Minibieb

minibieb ommelanderwijkEen minibieb is een kastje of (konijne)hok met afgedankte boeken die je kunt lenen of ruilen.

We fietsten laatst naar Ommelanderwijk, waar bij iemand een minibieb in de voortuin staat. Mijn vrouw en ik hadden allebei een boek meegenomen om voor een andere om te ruilen.

Ik zag een boek van de schrijver Gabriel García Márquez. Voor de derde keer in twee weken tijd dat ik boeken van hem tegenkom. Een prachtige omslag met een bijzondere titel: “De kolonel krijgt nooit post”. Het speelt in het fictieve plaatsje Macondo en het gaat over een 75-jarige kolonel die samen met zijn zwaar astmatische vrouw in grote armoede leeft. Iedere vrijdag gaat hij naar de haven, waar de post per boot aankomt. Hij wacht in het postkantoor op een brief, waarin staat dat hij een veteranenpensioen krijgt. Maar je raadt het al: die brief komt niet. Hij en zijn vrouw proberen zoveel mogelijk spullen te verkopen om een beetje rond te kunnen komen. Maar op een gegeven moment is hun huis bijna leeg. Het enige waardevolle dat ze nog hebben is een magere vechthaan. Maar de kolonel krijgt het niet over zijn hart om die te verkopen, aangezien deze haan aan hun overleden zoon toebehoorde.

Ondanks het sombere uitgangspunt krijgt het boek door de schrijfstijl van Márquez toch wat lucht. Hier en daar valt er zelfs wat humor te bespeuren. In eerste instantie is het moeilijk om je als lezer in de beschreven setting in te leven. Ze wonen in een huis met een dak van palmbladeren en afgebladderde kalkmuren, het is 1957 en het speelt zich in een fictief plaatsje in Colombia af. Een andere wereld dan de onze. Dat is ook het mooie van lezen. Door taal worden de beelden gevormd. Een goede ruil!

IMG_2771

Verdwaald in WO II

Veel boeken en films hebben een afgerond verhaal. Na allerlei gebeurtenissen komt het uiteindelijk allemaal weer goed en kun je met een gerust hart afscheid nemen van de personages. Af en toe is het ook lekker om iets te lezen (of te kijken) waarin het allemaal niet zo duidelijk is. Een open einde kan in sommige gevallen frustrerend zijn; je wil graag weten hoe het verhaal zal aflopen. Maar in dat geval wordt er juist een beroep op je fantasie gedaan: je mag de ontbrekende puntjes zelf verbinden en een passend einde verzinnen. Sommige schrijvers lijken dat juist te stimuleren. 

Maar zo gemakkelijk gaat het natuurlijk niet. Want als je de laatste bladzijde van zo’n boek hebt gelezen, kan het nog een tijdje doorsudderen in je hoofd. Hoe bevredigend een boek met een afgerond verhaal ook kan zijn, je eigen denkvermogen wordt wel meer gestimuleerd door een verhaal wat een beetje mysterie of grijs gebied bevat.

“De donkere kamer van Damokles” van W.F. Hermans is zo’n boek. Het is zo geschreven dat je alle gedachtes en belevenissen door de ogen van de hoofdpersoon mee krijgt. Je moet dus maar geloven op zijn woord, al heb je in een vroeg stadium wel door dat er een aantal dingen niet kloppen aan zijn waarnemingen. De antiheld Henri Osewoudt raakt door een zekere Dorbeck betrokken bij het verzet (in de Tweede Wereldoorlog), maar na allerlei helse avonturen is het onduidelijk of deze persoon uberhaupt wel bestaat. Als Osewoudt na zijn werk als verzetstrijder ook nog als landverrader wordt gezien, ben je als lezer helemaal verbaasd. Een boek dat je enerzijds kunt beschouwen als een spannend oorlogsverhaal en anderzijds als een psychologische thriller. Zelf ga je over bepaalde passages filosoferen of het nu wel of niet echt gebeurd is, of dat het alleen in de gedachten van Osewoudt plaats heeft gevonden.

Los van het wantrouwen dat je als lezer hebt, kun je ook je vraagtekens hebben bij de werkwijze van de (zowel Duitse als Nederlandse) officieren. Zij trekken wel erg gemakkelijk conclusies en hebben vaak geen of weinig bewijs voor zaken waarvan ze Osewoudt beschuldigen. Zelf kan hij geen bewijzen leveren doordat Dorbeck onvindbaar is. Ook vreemd dat deze persoon als twee druppels water op Osewoudt lijkt, op de haarkleur na.

Een heerlijk boek voor een ieder die eens een mysterieus oorlogsverhaal wil lezen zonder duidelijke held en waarin de ellende niet met de bevrijding ophoudt.

Phil

Veel autobiografieën van bekende musici gaan vooral over de schaduwkanten van hun bestaan. Wagonladingen drugs, drank en gesloopte hotelkamers behoren tot het vaste repertoire van velen die zich geen raad wisten met het extreme leven als popster. In het grootste deel van de autobio van Phil Collins gaat het vooral over de muziek en de weg naar het succes. Reden genoeg voor een aantal doorgewinterde rockbiografie-lezers om dit boek links te laten liggen. Zij missen de wilde verhalen en vinden “Not dead yet” eentonig. Voor mij was dit boek vanwege het ontbreken van allerlei rock-clichés juist zo interessant.

Het verhaal van een arme jongen die eerst in verschillende bands drumt en jaren later opklimt als zanger en bovengemiddeld songschrijver is naar mijn idee heel bijzonder. Aanvankelijk staat hij bij Genesis in de schaduw van frontman Peter Gabriel. Als die vertrekt, is het in eerste instantie ondenkbaar dat hij diens plek zal overnemen. Maar als de zangaudities tegenvallen probeert Phil het zelf. Wat mij betreft één van de grootste metamorfoses in de rock: de drummer wordt frontman. En dat niet alleen. Hij start ook nog een succesvolle solo-carrière op.

Hoogte- en dieptepunten volgen elkaar op. Op Live Aid stapt hij na een optreden met Sting in het vliegtuig om zich op tijd bij Led Zeppelin te voegen. Het wordt een hectische en teleurstellende dag en als lezer wordt je daarin meegezogen. De andere kant van de medaille is de kwetsbaarheid van een artiest. Met kromme tenen lees je dat een persoonlijke fax aan zijn vrouw in handen valt van de (riool)pers. Op zulke momenten leef je echt met Collins mee.

Er valt ook veel te lezen over Phils woelige liefdesleven en de invloed daarop in zijn muziek. Een gedreven man die zichzelf niet spaart in dit openhartige boek. In het laatste stuk raakt hij, na jaren redelijk sober te hebben geleefd voor een rockster, toch nog aan de alcohol verslaafd. Hij krabbelde weer op en keerde terug bij zijn derde (ex) vrouw. Een voorlopig happy end in een mooi boek dat eens een andere kant belicht van het leven van een rockartiest. En het bewijs dat zelftwijfel en zelfvertrouwen soms best hand in hand kunnen gaan.

Drie dingen

Er komt nooit een tijd dat ik uitgelezen, uitgeschreven of uitgepuzzeld ben.

Lezen
Naast de nodige blogs op internet lees ik heel wat af. Ik heb net het boek ‘De magie van het nietsdoen’ van Jeffrey Wijnberg uit. Deze Groningse psycholoog weet mij altijd weer te boeien met zijn rake bewoordingen en vermakelijke verhalen uit zijn spreekkamer. Af en toe lees ik een thriller of roman en het maakt mij niet uit of de schrijver bekend is of niet.
Ik ben geabonneerd op de zaterdageditie van het Dagblad van het Noorden en ik verheug me er nu al op dat er morgen weer een verse krant in de brievenbus ligt.

foto (2)Schrijven
Je gedachten ordenen, je hoofd leegmaken; schrijven is een bijzonder magisch iets. Hoe tegendraads het ook mag klinken, ik kan de liefde voor het schrijven niet in woorden uitdrukken. Al sinds mijn kindertijd noteer ik mijn gedachten, belevenissen en fantasieën. De afgelopen jaren heb ik heel wat dagboeken van mezelf doorgeworsteld en een aantal passages heb ik in boeken verwerkt. Iemand vroeg me een keer naar het nut daarvan. Tja, voor mij heeft het nut omdat ik een diepe behoefte voel om te schrijven.

Puzzelen
In de avonduren kijk ik weinig TV. Liever zit ik te puzzelen. Woordzoekers, legpuzzels, sudoku’s, Zweedse puzzels. Het mooie van puzzelen is dat je enerzijds je hersenen flink laat kraken en anderzijds ruimte in je hoofd creëert. De dagelijkse beslommeringen ben je even vergeten omdat je concentratie geheel wordt opgeëist.

Eten, lezen en muziek luisteren

Jaren geleden kwam het nog wel eens voor dat ik me totaal volgevreten voelde na de kerst, maar dat is dit jaar zeker niet het geval. We hebben zowel eerste als tweede kerstdag licht gegeten, veel groentes en weinig vlees, en dan merk je toch dat je een rustiger gevoel in je buik hebt dan na een flinke steengrillsessie met ladingen vlees. Op Facebook zag ik toch heel wat  vlees en vette sauzen voorbij komen en dat mag iedereen natuurlijk zelf weten. Maar ik moet dan wel even gniffelen als ik een dag later foto’s voorbij zie komen van weegschalen en goede voornemens om in het nieuwe jaar te gaan afvallen.

Nou heb ik wat dat laatste betreft gemakkelijk praten. Ik ben met mijn 63 kilo (en 1.82 meter) zo licht als een veertje en zit eerder plannen te maken in de tegenovergestelde richting: hoe krijg ik er in het aankomende jaar wat kilo’s bij. In elk geval niet door mijn consumptie van vlees, koolhydraten en suiker omhoog te brengen. 

Gister een heerlijk leesdagje gehad, ben al een tijdje bezig in het boek “Schone handen” van René Appel. Het is het eerste boek dat ik van hem lees. Ik vind het boek tot nu toe (ik ben op de helft) niet erg spannend, maar op de één of andere manier weet de schrijver mijn aandacht wel vast te houden en ben ik zeker van plan om het boek uit te lezen.

De radio staat non-stop aan op de Top2000 van Radio 2. Veel bekende en minder bekende nummers wisselen elkaar af. Tussendoor kwam het trieste nieuws van het overlijden van George Michael. 53 jaar is toch veel te jong. Dan opeens ga je je beseffen dat het leven zomaar voorbij kan zijn. Lekker blijven genieten dus van eten, lezen en muziek luisteren. 

1 2