Smerig

Vanmorgen was ik al om tien over acht bij de tandarts voor mijn halfjaarlijkse controle. Meestal is dat niet zo spannend; een beetje tandsteen verwijderen, een korte check en ik kan weer naar huis. Maar een jaar geleden raadde mijn tandarts me aan om tijdelijk een lichte tandartsverzekering te nemen. Er moesten twee oude vullingen vervangen worden. De eerste is in mei vervangen en de tweede vandaag.

De oude, witte vullingen waren later aangebracht dan de lelijke, donkergrijze die ik ook heb. Die laatste zijn dus wel beter bestand tegen de eh… tand des tijds.

De tandarts en de mondhygiëniste waren tevreden over mijn gebit. Ik poets goed en gebruik regelmatig een tandenstoker. Niet iedereen is zo zuinig op zijn gebit. Laatst was er een cliënt geweest die vreselijk uit zijn mond stonk én zijn tanden al zes weken niet had gepoetst. De assistente vertelde dat hij die weken op vakantie was geweest en zijn tandenborstel was vergeten. Met alle gevolgen van dien.

Onhandig

Mijn oud-collega W. stak nooit onder stoelen of banken dat hij me soms onhandig vond. “Als je Michel met een schroevendraaier ziet lopen, dan gaat er iets kapot!” In de loop der jaren ben ik iets handiger geworden, maar af en toe haal ik nog steeds rare fratsen uit.

Zoals een spliksplinternieuwe voorband na 3 dagen aan gort rijden bijvoorbeeld. Vorige week gooide ik een bak koffie om, die niet alleen over maar ook van de tafel afdrupte, bovenop een bibliotheekboek van Thomas Verbogt. Dikke druipvlekken langs de pagina’s. Met een schuldgevoel naar de bieb en bekend dat het mijn schuld was dat het boek verminkt was. Het gaf niks, zei de bibliothecaresse; ze was allang blij dat ik het eerlijk vertelde.

Vandaag probeerde ik de screenprotector van mijn vrouw haar telefoon opnieuw te plaatsen, omdat er een luchtbel onder zat. Je raadt het al: na loshalen kreeg ik hem niet meer goed vast, plus een groot aantal bobbels erbij. Zucht, toen maar weer een nieuwe besteld.

Nood breekt wet

Ik probeer mij zoveel mogelijk aan de wet te houden, want ik heb een hekel aan een knagend geweten, dure boetes en wil zeker geen ongehoorzame burger zijn. Zeker wat het nieuws betreft over mailen of Whatsappen in de auto kan ik niet anders concluderen dan dat ik aan de kant van de wet sta. Al hoorde ik laatst dat je je mobiel niet eens mag aanraken als je rijdt, wat ook weer een beetje overdreven is. Snel werd eraan toegevoegd dat je eigenlijk niets mag aanraken in de auto, behalve het stuur dan. Tja…

Het is alweer twee maanden geleden toen ik onderweg naar huis gebeld werd door een vrouw van de thuiszorg. Ik stond al een aantal dagen in de standby-modus en maakte niet eens de afweging van wel of niet opnemen. Ik nam op en reed gelijktijdig naar een weggetje waar ik mijn auto kon stilzetten. Oma had een beroerte gekregen en waarschijnlijk ook een tia. Foute boel. De dame wist te vertellen dat ze naar het ziekenhuis van Winschoten gebracht zou worden, maar dat ze voorlopig nog met haar bezig waren in haar aanleunwoning in Scheemda.

Na dit gesprek startte ik mijn auto en reed richting Scheemda. Vlak voordat ik de snelweg moest oprijden werd ik weer gebeld. Toen dacht ik wel even bij mezelf dat het eigenlijk niet verstandig was om op te nemen, maar nadat de beltoon een paar keer was overgegaan nam ik toch op. Ook al liep ik het risico om een flinke boete te krijgen. De dame van de thuiszorg belde dat oma naar het ziekenhuis in Groningen werd gebracht. Ik kon bij het kruispunt van Zuidbroek gelijk linksaf de snelweg opgaan in plaats van rechtsaf. Natuurlijk had ik eerst mijn auto ergens kunnen parkeren, maar ik vond dat de situatie mijn keuze om mobiel te gaan bellen rechtvaardigde. Het mag duidelijk zijn dat de politie daar anders over had gedacht.

Denk ik nu opeens anders over mensen die in het verkeer met hun telefoon bezig zijn? Eigenlijk niet. Want vaak gaat het om berichtjes schrijven of lezen en dat zijn toch andere handelingen dan spreken. Tijdens het bellen heb ik mijn ogen de hele tijd op de weg kunnen houden en in de meeste gevallen gaat het juist fout doordat mensen hun blik enkele seconden (!) op het kleine schermpje van hun smartphone hebben. En dat kan erg gevaarlijk zijn. 

Ik ga er geen gewoonte van maken. Maar op die zaterdag was het even niet anders. Gelukkig zonder ongelukken.

Expositie Scorsese in Eye Filmmuseum


In de tijd dat ik nog de halve zomer zat te snotteren van de hooikoorts keek ik overdag vaak series en films. We woonden aan het bos en mijn ouders hadden een grote tuin met veel planten en dus ook veel stuifmeel. Als ik binnen zat had ik daar geen last van. Ik had een kleine televisie met ingebouwde DVD-speler gekocht voor op mijn kamer en keek naar Twin Peaks, Tales of the Unexpected en de films van Martin Scorsese. Toevallig komt alles weer samen in 2017: er is na 25 jaar weer een nieuw seizoen van Twin Peaks, ik kocht een boek met spannende verhalen van Roald Dahl die in de Tales serie zijn verfilmd en afgelopen dinsdag bezocht ik met vriend Jan de expositie van de Amerikaanse regisseur in het Eye Filmmuseum.

Gouden palm voor “Taxi driver” in 1976.

De expositie van Scorsese was op dezelfde manier opgezet als die van Stanley Kubrick vijf jaar eerder. Op grote schermen werden filmfragmenten vertoond en in vitrines kon je screenplays, foto’s en storyboards bekijken. De donkere stemmige ruimte is opgedeeld in verschillende gedeeltes waar je veel kunt lezen, zien en horen over de inspiratiebronnen van de man en zijn Siciliaanse afkomst. Het is dan ook geen wonder dat familie, religie en de maffia belangrijke thema’s zijn in zijn films.

Topacteur Robert de Niro heeft in 8 films van Scorsese gespeeld (o.a. “Taxi driver”, “Raging bull” en “Cape fear”). Ook Leonardo diCaprio werkte vaak met hem samen (o.a. “The aviator”, “Gangs of New York” en “The wolf of Wall Street”). Scorsese regiseerde ook muziekfilms, o.a. “The last waltz” (zwanenzang van The Band) en documentaires over George Harrison en Bob Dylan. De regisseur is inmiddels 75 jaar oud en ‘still going strong’. Hij heeft vele prijzen mogen ontvangen voor zijn werk en heeft een organisatie opgericht die zich richt op het behoud van filmklassiekers. Een veelzijdige man en een leuke expositie (nog tot 3 september a.s.).

Schrijven

Ik zeg gekscherend wel eens dat ik eerder kon typen dan schrijven en dat komt vooral omdat ik als kind niet kon wachten om de toetsen met dezelfde snelheid te beroeren als mijn vader. Hij was journalist en had een elektrische schrijfmachine die zoveel lawaai maakte dat je het getik door het hele huis hoorde. Wat het schrijven betreft was hij mijn voorbeeld en daarom ging ik wel eens met hem mee als hij weekenddienst had. Ik zat dan tegenover hem te tikken en maakte mijn eigen boekjes, terwijl hij druk doende was met de maandageditie van de krant. Ik vond het heerlijk om in mijn vrije tijd op een kantoor te zitten, terwijl mijn leeftijdsgenoten zaten te voetballen en te ravotten. Ik was waarschijnlijk een raar kind en misschien ben ik nog steeds een raar mens. Maar wel eentje die van schrijven houdt en dan geeft het niks.

Veel mensen koesteren de wens om een boek te schrijven. Na veel geploeter sturen ze een manuscript naar een uitgever, die het in 99 van de 100 gevallen afwijst. Al dat werk voor niets? Ik vind van niet. Uitgevers kijken vooral naar of iets verkoopbaar is, maar dat zegt niets over de kwaliteit van het werk. Ik heb zelf ook veel gelezen van mensen die niet ‘officieel’ schrijver zijn maar die zeker de moeite van het lezen waard zijn. De echte schrijvers laten zich niet kisten en gaan gewoon door met hun passie; los van de wens om beroemd te worden door een bestseller te schrijven.

Trouwens, er zijn al zoveel boeken; zoveel schrijvers die een dappere poging doen om hun verhaal op papier te zetten. Ieder jaar als ik over de Deventer boekenmarkt loop verwonder ik me over de hoeveelheid boeken die er tentoongespreid zijn. Dit zijn dan alleen nog maar de boeken die goedgekeurd zijn door een uitgever en de berg van afgekeurde manuscripts is vele malen groter.

Iemand die schrijft doet dat vaak omdat hij of zij de behoefte voelt om het hoofd leeg te maken of gedachtes te ordenen. Schrijven is schrappen, hard werken aan zinsopbouw en je afvragen of je boodschap wel overkomt.

Mijn eigen woorden gedrukt zien op papier (of op een beeldscherm) blijf ik nog steeds magisch mooi vinden. Voor iemand die dat niet zo voelt, valt het ook niet uit te leggen. Ik weet wel dat mijn neiging tot mijmeren ook alles met de drang om te schrijven te maken heeft. In het dagelijkse leven ben je vaak zo bezig met werk of andermans verhaal dat je eigen gedachtes soms wat achterop raken. Door te schrijven kun je deze mijmeringen toch een plekje geven.