Solo

Wat bezielde Laura Dekker om op veertienjarige leeftijd de wereld rond te willen zeilen? In een interview lees ik dat ze totaal geen last had van eenzaamheid. Ze ervoer een groot gevoel van vrijheid en kreeg zelfvertrouwen door werkelijk alles zelf te moeten doen. Er was niemand om op terug te vallen. Zo stond het kiezen voor het ruime sop voor iets groters: Laura wilde iets doen waar ze zelf achter stond en niet zoals zovelen achter de grote meute aanlopen.

Uiteindelijk is dat wat we vaak doen. Boeken worden bestsellers omdat mensen allemaal hetzelfde boek van dezelfde stapel pakken. We worden op school tot brave burgers gesmeed. Vaak denken we helemaal niet na over alle dingen die ons worden geleerd en voorgespiegeld. Het lijkt soms alsof er een blauwdruk bestaat voor wat een goed leven inhoudt. Maar wat dat betreft is het oude gezegde nog steeds van toepassing: ‘van het concert des levens heeft niemand een program’. Je weet niet precies wat je allemaal te wachten staat, maar je hoeft ook niet persé het pad te volgen dat er denkbeeldig al voor je is gelegd. Zo kun je je afvragen wat het nut is om op school allerlei droge theorie te moeten leren, terwijl je het leven ook spelenderwijs kunt ontdekken?

Voor de vader in de film “Leave no trace” is het overduidelijk dat hij niet wil zijn zoals zovelen. Samen met zijn dochter probeert hij zich ver te houden van de consumptiemaatschappij door zo spartaans mogelijk te leven. De vraag die in de film wordt gesteld is: in hoeverre kun je in deze tijd nog als een ouderwetse jager/verzamelaar leven? De man probeert waarschijnlijk net zo’n vrij gevoel in zijn hoofd te krijgen als Laura Dekker, maar door zijn PTSS is dat onmogelijk. Bovendien wordt de ontwikkeling van zijn dochter geremd door zijn wens om buiten de maatschappij te gaan staan.

Still uit de film “Leave no trace” (Debra Granik, 2018)

Wandelen, fietsen, bewegen

Als je zoals ons elke avond na de warme maaltijd een blokje om gaat, dan is het extra fijn dat de zomertijd weer is ingegaan. ‘s Winters is het soms net alsof je geblinddoekt over straat loopt. Nu is het nog lekker licht en voorlopig valt de duisternis pas rond een uur of acht in. Maandagavond gingen we in plaats van wandelen een rondje fietsen, met mooie uitzichten als op onderstaande foto.

Er zijn meer van dit soort plekken in Veendam en de goudachtige tint van het licht is bijzonder. Langzamerhand zijn onze wandelingen en fietstochten vaste dagelijkse handelingen geworden. Fijn voor de spijsvertering, ontspannend voor de geest en goed voor de nachtrust. Mooi is het ook dat je je door zo’n gewoonte niet meer hoeft af te vragen of je wel voldoende beweging krijgt.

Naast die vaste avondwandeling ga ik overdag ook graag even de deur uit. Als eigen baas kan ik mijn eigen moment kiezen; toen ik nog in loondienst was liep ik vaak in de middagpauze naar het natuurgebied vlakbij mijn werk. Als je wandelt kun je je gedachten ordenen en heb je een mooie onderbreking van je dag. Zo heb ik al mijmerend heel wat oplossingen voor problemen gevonden of ideeën gekregen om over te schrijven.

Veel mensen lijken het te vergeten, maar bewegen is zó belangrijk. Ook voor jongelui die zich tijdens het wandelen of fietsen afzonderen door een koptelefoon op te zetten. Zij geven zichzelf geen kans om hun gedachtes te ‘luchten’ maar hun lichaam profiteert wél van de beweging. Dat scheelt weer. Maar het meest verkwikkend is het geluid van de wind, de vogels en de stilte.