Rotjeknor

We logeren een paar dagen in Rotterdam in het huis van mijn schoonzus en zwager. Ik kan weer genieten van zwager zijn grote LP- en CD-collectie en het is ook fijn om even weer in het Zuid-Westen van ons land te zijn. Normaal zitten we zoals jullie weten in het Noord-Oosten en dat betekent dus dat we het land vandaag diagonaal hebben doorkruist. Het was redelijk rustig op de weg, maar we hebben de spits dan ook vermeden. Onderweg naar de supermarkt werden we door 3 van de 5 mensen die we onderweg tegenkwamen begroet. En dan zeggen ze dat “westerlingen” dat niet doen…

We passen op de kat Maria. Zij is jaren geleden door haar baasjes meegenomen uit Griekenland, waar zij op vakantie waren. Het was toen nog een jong poesje, maar Maria is door de jaren heen uitgegroeid tot een stoere kat met een imposante staart. Ze dwingt heel wat respect af bij de buurtkatten. Wij logeren hier niet zo vaak, maar Maria is binnen een kwartier weer aan ons gewend. 

We gingen net een blokje om en zij volgde ons onderweg. We naderden een flatje waar een klein keffend hondje op het gras zat. Toen het kleine diertje (volgens mij een tekkel) Maria zag naderen, begon het nog harder te keffen. Maria bleef even op straat zitten en liet zich niet intimideren. Het hondje rende zenuwachtig heen en weer, kefte nog steeds alsof zijn leven ervan af hing maar durfde eigenlijk niet dichterbij te komen. Baasje stond te kijken en zei: “Je durft niet hè, schijterd!” Op een gegeven moment was Maria het gekef waarschijnlijk zat en stond ze op om weer door te lopen. Het hondje schrok zich het apezuur van Maria’s minuscule beweging en wist niet hoe snel hij naar huis moest rennen. Maria vervolgde stoer haar weg.