veel gedemonstreerd en je zou kunnen zeggen dat het toen ook een beetje een hype was. Want de wereld is er niet eerlijker en rechtvaardiger op geworden in de tussentijd. Toch wordt er een stuk minder gedemonstreerd.

Laten zien dat je betrokken bent bij maatschappelijke ontwikkelingen wordt als normaal gezien. Je moet toch overal een beetje over kunnen meepraten. Als je ergens geen mening over hebt, dan wordt je meewaring aangekeken. Er wordt bijna van je verwacht dat je over de meeste dingen wel een mening hebt.
Maar er is gewoon teveel. Teveel media, teveel onderwerpen, teveel mensen waarover je een mening zou kunnen hebben.

Ik betrap me erop dat er, bij het ouder worden, steeds meer dingen bij komen waar ik dus geen mening over heb. Niet omdat het me niet interesseert, maar omdat dingen te complex zijn of te diffuus. Dit weekend had ik het met vrienden over de wet die er zou komen om het mogelijk te maken dat mensen vroegtijdig uit het leven stappen. Ik breidde al snel een eind aan het gesprek, want dit is zo’n lastig onderwerp waarover je eigenlijk niet kunt oordelen als je er nog nooit mee te maken hebt gehad. Zelfde met zaken als abortus. Het is lekker gemakkelijk om met je mening klaar te staan terwijl je het sowieso als man al niet kunt vatten hoe het is om een kind bij je te dragen. Geen mening hebben is niet hetzelfde als niet nadenken. Sterker nog, als je vaak even langer over iets nadenkt kom je tot de conclusie dat het niet zo eenvoudig is om er over te oordelen.

Het idee dat we allemaal onze blik moeten verbreden wijs ik af. Het is geen schande om af en toe je schouders op te halen over zaken in onze onoverzichtelijke, drukke wereld.

De scheve toren van Ljouwert

schevetorenleeuwardenGistermiddag liep ik door de kleine kerkstraat in Leeuwarden. Ik liep langs de viswinkel waar ik jaren geleden met mijn moeder heel wat visjes heb weggehapt. Even verderop verscheidende culinaire winkeltjes die allerlei delicatessen verkopen. Voor een aantal van die winkels stonden kraampjes, waar je de aangeboden waren kon proeven. Diverse worstensoorten, koeken, noten en kaas.

Aan het einde van de straat kwam ik uit op een enorm plein met een grote toren. Hij bleek niet helemaal recht te staan. Ik was aanbeland bij de scheve toren van Leeuwarden. Grappig. Ik ben ooit langs Pisa gereden maar had geen trek om de befaamde toren aldaar te bekijken. Te cliché. Maar dat we er in het noorden ook eentje hebben is wel bijzonder.

De toren heet De Oldehove. In 1529 gebouwd, naast een kerkgebouw. Onder het bouwen begon de boel al te verzakken. Toch maar afgebouwd. Jaren later tijdens een grote storm stortte de kerk in. Deze werd afgebroken en zo bleef de toren eenzaam en alleen achter.

Stoppen met werken?

Ik weet het nog precies. Ik was net twintig, had drie jaar een vaste baan en verheugde me op een lange carrière. Belt er een gast van één of andere verzekeringsmaatschappij of ik wel eens over mijn pensioen nadacht. Ik zei dat mijn baas dat allemaal regelde. Dat antwoord was voor hem niet genoeg. Wellicht waren de pensioengelden op tegen de tijd dat ik 65 zou worden. Achteraf was het idee van opgesoupeerde pensioenen niet verkeerd gedacht. Maar ik zat op dat moment totaal niet op zo’n gesprek te wachten.

Vervolgens kwam de beste man met het verhaal dat ik ook zou kunnen overwegen om eerder te stoppen met werken. Het idee alleen al! Ik was nog maar net begonnen. Voor een niet misselijk maandelijks bedrag kon ik mijn werkleven met tien jaar verkorten. Het nut daarvan ontging me volledig. Ik bedankte voor de eer en hing de telefoon op.

Toch is dit korte gesprek mij altijd bijgebleven. Ook al zijn we nu twintig jaar verder. Ik leef nu in de wetenschap dat er misschien geen pensioen meer bestaat als ik vijfentwintig jaar ouder ben. Sterker nog, ik moet het nog zien of er dan überhaupt nog wel een AOW bestaat. Daarom ga ik er voor het gemak maar vanuit dat ik tot het einde der tijden aan het werk zal moeten zijn. Het is niet anders.

Je gaat er wel over nadenken. Had ik twintig jaar geleden een financiële planning moeten maken om daadwerkelijk eerder te kunnen stoppen? Er zijn genoeg mensen die het wél hebben gedaan. Jarenlang enorme bedragen apart zetten, leven als een monnik en dan ervan gaan ‘genieten’. Ik heb nooit zo geloofd in dingen uitstellen. Wel heb ik altijd een gezonde financiële huishouding gehad. Maar niet in die mate dat ik op mijn 55e kan stoppen met werken zoals bijvoorbeeld Gerhard. Hij heeft nog maar 25 jaar gewerkt maar is nu al met pensioen. Volgend jaar bereik ik dezelfde mijlpaal, maar ik ben dan nog maar 42.

Vond ik het twintig jaar geleden al voorbarig om over je pensioen na te denken, ik vind het nog steeds te vroeg om er teveel mee bezig te zijn. Toch lees je op het internet heel wat verhalen van mensen die er nu al over fantaseren om elke dag ‘vrij’ te zijn. Geen gezonde situatie. Waarschijnlijk hebben ze niet gekozen voor het werk waar ze van houden.

Maar ik heb gemakkelijk praten als zzp-er. Mijn lot ligt niet in handen van een werkgever die voor mij tien andere vervangers ziet. Of honderden. Niet dat het leven van een éénpitter er eenvoudiger en rooskleuriger uitziet dan dat van een willekeurige werknemer. Maar ik ben er na bijna zes jaar wel achter dat ondernemen heel erg leerzaam is en het geeft je daarom meer zelfvertrouwen om bij te kunnen sturen in moeilijke tijden. Dat hoop ik dan ook nog lang te kunnen doen.

Hoe de vlag er over twintig jaar bij hangt, wat pensioen en AOW aangaat, dat zien we dan wel. Je kunt niet alles in het leven vóór zijn.

Verschillen en veranderingen

Sinds een paar maanden speel ik in een bandje. Eigenlijk had ik me voorgenomen om dat nooit meer te gaan doen, maar het is altijd blijven kriebelen. De hoofdreden om niet meer in die trein te stappen was omdat ik het gedoe rond optreden niet meer wil. Het opbouwen, het sjouwen, het reizen, het wachten. Niets van dat alles is leuk. Het spelen wel. Maar dat is uiteindelijk maar een klein onderdeel van het geheel.

Maar ik heb nu vier gelijkgestemden in mijn eigen woonplaats gevonden die het muziek maken ook binnenskamers willen houden. Ongedwongen bezig zijn, zonder te willen optreden. Ideaal als je het mij vraagt!

Er is alleen één probleem: de band heeft twee toetsenisten. Gelukkig kunnen we allebei een beetje drummen, dus wisselen we elkaar af. Een noodoplossing eigenlijk en ideaal is het zeker niet. Maar zolang het goed gaat, gaat het goed. Tot nu.

De andere toetsenist is er sinds vandaag mee gestopt. Andere ideeën, niet geheel mee kunnen komen in het spontane repeteren en het daarom ook niet helemaal in de band passen waren volgens onze bandleider genoeg redenen om afscheid van elkaar te nemen. Het zij zo. Het voelt wel een beetje alsof het door mij komt. Het klikte namelijk vanaf dag één met de rest en het bleek al snel dat ik muzikaal wat verder was.

Twintig jaar geleden gebeurde precies hetzelfde. Uitgerekend de jongen die mij bij de band gehaald had, vertrok omdat hij zich niet meer bij de anderen voelde passen.
Je gaat toch denken: verschillen zijn soms al aanwezig maar komen pas aan het licht als er zich een verandering voordoet. Dan komen er opeens dingen aan het licht die anders verborgen zouden zijn.

1 34 35 36 37 38 39