Spring naar inhoud

8

Ik probeer mij zoveel mogelijk aan de wet te houden, want ik heb een hekel aan een knagend geweten, dure boetes en wil zeker geen ongehoorzame burger zijn. Zeker wat het nieuws betreft over mailen of Whatsappen in de auto kan ik niet anders concluderen dan dat ik aan de kant van de wet sta. Al hoorde ik laatst dat je je mobiel niet eens mag aanraken als je rijdt, wat ook weer een beetje overdreven is. Snel werd eraan toegevoegd dat je eigenlijk niets mag aanraken in de auto, behalve het stuur dan. Tja...

Het is alweer twee maanden geleden toen ik onderweg naar huis gebeld werd door een vrouw van de thuiszorg. Ik stond al een aantal dagen in de standby-modus en maakte niet eens de afweging van wel of niet opnemen. Ik nam op en reed gelijktijdig naar een weggetje waar ik mijn auto kon stilzetten. Oma had een beroerte gekregen en waarschijnlijk ook een tia. Foute boel. De dame wist te vertellen dat ze naar het ziekenhuis van Winschoten gebracht zou worden, maar dat ze voorlopig nog met haar bezig waren in haar aanleunwoning in Scheemda.

Na dit gesprek startte ik mijn auto en reed richting Scheemda. Vlak voordat ik de snelweg moest oprijden werd ik weer gebeld. Toen dacht ik wel even bij mezelf dat het eigenlijk niet verstandig was om op te nemen, maar nadat de beltoon een paar keer was overgegaan nam ik toch op. Ook al liep ik het risico om een flinke boete te krijgen. De dame van de thuiszorg belde dat oma naar het ziekenhuis in Groningen werd gebracht. Ik kon bij het kruispunt van Zuidbroek gelijk linksaf de snelweg opgaan in plaats van rechtsaf. Natuurlijk had ik eerst mijn auto ergens kunnen parkeren, maar ik vond dat de situatie mijn keuze om mobiel te gaan bellen rechtvaardigde. Het mag duidelijk zijn dat de politie daar anders over had gedacht.

Denk ik nu opeens anders over mensen die in het verkeer met hun telefoon bezig zijn? Eigenlijk niet. Want vaak gaat het om berichtjes schrijven of lezen en dat zijn toch andere handelingen dan spreken. Tijdens het bellen heb ik mijn ogen de hele tijd op de weg kunnen houden en in de meeste gevallen gaat het juist fout doordat mensen hun blik enkele seconden (!) op het kleine schermpje van hun smartphone hebben. En dat kan erg gevaarlijk zijn. 

Ik ga er geen gewoonte van maken. Maar op die zaterdag was het even niet anders. Gelukkig zonder ongelukken.

3


In de tijd dat ik nog de halve zomer zat te snotteren van de hooikoorts keek ik overdag vaak series en films. We woonden aan het bos en mijn ouders hadden een grote tuin met veel planten en dus ook veel stuifmeel. Als ik binnen zat had ik daar geen last van. Ik had een kleine televisie met ingebouwde DVD-speler gekocht voor op mijn kamer en keek naar Twin Peaks, Tales of the Unexpected en de films van Martin Scorsese. Toevallig komt alles weer samen in 2017: er is na 25 jaar weer een nieuw seizoen van Twin Peaks, ik kocht een boek met spannende verhalen van Roald Dahl die in de Tales serie zijn verfilmd en afgelopen dinsdag bezocht ik met vriend Jan de expositie van de Amerikaanse regisseur in het Eye Filmmuseum.

Gouden palm voor "Taxi driver" in 1976.
De expositie van Scorsese was op dezelfde manier opgezet als die van Stanley Kubrick vijf jaar eerder. Op grote schermen werden filmfragmenten vertoond en in vitrines kon je screenplays, foto's en storyboards bekijken. De donkere stemmige ruimte is opgedeeld in verschillende gedeeltes waar je veel kunt lezen, zien en horen over de inspiratiebronnen van de man en zijn Siciliaanse afkomst. Het is dan ook geen wonder dat familie, religie en de maffia belangrijke thema's zijn in zijn films.

Topacteur Robert de Niro heeft in 8 films van Scorsese gespeeld (o.a. "Taxi driver", "Raging bull" en "Cape fear"). Ook Leonardo diCaprio werkte vaak met hem samen (o.a. "The aviator", "Gangs of New York" en "The wolf of Wall Street"). Scorsese regiseerde ook muziekfilms, o.a. "The last waltz" (zwanenzang van The Band) en documentaires over George Harrison en Bob Dylan. De regisseur is inmiddels 75 jaar oud en 'still going strong'. Hij heeft vele prijzen mogen ontvangen voor zijn werk en heeft een organisatie opgericht die zich richt op het behoud van filmklassiekers. Een veelzijdige man en een leuke expositie (nog tot 3 september a.s.).

7

Ik zeg gekscherend wel eens dat ik eerder kon typen dan schrijven en dat komt vooral omdat ik als kind niet kon wachten om de toetsen met dezelfde snelheid te beroeren als mijn vader. Hij was journalist en had een elektrische schrijfmachine die zoveel lawaai maakte dat je het getik door het hele huis hoorde. Wat het schrijven betreft was hij mijn voorbeeld en daarom ging ik wel eens met hem mee als hij weekenddienst had. Ik zat dan tegenover hem te tikken en maakte mijn eigen boekjes, terwijl hij druk doende was met de maandageditie van de krant. Ik vond het heerlijk om in mijn vrije tijd op een kantoor te zitten, terwijl mijn leeftijdsgenoten zaten te voetballen en te ravotten. Ik was waarschijnlijk een raar kind en misschien ben ik nog steeds een raar mens. Maar wel eentje die van schrijven houdt en dan geeft het niks.

Veel mensen koesteren de wens om een boek te schrijven. Na veel geploeter sturen ze een manuscript naar een uitgever, die het in 99 van de 100 gevallen afwijst. Al dat werk voor niets? Ik vind van niet. Uitgevers kijken vooral naar of iets verkoopbaar is, maar dat zegt niets over de kwaliteit van het werk. Ik heb zelf ook veel gelezen van mensen die niet ‘officieel’ schrijver zijn maar die zeker de moeite van het lezen waard zijn. De echte schrijvers laten zich niet kisten en gaan gewoon door met hun passie; los van de wens om beroemd te worden door een bestseller te schrijven.

Trouwens, er zijn al zoveel boeken; zoveel schrijvers die een dappere poging doen om hun verhaal op papier te zetten. Ieder jaar als ik over de Deventer boekenmarkt loop verwonder ik me over de hoeveelheid boeken die er tentoongespreid zijn. Dit zijn dan alleen nog maar de boeken die goedgekeurd zijn door een uitgever en de berg van afgekeurde manuscripts is vele malen groter.

Iemand die schrijft doet dat vaak omdat hij of zij de behoefte voelt om het hoofd leeg te maken of gedachtes te ordenen. Schrijven is schrappen, hard werken aan zinsopbouw en je afvragen of je boodschap wel overkomt.

Mijn eigen woorden gedrukt zien op papier (of op een beeldscherm) blijf ik nog steeds magisch mooi vinden. Voor iemand die dat niet zo voelt, valt het ook niet uit te leggen. Ik weet wel dat mijn neiging tot mijmeren ook alles met de drang om te schrijven te maken heeft. In het dagelijkse leven ben je vaak zo bezig met werk of andermans verhaal dat je eigen gedachtes soms wat achterop raken. Door te schrijven kun je deze mijmeringen toch een plekje geven.

5

Een jaar of anderhalf geleden sprak ik met een man uit een dorp in Zuid-Holland. Hij vertelde over de verschillen tussen een dorp en een stad en wist te vertellen dat er in zijn dorp 'slechts' 40.000 inwoners wonen. Ik moest even lachen, want Veendam heeft er amper 28.000 en dat noemen we hier een stad. Zo is het wel grappig dat groottes en aantallen relatieve begrippen zijn. Vooral omdat Veendam voor mij een grote plaats is, aangezien ik ben opgegroeid in een klein dorpje met maar 1600 inwoners.

Westerlee, vlakbij ("Slag bij") Heiligerlee is een half uurtje fietsen vanaf Veendam. Ik had vorige week in mijn oude woonplaats een werkbespreking en het leek me prima om dit te combineren met een wandeling door de natuur. Het voelde goed om daar even weer terug te zijn. Ik heb dagelijks tien jaar lang over de lange weg door het veld gefietst, eerst naar school en later naar mijn werk. Ik wandelde vaak door het bos (waar wij ook aan woonden) en genoot van de rust en de vele dieren. Een fijne plek om op te groeien. En om even weer naar terug te keren. Ik kom er niet meer vaak, ondanks dat het eigenlijk vlakbij is. 

De herinneringen blijven. Aan mijn ouders en grootouders die allemaal al zijn overleden. Ik ben er nog en hun herinneringen zitten in mijn hoofd. Maar even dacht ik weer aan die oude foto die ik laatst in een album tegenkwam, van pa, ma, ik, opa en oma. Meer dan dertig jaar geleden. Op dezelfde plek stond ik even stil. Hier werd de foto genomen. Zo beleef je zo'n moment weer opnieuw...

5

Door de zogenaamd vooruitstrevende technologie kan tegenwoordig alles in cijfers uitgedrukt worden en dat levert heel veel kromme informatie op. Zo hoor je in de media vaak dat er allerlei cijfers gedaald of gestegen zijn (koopkracht, werkeloosheid, huizenverkoop) maar dat zijn over het algemeen gemiddelden. Maar als je buurman loonsverhoging krijgt en jij niet, is de koopkracht gemiddeld dus gestegen zonder dat jij daar profijt van hebt. Zo kan het best zijn dat als je leest dat de werkloosheid ergens is gedaald, dat dit komt doordat er mensen zijn overleden, verhuisd of dat hun maximale WW-periode is afgelopen.

Cijfers en gemiddelden zeggen niets over het welzijn van mensen. Zo maak je mij niet wijs dat er iemand is gebaat bij zoveel werkdruk in de zorg; daar draait het alleen maar om cijfers en geld en niet meer om mensen. Toen ik oma's ongebruikte medicijnen (ter waarde van duizenden euro's) bij de apotheek inleverde, kreeg ik te horen dat deze allemaal vernietigd worden. Geldverspilling van de ergste soort. Vooral als je nagaat dat er ergens iemand een toilet in 90 seconden moet schoonmaken, omdat een computer heeft uitgerekend dat dit kostendekkend is.

Waarom moest mijn oma 6 uur op een brancard liggen en wilden ze haar liever niet in het ziekenhuis opnemen? Niet alleen om de kosten, maar ook omdat het ziekenhuis het sterftecijfer zo laag mogelijk wil houden.

Pakweg twintig jaar geleden was het doodnormaal als iemand van 55 jaar met de VUT ging. Nu lees ik dat mensen in die categorie, 'ouderen', de maatschappij geld kosten omdat ze niet aan het werk zijn. Alsof die mensen daar zelf voor hebben gekozen. Door alle automatisering zijn veel banen overbodig geworden en is het zelfs als 40-plusser al moeilijk om een vaste aanstelling te vinden.

Vrijwilligerswerk doen is een goede zaak, behalve als het gaat om werk wat eerder gedaan werd door een betaalde kracht. Triest is het verhaal van 3 mensen die ontslag kregen bij PostNL in het sorteercentrum in Kolham en hun banen vervolgens overgenomen zagen worden door bijstandgerechtigden. 1 van hen solliciteerde op dezelfde baan die hij op dat moment GRATIS deed en werd afgewezen. Als reden werd gegeven dat hij niet in aanmerking kwam voor een baan omdat hij eerst het bijstandstraject moet afwerken.

Het is een kromme wereld als er met de vingers naar de mensen wordt gewezen. Mensen willen best werken, maar op het moment dat betaald werk verdwijnt dan wordt het hoognodig tijd voor een basisinkomen. Want als de grootste categorie van de mensen zonder werk (en geld) zit dan valt er namelijk niets meer uit te rekenen.