Hardlopen

De broer van mijn tante doet mee aan de Spartathlon. Een hardlooptraject van maar liefst 246 kilometer die binnen 36 uur afgelegd moet worden. Een hele prestatie als je dat redt. Hij is dan ook al maanden aan het trainen. Op de verjaardag van mijn oom vertelde hij er het één en ander over. Een buurvrouw zei dat het toch niet gezond was, om zo ver en zo lang hard te lopen. Toch hoor ik vaak dat de endorfine die hardlopers en wielrenners aanmaken licht verslavend is. Daarom is het vast moeilijk te begrijpen voor mensen die niet tot nauwelijks aan sport doen.

Ik doe zelf niet aan sport. De enigste sport die ik ooit heb beoefend is tannis. Geen idee hoe ik op het idee kwam. Ik was beter in hardlopen. Tijdens schoolsportdag was ik één van de snelste. Ik heb mij er nooit in ontwikkeld, bang voor blessures aan mijn knieën. Een oud-collega heeft ooit zijn been gebroken tijdens een hardloopsessie. Reden genoeg om het bij wandelen en fietsen te houden, wat ik tot op de dag van vandaag met vaste regelmaat doe.

Jaren geleden liep ik na een dagje Zwolle terug naar de auto. Tot mijn verbazing was het hele centrum door hekken afgesloten. Geüniformeerde mannen en vrouwen die het verkeer omleidden. Bleek dat er een halve marathon gehouden werd! Ik kon dus nog lang niet naar huis!
Ik bleef langs de kant staan kijken en filmde de internationale renners met mijn compact-camera.  De Kenianen liepen er het vloeiendst over. Hun benen leken uitgerust te zijn met een vering zodat hun knieën minder belast werden. Toen viel me voor het eerst op dat iedereen een andere hardlooptechniek heeft. Sommige mensen hielden het niet lang vol en liepen het laatste stukje steunend en puffend.

Tegen elf uur was het afgelopen. Een Keniaan had gewonnen. Dat was geen verrassing. Ik reed weer naar huis. Ik wou nog een filmpje monteren van het gebeuren, maar dat is er nooit van gekomen. Maar het maakte wel indruk. Wat een uithoudingsvermogen. En dit was nog maar een stukje (21 km), vergeleken met de 246 kilometer die D. gaat lopen…

Groenten- en kruidentuin

Groentetuintje

Wie van een eigen moestuin droomt, maar opziet tegen het bijhouden ervan, zou eens kunnen overwegen om een vierkante metertuin te nemen. Een vierkante bak met latjes, opgedeeld in zestien vakjes. In april hebben wij er eentje gekocht en we hebben er zowel kleine plantjes als zaden in gepoot. Onder andere munt, koriander, rozemarijn, dille, courgette, tomaat en aubergine. De courgetteplant heeft al zeven courgettes geproduceerd en er zitten heel wat tomaten aan de tomatenplant, ook al zijn ze nog niet rijp. Het is een groot plezier om dagelijks de vorderingen te zien en je bent soms verbaasd hoe snel iets kan groeien na een paar zonnestralen en een forse regenbui.

Een zelfgekweekte courgette.

Vorig jaar hadden we een kruidenhoekje in onze tuin met maar liefst 18 soorten, maar dat werd op een gegeven moment toch een beetje een warboel. Sommige kruiden begonnen te woekeren, waardoor anderen niet de kans kregen om een beetje zonlicht te vangen en te groeien. Begin dit jaar kwamen we op het idee om de siertuin en de groenten-/kruidentuin te scheiden. Vervolgens kwam dus het plan om een vierkante metertuin aan te schaffen. Nu heeft iedere plant zijn eigen plek en overzie je het geheel beter.

Doordat de ruimte beperkt is, heb je ook meer zicht op wat er allemaal in de tuin gebeurt. Er zijn dit jaar veel slakken. Ik heb al een stuk of twintig voor straf naar een gemeenteperkje gebracht. Hier en daar zie je wel wat bladeren waar wat aan is geknabbeld, maar de schade valt mee. Er blijft weinig tot geen water in de metertuin staan, dit wordt via het worteldoek op de bodem afgevoerd.

Je eigen groenten en kruiden verbouwen is niet alleen leerzaam, maar vooral ook erg lekker! Onbespoten en vol van smaak! Iedere vrucht is origineel en heeft een andere vorm – in tegenstelling tot wat je in de supermarkt en bij de groenteman ziet. Het is gewoon erg fijn om iets wat je zelf hebt verbouwt, zelf te koken en op te eten!

Doe effe rustig

Ik las net een leuke column van Jeffrey Wijnberg waarin hij stelt dat iedereen zich zo laat opjagen. Mensen praten sneller dan ooit en leven alsof de duivel hun op de hielen zit. Dat ik zelf niet meer tot die wereld behoor ontdek ik wanneer ik de TV aanzet. Het is één en al kabaal, drukdoenerij om niks en ik word er alleen maar onrustig van. Het zal geen verrassing zijn dat de TV hier nog maar zelden aanstaat, en dan alleen voor een leuke serie waar we met onze volle aandacht naar kijken. In plaats van dat doelloze zappen van het ene naar het andere programma en zonder die vreselijke reclames die veel te vaak en veel te hard voorbijkomen.

Ik herinner me een sollicitatie van enige jaren terug. De eigenaar van het bedrijf gaf me een rondleiding door het pand, maar deed dat op zo’n hoog tempo dat ik er nauwelijks iets van mee kreeg. Op een gegeven moment besefte ik me dat ik eigenlijk helemaal geen zin had om me zo te haasten en ging ik een stuk trager lopen en beter om me heen kijken. Het is uiteindelijk niks geworden. Sowieso is de reclamewereld voor mij veel te hip en te commercieel. En, inderdaad, te jachtig.

Het lijkt er in onze maatschappij op dat je je maar moet aanpassen. Maar ik bedank daarvoor. Ik geloof er heilig in dat iedereen zijn eigen tempo heeft. Gister hoorde ik nog een verhaal van een man die niet goed op zijn werk kon meekomen. Daardoor werd hij depressief en kreeg hij anti-depressiva voorgeschreven. Symptoombestrijding van het ergste soort. Nu hij in de ziektewet zit is het onduidelijk of hij wel terug wíl of kán komen. Uiteraard staan er voor hem ook weer tien anderen te wachten om zijn plaats in te nemen.

Sommige dingen doe ik in een hoog tempo. Het schrijven van dit stukje kost me amper tien minuten. Maar ik hou ervan om af en toe pas op de plaats te doen. Om me heen te kijken zodat het leven niet aan me voorbij gaat. Want daar is het veel te kort voor.

Freelancer

Ik zie mezelf vooral als freelancer, maar voor de belastingdienst bestaat die term niet. Voor hen bestaan er alleen werknemers en bedrijven. Nu heb ik altijd al moeite gehad om mezelf als bedrijf te zien, want dat is zo abstract. Vooral omdat ik vanuit huis werk. Bij een bedrijf denk ik zelf altijd meer aan een gebouw, een tastbare plek.

Soms word ik gebeld door iemand die stage wil komen lopen. Of zelfs vraagt of ik nog een vacature heb. Mijn antwoord is altijd ontkennend. Ik heb geeneens een plek voor een stagiaire of een andere medewerker. Bovendien probeer ik mensen altijd te waarschuwen: de spoeling in de grafische industrie is erg dun. Veel bedrijven besteden de ontwerpwerkzaamheden niet meer uit en doen het in eigen huis. Wat overigens niks zegt over de kwaliteit van het werk.

Mijn concurrent is allang niet meer dat ene gerenommeerde grafische bureau, maar de jongen om de hoek die voor een dumptarief een logo in elkaar draait. Zo wordt het steeds moeilijker om geld voor je diensten te vragen. Waarom vijfhonderd euro uitgeven aan een website als je neefje van vijftien het doet voor de prijs van een kaartje naar de dierentuin.

Ik kan wel komen met antwoorden als: ‘je krijgt meer kwaliteit en service bij een echt bedrijf’, maar dat weet je nooit zeker. Sommige bedrijven behandelen hun klanten echt als nummers en dan voel je je aardig bekocht terwijl je misschien honderden euro’s uit hebt gegeven in het geloof dat het allemaal goed komt.

Zolang wij ondernemers een goede service geven, onze afspraken nakomen én een goede prijs/kwaliteitsverhouding hanteren, is er een kans om de huidige moeilijke tijd te overleven. Behalve wanneer robots ons werk overnemen. En die dag lijkt elke dag dichterbij te komen.

Thuiszorg

Gistermorgen kwam er een leidinggevende van de thuiszorg bij mijn oma langs om door te nemen of alles nog naar wens was. Even daarvoor was oma weer voorzien van de pilletjes die twee andere dames haar kwamen toedienen. Voor iemand van bijna 89 slikt ze weinig medicijnen. De thuiszorgdame keek ook wel op dat ze toch weer behoorlijk was opgeknapt na haar valpartij begin dit jaar.

Het is hard werken voor weinig geld in de thuiszorg. Steeds meer bezuinigingen, er moet meer gebeuren in minder tijd. Eigenlijk een beetje onmenselijk. Als er een branche is waar juist meer geld naar toe moet en waar mensen meer aandacht zouden moeten krijgen, dan is het wel in de zorg. Maar de boekhouders regeren en zo lang als die het voor het zeggen hebben krimpt de zorg verder in.

Ik heb respect voor de dames die oma, en andere bejaarden, ondersteunen. Het is geen gemakkelijk werk. Ik hoor wel eens geluiden van lastige cliënten die behoorlijk dwars kunnen liggen en dan moet je als helpende toch professioneel blijven en af en toe je trots inslikken. Een vriend van me die ook in de zorg werkt, heeft wel eens wakker gelegen van een beledigende opmerking van een oude man. Door de jaren heen heeft hij een dikkere huid kunnen kweken. Maar gemakkelijk zal het zeker niet zijn.

1 37 38 39 40