Da’s geen excuus

Op een vrije middag zat ik een krantje te lezen in de bibliotheek. Er zat nog een andere man tegenover me in een tijdschrift te bladeren en er waren een paar klanten tussen de boeken aan het snuffelen. Een vredig tafereeltje, totdat er een stel bijna-pubers de trap op rende en elkaar achterna ging zitten. Ze renden tussen de stellingen en tafels door en ik voelde de vloer bewegen. Een dame van de bieb zei tegen de jongens: “Kunnen jullie het even wat rustiger aan doen?”. Ze bleef niet staan om te controleren of ze er ook daadwerkelijk mee ophielden, maar ze draaide zich na haar vraag gelijk weer om. Ze verstond waarschijnlijk niet wat één van de jochies zei: “Ja, maar ik heb ADHD!”. Alsof hij verwachtte dat dit reden genoeg was voor verzachtende omstandigheden: “Oh, ren in dat geval maar door en breek de boel maar lekker af.”

Ik ben een kalm persoon en heb een hekel aan gezeur. Maar ik kreeg na een paar minuten kabaal zin om er wat van te zeggen. Die gedachte verdween gauw weer, want als je tegenwoordig als buitenstaander een kind een verbaal pak slaag geeft, dan ben je aan de beurt en heb je een kwaaie vader of moeder voor de deur staan. Want hun bloedje heeft ADHD en daar moet je niet te licht over denken.

Gelukkig gingen ze op een gegeven moment weer weg en was de rust wedergekeerd. Ik was vroeger als kind ook druk, maar tegenwoordig wordt er dan gelijk een stempel op gedrukt.