Middenmoot of de beste?

“Ik ben de beste in mijn vak,” zegt ze tegen me. Verbaasd kijk ik haar aan. Ik zou zoiets nooit van mezelf zeggen. Ik geloof wel dat ik mijn kwaliteiten heb en goed ben in mijn werk. Maar de beste? Ik kan ook heel erg genieten van andermans prestaties en zie dat niet als concurrentie en wordt daar niet onzeker van. “Het is ook een mindset” zegt ze. Met andere woorden: een manier om jezelf wijs te maken dat je de beste bent. Maar ergens weet je dat het niet zo is. Je denkt jezelf positief, maar kan dat eigenlijk wel?

Ik snap best waar die obsessie om de beste te willen zijn vandaan komt. Op televisie stikt het van de programma’s waarin mensen de strijd aangaan om te willen winnen. In personeelsadvertenties wordt gevraagd naar mensen met een ‘competitive instelling’ en je doet niet meer mee als je niet minstens naar het hoogst bereikbare streeft. Eigenlijk weet iedereen wel dat ‘meer’ niet altijd ‘beter’ is en dat er maar één kan winnen. Waarom wordt er dan nog steeds in krachttermen gedacht?

Steeds meer mensen gaan tegenover elkaar staan, proberen elkaar af te troeven en zien eerder de onderlinge verschillen dan de overeenkomsten. We zijn allemaal mensen met onze goede en sterke kanten en het zou eigenlijk veel beter zijn om die eeuwige competitiedrang  af te leren. Als individu boven de rest uitsteken lijkt voor velen het ideaal, terwijl we elkaar moeten helpen. Want alleen samen komen we verder.