Buitenkraan, plant en klompen

De vorst vraagt om speciale maatregelen. Zoals het afsluiten van de buitenkraan. Dat was me in voorgaande jaren prima gelukt, maar waarom nu dan niet? Het binnenkraantje was naar mijn idee dicht, maar toch bleef het water stromen. Na een voetbad in de berging en vele verspilde liters gemeentepils kwam ik erachter dat de kraan nog een stuk dichter gedraaid kon worden. Met een baco (nee, geen bacardi-cola).

De plant die in onze berging overwintert komt uit Madagaskar. Daar kennen ze geen winters zoals de onze, dus om bevriezing te voorkomen hebben we hem maar binnen gezet. Ik vind het een erg bijzondere plant en hoop dat ie op deze manier de winter overleeft.

Klompen schiet ik altijd aan als ik even naar buiten loop. Om groente- of fruitafval weg te gooien of in de tuin te rommelen. Als kind vond ik het altijd fijn als ik het geluid hoorde van mijn opa’s klompen. Het hoort ook een beetje bij het platteland. De kerels die samen met opa een moestuintje hadden liepen, pruimtabak kauwend en spuwend, ook altijd op klompen. Stukje jeugdsentiment, maar ook erg handig om te hebben.

Scheuveln



De liefhebbers kunnen zich weer uitleven op de schaatsbaan, die op het Museumplein is geĆÆnstalleerd. Update 8 februari: Vandalen hebben het ijs vernield en de baan wordt weer afgebroken voordat iemand er op heeft kunnen schaatsen. šŸ™

Ik ben, vanwege zwakke enkels, niet zo’n schaatser. De laatste keer stond ik op ijshockeyschaatsen in Kardinge (Groningen). Na een hoop valpartijen kreeg ik eindelijk de slag te pakken, maar toen was het alweer tijd om naar huis te gaan.

Toen ik een jaar of zeven was ging ik wel eens met een buurmeisje naar de ijsbaan. Die was zo’n 800 meter van ons huis vandaan en daar konden we dus lopend heen. Op een dag was het ijs van mindere kwaliteit en we werden op voorhand gewaarschuwd voor een aantal grote wakken. Omdat ik mezelf al schaatsend niet goed onder controle had, was het dus niet zo vreemd dat ik niet goed bijstuurde en recht in een wak reed. Een paar mannen zagen mij opeens in het water vallen en schoten te hulp. Ze konden me er gelukkig uit trekken. Wel moest ik in mijn natte kleren naar huis lopen. Dan is 800 meter best ver. Mijn moeder zei: “Wat heb jij nou weer gedaan?”

Noord

Tijdens de eerste vakantie zonder mijn ouders stelde ik mezelf voor aan de mensen die naast ons appartement zaten. Ik zei dat ik uit ‘Groningen’ kwam. De man begon te proesten van het lachen en keek me aan alsof ik een geintje maakte. ‘Zo, zo, uit Groningen.’ Het gesprek was daarna snel ten einde. Ik ging naar binnen en vroeg me af wat ik verkeerd had gezegd. Toen drong het tot me door: op een eerdere vakantie riep iemand me na toen ik tegen mijn vader zei dat het “viefendatteg groaden!” was. Dat was blijkbaar zo amusant dat het me de rest van de vakantie achterna werd geroepen.

Nou ben ik niet zo snel van mijn stuk gebracht als iemand me beledigt of op wat voor manier dan ook uit de tent probeert te lokken. Maar er zijn legio Groningers die zich gediscrimineerd voelen als ze door iemand uit (bijvoorbeeld) de Randstad als een soort van inboorlingen van Nederland worden beschouwd. Volgens sommigen houdt alles boven Zwolle op. DaniĆ«l Lohues schreef eens in een column dat hij een stel uit ‘het westen’ hoorde zeggen dat ze het belangrijk vinden om een achtergebleven gebied als Drenthe een financiĆ«le impuls te geven door ons vakantiegeld er uit te geven.” Econome Heleen Mees stelde al eens voor dat wij Noorderlingen beter konden emigreren naar de grote steden in het westen, dan hadden we ook geen last van de aardbevingen. Jort Kelder zei laatst bij Jinek dat ‘niemand vrijwillig in Oost-Groningen gaat wonen’.

Er zijn zelfs mensen die ons Noorderlingen maar een bekrompen volkje vinden terwijl ze Amsterdam nog nooit uit zijn geweest.

Laat ze maar praten, denk ik vaak. Maar heel af en toe begint het mij ook te irriteren. Harde grappen maken over de problematiek die is ontstaan door de gasboringen zijn wat mij betreft ongewenst. Zeker omdat heel Nederland profiteert van het gas dat hier wordt gewonnen. Heel veel mensen zitten met de gebakken peren en zien de scheuren in hun huis met iedere nieuwe aardbeving groter worden. Hopelijk is een beetje respect niet teveel gevraagd; de Amsterdammer Theodor Holman heeft de Groningers in elk geval met deze column een steuntje in de rug gegeven. Dank u.

Overbodige spullen

imageIets meer dan een jaar geleden begaf onze wasdroger het. We besloten niet gelijk om deze te laten repareren of een nieuwe te kopen, maar gooiden het over een andere boeg. Want een wasdroger is een behoorlijke stroomvreter en ik heb het stof- en pluisvrij maken altijd als een zeer vervelend klusje beschouwd. Reden genoeg om het eens een maandje zonder droger te proberen. We kochten een extra wasrek en hingen alle was op onze zolder op en kwamen tot de conclusie dat we het in het vervolg zo gingen doen. Het ding ging de deur uit en we zijn nu een jaar verder en hebben de wasdroger geen seconde gemist. Dankzij de vrijgekomen ruimte kon ik een kast rond de wasmachine maken.

Zo hadden we ook een huistelefoon. Toen ik een jaar of vijf geleden een nieuwe modem kreeg van het kabelbedrijf, vroegen de monteurs waarom ik geen huistelefoon had aangezien dat wel in mijn alles-in-1-pakket zat. Ik ging er vanuit dat er dus geen kosten aan waren verbonden, maar al snel bleek dat tegen te vallen. Niet dat het enorm veel geld kostte, maar als je nagaat dat ik nog nooit de bundel van mijn mobiele telefoonabonnement heb overschreden, is het alsnog zonde om ook nog een huistelefoon te hebben. Eind november besloot ik dat de huistelefoon de deur uit moest. Los van de maandelijkse kosten scheelt het stroom en batterijen. En ook geen ergenissen meer dat de toestellen soms zomaar uitvielen tijdens een gesprek.

Het is dus best nuttig en ook leuk om af en toe eens in je huis te kijken wat overbodig is en weg kan.

Wat een gepuzzel

imageIn de zaterdagkrant voor de kerst stond de puzzel van Dr. Denker weer in het Dagblad van het Noorden. Elk jaar tijdens de kerstdagen laat de dokter de hersenen van duizenden mensen kraken. Als je de veertig cryptische rebussen hebt opgelost, vormen alle woorden onder elkaar een slagzin. Ik had me er nog nooit aan gewaagd, maar toen ik een paar plaatjes had ontcijferd kreeg ik de smaak opeens te pakken. Uiteindelijk wisten we vijftien antwoorden te vinden; dat leverde te weinig letters op voor de slagzin, maar ik kijk nu al uit naar de krant van aankomende zaterdag waar alle antwoorden in staan (en ze ook uitgelegd worden).

Een andere puzzel is de roman waar ik anderhalf jaar geleden mee ben begonnen. Een mysterieus verhaal over vijf oud-klasgenoten en een geheim. Vanmiddag las ik de twintig pagina’s die ik in de zomer van 2016 heb geschreven nog eens door. Ik werd zelf nieuwsgierig naar het vervolg van het verhaal en besloot om de draad weer op te pakken. Ik heb er vier pagina’s bij geschreven Ć©n ik heb een aantal dingen in de eerdere pagina’s veranderd omdat ze onlogisch waren. In mijn verhaal spelen de karakters van de mensen die erin voorkomen een grote rol, dus dan is het belangrijk dat er een logica in hun gedrag en uitspraken zit. Geen idee of ik het verhaal nog dit jaar kan afronden, maar het gaat in eerste instantie om het mooie proces van schrijven en het bedenken van een eigen wereld.