Expo “Gelukkig gezond”

In onze provinciehoofdstad is altijd wel iets leuks te doen. We gingen zaterdag naar het Universiteitsmuseum in Groningen om de expositie “Gelukkig gezond” te zien. Hier werd duidelijk dat de mens al eeuwen bezig is om grip te krijgen op de werking van het lichaam en gezondheid. Tot mijn verbazing werden er in vroegere tijden best veel mensen ouder dan honderd jaar. Maar door de vele babysterftes viel de gemiddelde levensverwachting lager uit.

Al in de Middeleeuwen dachten ze dat een goede gezondheid te bereiken is door matig te eten, voldoende te bewegen, een goede nachtrust en weinig stress te hebben. Als je je daaraan houdt kun je alleen door pure pech nog ziek worden.

Naast informatie over de kleur van urine, de lust van het ontlasten en het effect van de verbeterde hygiëne viel er ook wat te lezen over de verschillen in opvattingen tussen vroeger en nu. We proberen nu geen ziektes meer te verhelpen door aderlatingen te doen. Thee wordt niet meer gezien als ongezond. De paus geeft nu geen goedkeuring meer voor cocaïne in wijn (zie illustratie).

Na 1800 waren laboratoria en ziekenhuizen in opkomst en ging de nadruk meer op genezing liggen, in plaats van preventie. In onze tijd is dat gelukkig weer een beetje aan het omdraaien. Want voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Al is het volgens mij nog steeds onmogelijk om met een maximale zekerheid 100 procent gezondheid te kunnen bereiken. Je moet ook een beetje geluk hebben en daarnaast je best maar proberen te doen om geen vervelende welvaartsziekte te krijgen.

Na de “Gelukkig gezond” expositie kwamen we in de nagemaakte spreekkamer van Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts. Als laatste zagen we zaken uit het voormalig anatomische museum. Embryo’s en baby’s op sterk water en diverse skeletten. Een interessant middagje!

Appelscha

Gisteren was het prachtig weer en het leek ons leuk om even weer een bezoekje te brengen aan Appelscha. Deze plaats ligt vlakbij de grens van Friesland en Drenthe.

Op de boerenstreekmarkt is er voor elk wat wils. Ik kocht twee boeken voor 1 euro 50.

Via een wandelpad door het bos kom je langs deze zandvlakte.

Veel paddestoelen gezien… We hebben zelf ook paddo’s in onze voortuin.

We zijn al wel eens verdwaald bij het volgen van een route. Volg de blauwe paaltjes, en dan houden de paaltjes opeens op. Maar op de verharde weg hadden ze volgnummers geplaatst, best handig.

Je ziet ze steeds vaker, ook hier in Borgerswold heb je een zogenaamd ‘boomkroonpad’. Ik heb geen hoogtevrees, maar sta niet te trappelen om hieraan deel te nemen. 😉

Hier koffie met gebak en achter in de zaak bleek een nostaligisch kookmuseum te zitten.

Een ouderwets kookstel met oven.

Gelukkig hoeven we tegenwoordig niet meer met de hand te wassen…

Ouderwetse verpakkingen, ik blijf het mooi vinden.

Twee koffiemolens en een ouderwetse telefoon.

Het kleinste huisje van Kampen

Het ‘kleinste huisje in Kampen’ is al sinds jaar en dag een bezienswaardigheid. Het huisje is slechts 1,4 meter breed en 4,5 meter diep. Het is vermoedelijk in de zeventiende eeuw gebouwd. Ondanks de beperkte ruimte heeft het huisje al eens onderdak geboden aan een gezin met vijf kinderen. Reden genoeg om het huisje te bezoeken.

We werden verwelkomd door de 80-jarige mevrouw Knul. Dankzij haar heeft het huisje, dat al enige tijd leegstond, weer een bestemming gevonden. Nadat het huisje onbewoonbaar was verklaard, voelde zij zich geroepen om het in stand te houden. In 1990 klopte ze bij Stichting Stadsherstel aan om het te laten opknappen. Twee jaar later is het huisje gerestaureerd en kreeg mevrouw Knul toestemming om het huisje in te richten als museum. Er zijn vele spullen uit grootmoeders tijd te vinden. We keken onze ogen uit. Niet alleen vanwege de vele ouderwetse spullen, maar ook gezien de beperkte ruimte. Ooit hebben hier zeven mensen gewoond.
In september vorig jaar kreeg mevrouw Knul een zilveren legpenning uitgereikt, als waardering voor haar goede werk en inzet.
Mevrouw Knul vindt het jammer dat ze nog geen opvolger heeft kunnen vinden. Ze is bang dat het huisje én de kostbare inhoud alsnog tot verval komen.
Dingen gaan voorbij. Mooie verhalen niet. Die gaan van generatie naar generatie. Het is te hopen dat er nog een opvolger komt voor het beheer van het kleinste huisje van Kampen. We gaven mevrouw Knul een kleine donatie en een bloemetje, dat nu in het huisje staat.

Bij The Read Shop in Kampen kunt u een bezoekje aan het huisje regelen. Daar wordt mevrouw Knul gebeld, zij woont vlakbij.

(geschreven in 2015)

Grafisch museum

Een wonder dat ik er nog nooit was geweest: het grafische museum in Groningen. Gistermiddag toch maar eens een kijkje genomen. Dit jaar zit ik 25 jaar in het (grafische) vak en daarom extra leuk om even in de historie van de drukkerswereld te duiken.

Zo begon het allemaal. Uit de losse pols. Geen drukpers nodig. Monnikenwerk.

Een handpers voor het simpele werk.

Bijzonder fraaie pers voor grotere formaten.

Een zetraam met cliché (in het midden), dat op zijn plek wordt gehouden door de metalen stukken opvulwit. Doordat het cliché hoger ligt dan het wit komt hier alleen inkt op en met een tegendruk wordt het beeld zo overgezet op papier.

Een zetkast met letterbakken. Je kunt je het nu niet meer voorstellen, maar ooit werden alle gedrukte teksten letter voor letter gezet.

Een letterbak. Je komt ze nog wel eens tegen op rommelmarkten. Iedere letter heeft zijn eigen vakje.

Oud drukwerk.

Met deze machine werd het mogelijk om complete regels te zetten. Een hele verbetering!

Geen losse letters meer, maar complete regels.

Genoeg te zien voor de liefhebber. Maar het Drukkerijmuseum in Meppel is ook een aanrader. Daar is ook aandacht voor modernere technieken, zoals grafische film, offsetdruk en DTP (Desk Top Publishing – het opmaken van documenten voor drukwerk per computer).

Expositie Scorsese in Eye Filmmuseum


In de tijd dat ik nog de halve zomer zat te snotteren van de hooikoorts keek ik overdag vaak series en films. We woonden aan het bos en mijn ouders hadden een grote tuin met veel planten en dus ook veel stuifmeel. Als ik binnen zat had ik daar geen last van. Ik had een kleine televisie met ingebouwde DVD-speler gekocht voor op mijn kamer en keek naar Twin Peaks, Tales of the Unexpected en de films van Martin Scorsese. Toevallig komt alles weer samen in 2017: er is na 25 jaar weer een nieuw seizoen van Twin Peaks, ik kocht een boek met spannende verhalen van Roald Dahl die in de Tales serie zijn verfilmd en afgelopen dinsdag bezocht ik met vriend Jan de expositie van de Amerikaanse regisseur in het Eye Filmmuseum.

Gouden palm voor “Taxi driver” in 1976.

De expositie van Scorsese was op dezelfde manier opgezet als die van Stanley Kubrick vijf jaar eerder. Op grote schermen werden filmfragmenten vertoond en in vitrines kon je screenplays, foto’s en storyboards bekijken. De donkere stemmige ruimte is opgedeeld in verschillende gedeeltes waar je veel kunt lezen, zien en horen over de inspiratiebronnen van de man en zijn Siciliaanse afkomst. Het is dan ook geen wonder dat familie, religie en de maffia belangrijke thema’s zijn in zijn films.

Topacteur Robert de Niro heeft in 8 films van Scorsese gespeeld (o.a. “Taxi driver”, “Raging bull” en “Cape fear”). Ook Leonardo diCaprio werkte vaak met hem samen (o.a. “The aviator”, “Gangs of New York” en “The wolf of Wall Street”). Scorsese regiseerde ook muziekfilms, o.a. “The last waltz” (zwanenzang van The Band) en documentaires over George Harrison en Bob Dylan. De regisseur is inmiddels 75 jaar oud en ‘still going strong’. Hij heeft vele prijzen mogen ontvangen voor zijn werk en heeft een organisatie opgericht die zich richt op het behoud van filmklassiekers. Een veelzijdige man en een leuke expositie (nog tot 3 september a.s.).