Zonnebloemen

Langs ons huis ligt een strookje grond. Vorig jaar hadden we daar houtsnippers op liggen. Maar dit jaar kwam mijn vrouw op het idee om daar zonnebloemen te plaatsen. Eerst de zaadjes opkweken in een bak en vervolgens verpoten.

Vier maand geleden:

Nu zijn ze volgroeid:

De grootste is meer dan 2 meter hoog.

Het kleinste huisje van Kampen

Het ‘kleinste huisje in Kampen’ is al sinds jaar en dag een bezienswaardigheid. Het huisje is slechts 1,4 meter breed en 4,5 meter diep. Het is vermoedelijk in de zeventiende eeuw gebouwd. Ondanks de beperkte ruimte heeft het huisje al eens onderdak geboden aan een gezin met vijf kinderen. Reden genoeg om het huisje te bezoeken.

We werden verwelkomd door de 80-jarige mevrouw Knul. Dankzij haar heeft het huisje, dat al enige tijd leegstond, weer een bestemming gevonden. Nadat het huisje onbewoonbaar was verklaard, voelde zij zich geroepen om het in stand te houden. In 1990 klopte ze bij Stichting Stadsherstel aan om het te laten opknappen. Twee jaar later is het huisje gerestaureerd en kreeg mevrouw Knul toestemming om het huisje in te richten als museum. Er zijn vele spullen uit grootmoeders tijd te vinden. We keken onze ogen uit. Niet alleen vanwege de vele ouderwetse spullen, maar ook gezien de beperkte ruimte. Ooit hebben hier zeven mensen gewoond.
In september vorig jaar kreeg mevrouw Knul een zilveren legpenning uitgereikt, als waardering voor haar goede werk en inzet.
Mevrouw Knul vindt het jammer dat ze nog geen opvolger heeft kunnen vinden. Ze is bang dat het huisje én de kostbare inhoud alsnog tot verval komen.
Dingen gaan voorbij. Mooie verhalen niet. Die gaan van generatie naar generatie. Het is te hopen dat er nog een opvolger komt voor het beheer van het kleinste huisje van Kampen. We gaven mevrouw Knul een kleine donatie en een bloemetje, dat nu in het huisje staat.

Bij The Read Shop in Kampen kunt u een bezoekje aan het huisje regelen. Daar wordt mevrouw Knul gebeld, zij woont vlakbij.

(geschreven in 2015)

De koe van Kampen

We brachten een bezoek aan Kampen, één van de hanzesteden in de provincie Overijssel. Een heerlijke plaats met vele bezienswaardigheden.

Kampen ligt aan de IJssel en op zo’n warme dag is het extra lekker om even op een steiger aan het water te zitten.

Ik hou vooral van een ouderwetse bouwstijl, moderne panden kom je hier nauwelijks tegen.

De koe van Kampen, hij hangt aan de Nieuwe Toren. Volgens de legende om het gras weg te grazen.

Wie hijst nu aan een strop
Een Koe de toren op
Om humusgras te vreten?
Dat deed de Kamperraad
Na lang en wijs gepraat
Die Koe heeft het geweten!
’t Verhaal werd, naar zijn aard
Bij “stukjes” ingeschaard
Die “Kamper Uien” heten.

Even uitzoomen om de Nieuwe Toren in zijn totaal te kunnen zien…

Nostalgische muuropschriften:

Theologisch universiteitsgebouw:

De Koornmarktspoort (met de IJssel op de achtergrond)

De Cellebroederspoort, hier bleek een mooi park achter te liggen.

Een bijzonder kleurrijk park.

Een ‘proeflokaal’, genoemd naar de Stomme van Kampen.

Binnenkort een blogje over het Kleinste huisje van Kampen. Die bezochten we twee jaar geleden.

Verdwaald in WO II

Veel boeken en films hebben een afgerond verhaal. Na allerlei gebeurtenissen komt het uiteindelijk allemaal weer goed en kun je met een gerust hart afscheid nemen van de personages. Af en toe is het ook lekker om iets te lezen (of te kijken) waarin het allemaal niet zo duidelijk is. Een open einde kan in sommige gevallen frustrerend zijn; je wil graag weten hoe het verhaal zal aflopen. Maar in dat geval wordt er juist een beroep op je fantasie gedaan: je mag de ontbrekende puntjes zelf verbinden en een passend einde verzinnen. Sommige schrijvers lijken dat juist te stimuleren. 

Maar zo gemakkelijk gaat het natuurlijk niet. Want als je de laatste bladzijde van zo’n boek hebt gelezen, kan het nog een tijdje doorsudderen in je hoofd. Hoe bevredigend een boek met een afgerond verhaal ook kan zijn, je eigen denkvermogen wordt wel meer gestimuleerd door een verhaal wat een beetje mysterie of grijs gebied bevat.

“De donkere kamer van Damokles” van W.F. Hermans is zo’n boek. Het is zo geschreven dat je alle gedachtes en belevenissen door de ogen van de hoofdpersoon mee krijgt. Je moet dus maar geloven op zijn woord, al heb je in een vroeg stadium wel door dat er een aantal dingen niet kloppen aan zijn waarnemingen. De antiheld Henri Osewoudt raakt door een zekere Dorbeck betrokken bij het verzet (in de Tweede Wereldoorlog), maar na allerlei helse avonturen is het onduidelijk of deze persoon uberhaupt wel bestaat. Als Osewoudt na zijn werk als verzetstrijder ook nog als landverrader wordt gezien, ben je als lezer helemaal verbaasd. Een boek dat je enerzijds kunt beschouwen als een spannend oorlogsverhaal en anderzijds als een psychologische thriller. Zelf ga je over bepaalde passages filosoferen of het nu wel of niet echt gebeurd is, of dat het alleen in de gedachten van Osewoudt plaats heeft gevonden.

Los van het wantrouwen dat je als lezer hebt, kun je ook je vraagtekens hebben bij de werkwijze van de (zowel Duitse als Nederlandse) officieren. Zij trekken wel erg gemakkelijk conclusies en hebben vaak geen of weinig bewijs voor zaken waarvan ze Osewoudt beschuldigen. Zelf kan hij geen bewijzen leveren doordat Dorbeck onvindbaar is. Ook vreemd dat deze persoon als twee druppels water op Osewoudt lijkt, op de haarkleur na.

Een heerlijk boek voor een ieder die eens een mysterieus oorlogsverhaal wil lezen zonder duidelijke held en waarin de ellende niet met de bevrijding ophoudt.

Grafisch museum

Een wonder dat ik er nog nooit was geweest: het grafische museum in Groningen. Gistermiddag toch maar eens een kijkje genomen. Dit jaar zit ik 25 jaar in het (grafische) vak en daarom extra leuk om even in de historie van de drukkerswereld te duiken.

Zo begon het allemaal. Uit de losse pols. Geen drukpers nodig. Monnikenwerk.

Een handpers voor het simpele werk.

Bijzonder fraaie pers voor grotere formaten.

Een zetraam met cliché (in het midden), dat op zijn plek wordt gehouden door de metalen stukken opvulwit. Doordat het cliché hoger ligt dan het wit komt hier alleen inkt op en met een tegendruk wordt het beeld zo overgezet op papier.

Een zetkast met letterbakken. Je kunt je het nu niet meer voorstellen, maar ooit werden alle gedrukte teksten letter voor letter gezet.

Een letterbak. Je komt ze nog wel eens tegen op rommelmarkten. Iedere letter heeft zijn eigen vakje.

Oud drukwerk.

Met deze machine werd het mogelijk om complete regels te zetten. Een hele verbetering!

Geen losse letters meer, maar complete regels.

Genoeg te zien voor de liefhebber. Maar het Drukkerijmuseum in Meppel is ook een aanrader. Daar is ook aandacht voor modernere technieken, zoals grafische film, offsetdruk en DTP (Desk Top Publishing – het opmaken van documenten voor drukwerk per computer).