Grafisch museum

Een wonder dat ik er nog nooit was geweest: het grafische museum in Groningen. Gistermiddag toch maar eens een kijkje genomen. Dit jaar zit ik 25 jaar in het (grafische) vak en daarom extra leuk om even in de historie van de drukkerswereld te duiken.

Zo begon het allemaal. Uit de losse pols. Geen drukpers nodig. Monnikenwerk.

Een handpers voor het simpele werk.

Bijzonder fraaie pers voor grotere formaten.

Een zetraam met cliché (in het midden), dat op zijn plek wordt gehouden door de metalen stukken opvulwit. Doordat het cliché hoger ligt dan het wit komt hier alleen inkt op en met een tegendruk wordt het beeld zo overgezet op papier.

Een zetkast met letterbakken. Je kunt je het nu niet meer voorstellen, maar ooit werden alle gedrukte teksten letter voor letter gezet.

Een letterbak. Je komt ze nog wel eens tegen op rommelmarkten. Iedere letter heeft zijn eigen vakje.

Oud drukwerk.

Met deze machine werd het mogelijk om complete regels te zetten. Een hele verbetering!

Geen losse letters meer, maar complete regels.

Genoeg te zien voor de liefhebber. Maar het Drukkerijmuseum in Meppel is ook een aanrader. Daar is ook aandacht voor modernere technieken, zoals grafische film, offsetdruk en DTP (Desk Top Publishing – het opmaken van documenten voor drukwerk per computer).

Boekjes maken

boekjes makenToen mijn neefje me lang geleden de vraag stelde wat voor werk ik later wou doen, zei ik zonder aarzeling: ‘boekjes maken’. Toen hij was bijgekomen van het lachen probeerde ik hem uit te leggen dat daar echt een beroep voor was. Ik wou vormgeven en schrijven en nu ik dik 30 jaar ouder ben doe ik dat nog steeds.

Op de middelbare school waren er weinigen die wisten welke studierichting ze wilden gaan volgen. Voor mij was daar nooit enige twijfel over en dat maakte het een stuk gemakkelijker om een passend vakkenpakket te kiezen. Ik deed een korte vooropleiding en ging op mijn zeventiende al fulltime aan het werk, terwijl ik 1 dag per week een opleiding volgde in Zwolle.

Het boekjes maken is nu natuurlijk geheel gedigitaliseerd. In de begintijd stond ik hele dagen achter een tekentafel te knippen en te plakken, maar al snel maakte ik kennis met Apple computers en grafische programma’s.

Tegenwoordig doe ik het werk dus als zelfstandige en zijn de mogelijkheden van nu bijna grenzeloos. Zo is het geen enkel probleem als ik tegen het einde van dit jaar 10 exemplaren van een boek van eigen hand wil laten drukken. Een decennium geleden kostte dat nog klauwen vol geld, nu kan dat al voor 5 euro per boek. Een heerlijkheid voor mij als ‘boekjesmaker’. Het boek wat ik aan het voorbereiden ben omvat eigenlijk een verzameling korte verhalen, blogs en foto’s en wie weet wat ik nog allemaal meer vind wat erin past. Ik kies wel voor een zwart/wit versie want dat is nog steeds stukken goedkoper dan kleur. Ondanks dat ik natuurlijk ook veel met internet doe lijkt het me een kick om een echt, eigen boek in mijn hand te hebben.

Oor

Ik ben jarenlang geabonneerd geweest op het muziekblad ‘Oor’. Ik las het blad van voor naar achter en keek altijd reikhalzend uit naar het volgende nummer. Op een gegeven moment werd de stapel wel erg groot, maar daar was gelukkig een oplossing voor: opbergcassettes. Ik had een hele plank in mijn boekenkast gereserveerd voor een rij ‘Oor’ cassettes en bladerde er veel in als ik naar muziek zat te luisteren.

Tijden veranderen; tegenwoordig koop ik nauwelijks meer tijdschriften. Het probleem bij veel bladen is dat je een aantal verhalen best interessant vindt, maar dat de rest je niet zo boeit en dat is zonde van het geld.

Daarom is het een stuk handiger om af en toe een ‘Oor’ van de bibliotheek te lenen. Laatst nam ik er twee mee en ik wist gelijk weer wat me altijd zo in dat blad heeft aangetrokken. Niet alleen de rijkelijke informatie over muziek, de vaak boeiende interviews met artiesten en de CD-besprekingen. Maar ook het mooie illustratiewerk. Het omslag van het twaalfde nummer is naar mijn idee heel fraai. De gezichten van de overleden grootheden Lemmy, David Bowie, Prince en Leonard Cohen in een rots gehouwen en Nick Cave die over zee uitkijkt. Cave zijn 15-jarige zoon overleed vorig jaar na de val van een rots. Een vreselijke gebeurtenis. Maar wel pakkend gevangen in misschien wel één van de mooiste ‘Oor’-covers alle tijden…

Foto Oor