Afscheid

Het was maandagmorgen om half zes toen een broeder uit het ziekenhuis belde met de melding dat oma was ingeslapen. Een kleine twee uur later waren we in het ziekenhuis om haar spullen op te halen en daarna kon het regelen beginnen. We ontvingen de man van de uitvaartvereniging in de aanleunwoning van oma en spraken alles door. Het meest opvallende was dat oma geen plechtigheid wou. Ze had niet veel contact meer met andere mensen; feitelijk waren mijn vrouw en ik de enigen die nog op bezoek kwamen. Toch kwamen er nog dertien mensen opdagen, die ik had uitgenodigd om afscheid te nemen op de plek waar ze was opgebaard.

Toen iedereen weer naar huis ging, bleven wij en mijn oom en tante achter om de kist te sluiten en haar naar de rouwauto te begeleiden. Daarna werd ze naar het crematorium gereden.

Hoe verdrietig het ook is om oma te moeten verliezen, het voornaamste is dat ze geen lijdensweg heeft gehad. Ze was altijd bang om als een kasplantje te moeten eindigen, die met allerlei slangetjes in het lichaam in leven gehouden wordt. Wie wil dat eigenlijk wel? Zij is rustig ingeslapen op een mooie leeftijd. Van mij had ze gerust honderd mogen worden, in goede gezondheid, maar zelf had ze daar geen zin meer in. Het is goed zo.

Bij de foto:
Op onze tafel staat het bloemstukje dat we haar hebben gegeven voor Moederdag.

image

Negenentachtig

Ze sleepte zich door de kamer met haar loodzware benen. Geen gevoel meer in de rechterarm. Een scheve mond. Reden genoeg voor de thuiszorg om de ambulance te bellen. En mij.
Zaterdagmorgen werd ze naar het ziekenhuis gebracht en toen ze binnengereden werd brak ik even. Wat zag oma er uitgeleefd uit. Ze was de afgelopen week erg achteruit gegaan. Nu lag ze op een brancard en werd ze naar de spoedeisende hulp gebracht. Daar kwam de harde conclusie na een aantal onderzoeken: niks meer aan te doen.

Op zo’n moment gaat er van alles door je heen, maar niet: oma gaat weer terug naar huis. Want dat zou mensonterend zijn. Toch had het ziekenhuis haar het liefst diezelfde dag linea recta terug willen sturen, omdat ze stervende was. En mensen die sterven horen eigenlijk niet in het ziekenhuis.
Er werden twee opties genoemd: het hospice én extra zorg in haar aanleunwoning. Dat eerste was een probleem; na wat heen-en-weer gebel bleek daar geen plek te zijn en het tweede was wel mogelijk, maar wat mij betreft onnodig. Toen oma niet meer aanspreekbaar was en steeds in een diepere slaap viel zei ik tegen een verpleegster: “Zij is stervende. Tegen de tijd dat er een speciaal bed en palliatieve zorg geregeld is, zal het waarschijnlijk niet meer nodig zijn.” Na 6 uur wachten in het observatorium werd ze eindelijk opgenomen. Oma was voor het laatst wakker toen de dames haar van het brancard op bed schoven. Zuur dat een stervende vrouw van 89 zo lang op een brancard heeft moeten liggen.

Oma in 1967

In het begin van de middag sprak ze af en toe nog met me. Hoe gaat het oma? “Goed!” zei ze. Ze vertelde nog wat over opa en over het feit dat ze zo graag TV keek. Halverwege de middag viel ze steeds vaker in slaap en als ze wakker werd zag ze mij naast zich zitten. Met een licht verwarde doch rustige blik ging ze vervolgens verder slapen.

Ik bleef de hele middag bij oma, niet alleen als aanspreekpunt voor de doktoren en verzorgers, maar ook om haar niet alleen te laten. Om nog even bij haar te kunnen zijn. Eenmaal op haar kamer nam ik geen afscheid meer van haar. Ze lag lekker te slapen. Met nog één laatste blik verliet ik de kamer en ging weer naar huis. Ze overleed gistermorgen.

Ooievaar

image

Donderdagmiddag zagen wij een ooievaar. Struinend door het gras, op zoek naar voedsel voor zijn kroost. Een vrouw wist te vertellen dat het nest zich in een dorpje verderop bevindt. Bijzondere dieren. Vooral omdat ze nog steeds zo schaars zijn. Jaren geleden werden ze met uitsterven bedreigd. Ik heb er tot nu toe in mijn leven nog maar drie of vier gezien. De eerste was tijdens een vakantie in het voormalige Joegoslavië. Dat maakte wel indruk op mij als kind.

Voor sommige mensen staat een ooievaar symbool voor de geboorte. Het idee dat ze baby’s zouden afleveren is al behoorlijk oud, maar toch zie je nog vaak raamstickers of ooievaarspoppen bij huizen waar een kindje geboren is.

Het tegenovergestelde van geboorte is de dood en die kwam vorige week ook even om de hoek kijken. Eens in de zoveel tijd is er een begrafenis en soms heeft de overledene geen kans gekregen om een ‘gezegende’ leeftijd te bereiken. Nu is dat misschien een onduidelijke term, zeker in een tijd waarin er beweerd wordt dat mensen ouder dan ooit worden. Maar vorige week was de uitvaart van de zus van een vriend en zij werd maar 48 jaar. Ze stond nog middenin het leven. Maar ze moest vroegtijdig afscheid nemen van haar man, haar twee tieners, haar broer en haar ouders. Het blijft een schok als zo’n jong iemand overlijdt en je blijft je beseffen dat het leven wat dat betreft een loterij is.

Mijn oma is inmiddels 89 jaar en dat zou je een ‘gezegende’ leeftijd kunnen noemen. Zij leeft gestaag door, maar ze heeft al een behoorlijke tijd last van vochtproblemen. Haar benen en voeten zijn helemaal opgezwollen en ze is benauwd. De plastabletten werken niet meer goed en het kost haar steeds meer moeite om op te staan. Een groot contrast met een jaar geleden, toen dat nog wel gemakkelijk ging. Mede door haar weigering om haar benen te laten zwachtelen en steunkousen te dragen is het probleem groter geworden dan het al was. Een dame van de thuiszorg nam me apart en zei dat de situatie van oma zorgwekkend is. Er moet een wonder gebeuren om al dat vocht weer kwijt te raken. Vooral omdat ze geen hulp meer wil. Geen bezoek aan het ziekenhuis (voor een blaas- of nierenscan) en geen polonaise aan haar lijf. Het is onmogelijk om haar te overtuigen. Hoe dit gaat aflopen moge duidelijk zijn. Maar het kan een kort of lang traject zijn. Laten we voor oma hopen dat het geen lijdensweg gaat worden, want daar is ze al haar hele leven bang voor.

Op de ene plek gaat er iemand dood en op een andere plek wordt er iemand geboren. Zo gaat het leven.