Nood breekt wet

Ik probeer mij zoveel mogelijk aan de wet te houden, want ik heb een hekel aan een knagend geweten, dure boetes en wil zeker geen ongehoorzame burger zijn. Zeker wat het nieuws betreft over mailen of Whatsappen in de auto kan ik niet anders concluderen dan dat ik aan de kant van de wet sta. Al hoorde ik laatst dat je je mobiel niet eens mag aanraken als je rijdt, wat ook weer een beetje overdreven is. Snel werd eraan toegevoegd dat je eigenlijk niets mag aanraken in de auto, behalve het stuur dan. Tja…

Het is alweer twee maanden geleden toen ik onderweg naar huis gebeld werd door een vrouw van de thuiszorg. Ik stond al een aantal dagen in de standby-modus en maakte niet eens de afweging van wel of niet opnemen. Ik nam op en reed gelijktijdig naar een weggetje waar ik mijn auto kon stilzetten. Oma had een beroerte gekregen en waarschijnlijk ook een tia. Foute boel. De dame wist te vertellen dat ze naar het ziekenhuis van Winschoten gebracht zou worden, maar dat ze voorlopig nog met haar bezig waren in haar aanleunwoning in Scheemda.

Na dit gesprek startte ik mijn auto en reed richting Scheemda. Vlak voordat ik de snelweg moest oprijden werd ik weer gebeld. Toen dacht ik wel even bij mezelf dat het eigenlijk niet verstandig was om op te nemen, maar nadat de beltoon een paar keer was overgegaan nam ik toch op. Ook al liep ik het risico om een flinke boete te krijgen. De dame van de thuiszorg belde dat oma naar het ziekenhuis in Groningen werd gebracht. Ik kon bij het kruispunt van Zuidbroek gelijk linksaf de snelweg opgaan in plaats van rechtsaf. Natuurlijk had ik eerst mijn auto ergens kunnen parkeren, maar ik vond dat de situatie mijn keuze om mobiel te gaan bellen rechtvaardigde. Het mag duidelijk zijn dat de politie daar anders over had gedacht.

Denk ik nu opeens anders over mensen die in het verkeer met hun telefoon bezig zijn? Eigenlijk niet. Want vaak gaat het om berichtjes schrijven of lezen en dat zijn toch andere handelingen dan spreken. Tijdens het bellen heb ik mijn ogen de hele tijd op de weg kunnen houden en in de meeste gevallen gaat het juist fout doordat mensen hun blik enkele seconden (!) op het kleine schermpje van hun smartphone hebben. En dat kan erg gevaarlijk zijn. 

Ik ga er geen gewoonte van maken. Maar op die zaterdag was het even niet anders. Gelukkig zonder ongelukken.

De lege woning

Pa in oma’s woning (2009)

Voordat de huismeester er was voor de eindinspectie van oma haar aanleunwoning, overdacht ik de afgelopen acht jaar dat ze er heeft gewoond. In eerste instantie was het een behoorlijke klus voor mij en mijn vader om alle behang van de muren te verwijderen en de vloerbedekking los te halen (foto boven). Maar na een paar weken klussen kon oma haar intrek nemen. Ze was blij en verdrietig tegelijk. Blij omdat ze tevreden was met haar nieuwe stekje en verdrietig omdat ze dit niet meer met haar dochter kon delen.

Oma in 2013

Elke zondag kwam ik bij haar eten. Eerst alleen, later met mijn vrouw. Oma ging dan niet voor het gemak. De ene keer had ze rollade, de andere keer kip. Maar altijd twee soorten groenten, aardappels, appelmoes en een toetje na. Half werk bestond voor haar niet en ik zag dat het haar steeds meer moeite kostte. Ik stelde voor om in het vervolg ‘gewoon op de koffie’ te komen.

Begin 2016 ging ze door gladheid onderuit en brak ze haar schouder en bovenarm. Na een operatie en een opname in de korte dagopvang van het verpleeghuis mocht ze weer naar haar aanleunwoning. Daar kreeg ze wat meer hulp dan voorheen. Oma was eigenwijs en wilde geen polonaise aan haar lijf. Ze wees de revalidatie voor haar schouder van de hand en wilde geen zwachtels of steunkousen dragen.

Wekelijks deden wij boodschappen voor haar, onderhielden haar tuintje en hielden haar gezelschap. Eén keer in de week kwam er een dame om haar in de huishouding te helpen, voor de rest deed ze nog zoveel mogelijk zelf. Een aantal maanden geleden begonnen haar benen en voeten dikker te worden en de dokter trok de conclusie dat dit door haar falende hart kwam. In eerste instantie dacht ik dat het wel mee zou vallen, want ze had altijd al last van vochtproblemen en slikte al een tijdje plaspillen. Maar toen we haar een paar keer lamlendig hadden aangetroffen, bleek dat er geen weg terug was. Op 8 juni hebben we nog wat eten voor haar gemaakt, maar ze kon het allemaal niet meer binnen houden. De dagen erna waren ondraaglijk voor haar. Geen energie en loodzware benen. Gelukkig heeft het niet te lang geduurd.

De sleutels zijn ingeleverd en er is weer een fase afgesloten.

De lege woning (nu)

Ouderen en eenzaamheid

Ongeveer een week na het overlijden van mijn oma begonnen we met het uitzoeken van haar spullen in haar aanleunwoning. Uiteindelijk houden we maar drie kastjes en kan de rest naar een opkoper of naar de kringloopwinkel. Een paar plantjes die oma van ons op moederdag heeft gekregen staan nu in onze woonkamer en binnenkort poten we de pioenroos uit haar voortuin over in onze tuin. Ik had haar administratie al jaren in beheer en ze had zelf de meeste overbodige paperassen al opgeruimd.

Ik had de huur van de woning laatst opgezegd en vanmorgen kwam de woonconsulent langs voor een eerste inspectie. De woning zag er volgens hem al keurig uit, al moeten alle meubels er nog uit en wacht ons nog een leuk klusje wat het verwijderen van de vloerbedekking betreft. Het keuringsrapport was een stuk saaier dan die hij vorige week van een andere woning moest maken. De overleden bewoonster had jarenlang flink gerookt en daardoor waren alle muren en plafonds geel van de aanslag. Zelfs de deuren waren onherstelbaar beschadigd door al het gerook en de eindafrekening kwam daardoor op maar liefst 12.000 euro! Zo wordt het maar weer eens duidelijk dat het altijd belangrijk is om je woning goed schoon te houden en daar ook als (klein)kind op toe te zien. Want zo’n hoog bedrag is natuurlijk geen fijne verrassing nadat je de erfenis al zuiver hebt aanvaard.

Maar wat als er geen (klein)kinderen meer langskomen? De woonconsulent vertelde dat eenzaamheid eigenlijk het grootste probleem is waar de oudjes mee kampen. Sommige mensen presteren het om maar 1 keer per jaar bij hun (groot)ouder op bezoek te gaan, altijd met hetzelfde smoesje dat ze het zo ‘druk’ hebben. Wij gingen slechts anderhalf uur per week bij oma op visite, maar ze keek daar de hele week naar uit. Dat sommige mensen dát niet eens over hebben voor hun (groot)ouder gaat er bij mij niet in. Na het overlijden zullen ze vast overvallen worden door een schuldgevoel, maar dan is het te laat. Wat dat betreft zijn er veel ouderen die afgeserveerd worden als ze ‘niets meer opleveren’. Zolang de kleinkinderen gedumpt kunnen worden dan is het prima, maar als dat niet meer gaat dan hebben mensen het opeens te druk om nog langs te komen. Ook in zo’n geval betekent ‘geen tijd’ eigenlijk ‘geen prioriteit’. Maar vaak is het bezoeken van een oudere een kwestie van ‘een kleine moeite, veel plezier’!

Oma in 2014

Afscheid

Het was maandagmorgen om half zes toen een broeder uit het ziekenhuis belde met de melding dat oma was ingeslapen. Een kleine twee uur later waren we in het ziekenhuis om haar spullen op te halen en daarna kon het regelen beginnen. We ontvingen de man van de uitvaartvereniging in de aanleunwoning van oma en spraken alles door. Het meest opvallende was dat oma geen plechtigheid wou. Ze had niet veel contact meer met andere mensen; feitelijk waren mijn vrouw en ik de enigen die nog op bezoek kwamen. Toch kwamen er nog dertien mensen opdagen, die ik had uitgenodigd om afscheid te nemen op de plek waar ze was opgebaard.

Toen iedereen weer naar huis ging, bleven wij en mijn oom en tante achter om de kist te sluiten en haar naar de rouwauto te begeleiden. Daarna werd ze naar het crematorium gereden.

Hoe verdrietig het ook is om oma te moeten verliezen, het voornaamste is dat ze geen lijdensweg heeft gehad. Ze was altijd bang om als een kasplantje te moeten eindigen, die met allerlei slangetjes in het lichaam in leven gehouden wordt. Wie wil dat eigenlijk wel? Zij is rustig ingeslapen op een mooie leeftijd. Van mij had ze gerust honderd mogen worden, in goede gezondheid, maar zelf had ze daar geen zin meer in. Het is goed zo.

Bij de foto:
Op onze tafel staat het bloemstukje dat we haar hebben gegeven voor Moederdag.

image

Negenentachtig

Ze sleepte zich door de kamer met haar loodzware benen. Geen gevoel meer in de rechterarm. Een scheve mond. Reden genoeg voor de thuiszorg om de ambulance te bellen. En mij.
Zaterdagmorgen werd ze naar het ziekenhuis gebracht en toen ze binnengereden werd brak ik even. Wat zag oma er uitgeleefd uit. Ze was de afgelopen week erg achteruit gegaan. Nu lag ze op een brancard en werd ze naar de spoedeisende hulp gebracht. Daar kwam de harde conclusie na een aantal onderzoeken: niks meer aan te doen.

Op zo’n moment gaat er van alles door je heen, maar niet: oma gaat weer terug naar huis. Want dat zou mensonterend zijn. Toch had het ziekenhuis haar het liefst diezelfde dag linea recta terug willen sturen, omdat ze stervende was. En mensen die sterven horen eigenlijk niet in het ziekenhuis.
Er werden twee opties genoemd: het hospice én extra zorg in haar aanleunwoning. Dat eerste was een probleem; na wat heen-en-weer gebel bleek daar geen plek te zijn en het tweede was wel mogelijk, maar wat mij betreft onnodig. Toen oma niet meer aanspreekbaar was en steeds in een diepere slaap viel zei ik tegen een verpleegster: “Zij is stervende. Tegen de tijd dat er een speciaal bed en palliatieve zorg geregeld is, zal het waarschijnlijk niet meer nodig zijn.” Na 6 uur wachten in het observatorium werd ze eindelijk opgenomen. Oma was voor het laatst wakker toen de dames haar van het brancard op bed schoven. Zuur dat een stervende vrouw van 89 zo lang op een brancard heeft moeten liggen.

Oma in 1967

In het begin van de middag sprak ze af en toe nog met me. Hoe gaat het oma? “Goed!” zei ze. Ze vertelde nog wat over opa en over het feit dat ze zo graag TV keek. Halverwege de middag viel ze steeds vaker in slaap en als ze wakker werd zag ze mij naast zich zitten. Met een licht verwarde doch rustige blik ging ze vervolgens verder slapen.

Ik bleef de hele middag bij oma, niet alleen als aanspreekpunt voor de doktoren en verzorgers, maar ook om haar niet alleen te laten. Om nog even bij haar te kunnen zijn. Eenmaal op haar kamer nam ik geen afscheid meer van haar. Ze lag lekker te slapen. Met nog één laatste blik verliet ik de kamer en ging weer naar huis. Ze overleed gistermorgen.