Spring naar inhoud

Ik zie mezelf vooral als freelancer, maar voor de belastingdienst bestaat die term niet. Voor hen bestaan er alleen werknemers en bedrijven. Nu heb ik altijd al moeite gehad om mezelf als bedrijf te zien, want dat is zo abstract. Vooral omdat ik vanuit huis werk. Bij een bedrijf denk ik zelf altijd meer aan een gebouw, een tastbare plek.

Soms word ik gebeld door iemand die stage wil komen lopen. Of zelfs vraagt of ik nog een vacature heb. Mijn antwoord is altijd ontkennend. Ik heb geeneens een plek voor een stagiaire of een andere medewerker. Bovendien probeer ik mensen altijd te waarschuwen: de spoeling in de grafische industrie is erg dun. Veel bedrijven besteden de ontwerpwerkzaamheden niet meer uit en doen het in eigen huis. Wat overigens niks zegt over de kwaliteit van het werk.

Mijn concurrent is allang niet meer dat ene gerenommeerde grafische bureau, maar de jongen om de hoek die voor een dumptarief een logo in elkaar draait. Zo wordt het steeds moeilijker om geld voor je diensten te vragen. Waarom vijfhonderd euro uitgeven aan een website als je neefje van vijftien het doet voor de prijs van een kaartje naar de dierentuin.

Ik kan wel komen met antwoorden als: 'je krijgt meer kwaliteit en service bij een echt bedrijf', maar dat weet je nooit zeker. Sommige bedrijven behandelen hun klanten echt als nummers en dan voel je je aardig bekocht terwijl je misschien honderden euro's uit hebt gegeven in het geloof dat het allemaal goed komt.

Zolang wij ondernemers een goede service geven, onze afspraken nakomen én een goede prijs/kwaliteitsverhouding hanteren, is er een kans om de huidige moeilijke tijd te overleven. Behalve wanneer robots ons werk overnemen. En die dag lijkt elke dag dichterbij te komen.

Gistermorgen kwam er een leidinggevende van de thuiszorg bij mijn oma langs om door te nemen of alles nog naar wens was. Even daarvoor was oma weer voorzien van de pilletjes die twee andere dames haar kwamen toedienen. Voor iemand van bijna 89 slikt ze weinig medicijnen. De thuiszorgdame keek ook wel op dat ze toch weer behoorlijk was opgeknapt na haar valpartij begin dit jaar.

Het is hard werken voor weinig geld in de thuiszorg. Steeds meer bezuinigingen, er moet meer gebeuren in minder tijd. Eigenlijk een beetje onmenselijk. Als er een branche is waar juist meer geld naar toe moet en waar mensen meer aandacht zouden moeten krijgen, dan is het wel in de zorg. Maar de boekhouders regeren en zo lang als die het voor het zeggen hebben krimpt de zorg verder in.

Ik heb respect voor de dames die oma, en andere bejaarden, ondersteunen. Het is geen gemakkelijk werk. Ik hoor wel eens geluiden van lastige cliënten die behoorlijk dwars kunnen liggen en dan moet je als helpende toch professioneel blijven en af en toe je trots inslikken. Een vriend van me die ook in de zorg werkt, heeft wel eens wakker gelegen van een beledigende opmerking van een oude man. Door de jaren heen heeft hij een dikkere huid kunnen kweken. Maar gemakkelijk zal het zeker niet zijn.

Ik ben al bijna zes jaar vrijwilliger bij de Novo. Deze organisatie ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking. Ik probeer vrolijkheid te brengen op mijn manier: via muziek. Ik begeleid twee cliënten op keyboard en ik leid een zanggroepje met acht cliënten.

Elke dinsdagavond rond zeven uur speel ik een kwartier met mijn eerste cliënte op het keyboard en ze heeft er veel plezier in, ook al laat ze dat (door haar autisme) niet blijken. Ze is behoorlijk muzikaal en kan noten lezen. Ze is in de zestig en gaat binnenkort naar een andere locatie verhuizen. Ik zal haar missen. Je gaat je toch hechten aan iemand die je zes jaar lang bijna elke dinsdag ziet.

In mijn jaren als vrijwilliger heb ik zowel personeel als cliënten zien komen en gaan. Misschien heb ik het van alle vrijwilligers het langste volgehouden. Ik ga door zolang ik het leuk vind.

Ik zit iets langer dan een half jaar op Instagram. Best leuk om je foto's te delen en voor jezelf is je profieloverzicht ook een mooi overzicht van wat je de afgelopen tijd hebt gefotografeerd. Uiteraard kun je ook andere mensen volgen op Instagram. Als ik zie wat voor ijdeltuiterij er af en toe voorbij komt dan moet ik een beetje giechelen. Baardmannen die elkaar bewonderen, fitnessmeiden die hun spierballen laten zien, rondborstige en vet opgemaakte troela's.

Als je deze mensen in het echt ontmoet, zien ze er zelden zo 'goed' uit als op hun profielfoto's op Facebook en Instagram. Vampen blijken er uit te zien als het ideale buurmeisje en die stoere vent in zijn houthakkershirt loopt er doordeweeks als een slons bij. Toch laten mensen zich erdoor beïnvloeden.

In mijn schooltijd werden mensen geïmponeerd door foto's in tijdschriften, tegenwoordig heeft internet die rol (deels) overgenomen. Dankzij beeldmanipulatie kan iedereen er uitzien als een fotomodel. Met de werkelijkheid heeft het weinig te maken. De 'air' die sommigen over zich hebben is dan ook lachwekkend te noemen.

In de media draait het vaak om geld: de koopkracht is gedaald, de huizenprijzen stijgen weer, er moet bezuinigd worden. Ook maakt menigeen zich druk over de inkomensverschillen. Dit zou oneerlijk verdeeld zijn. Dat kan; al zegt het helemaal niks over of iemand met een lager inkomen automatisch ongelukkiger is dan iemand die meer geld binnenhaalt.

Wat volgens mij een grotere kloof is, is die tussen mensen die wel of niet kunnen meekomen in onze maatschappij. We leven in een 'red-uzelf' wereld, waarin je soms maar weinig hulp krijgt als je ergens niet uitkomt. Sommige mensen begrijpen de ambtelijke taal niet die er in sommige poststukken staat. Anderen hebben geen computervaardigheden of weten niet dat zijzelf ook een aandeel hebben in een gezonde leefstijl.

Als je partijen als de VVD gelooft, moet iedereen in staat zijn om zichzelf te redden. Maar zo gemakkelijk is dat niet. Naast de verschillen in inkomens zijn er ook grote verschillen in intelligentie. Laten we elkaar helpen en ons minder op de cijfers richten. Want dat is een doodlopende weg.