Hier in Veendam

Ik woon alweer tien jaar in Veendam. En dat bevalt nog steeds erg goed. Veendam heeft geen stadsrechten dus is formeel een dorp. Maar het is de op 2 na grootste plaats van onze provincie (Stadskanaal op nummer 2 en de stad Groningen op 1). Door de combinatie groen met veel vijvers wordt Veendam de Parkstad genoemd.

Vanmiddag vanaf de Nassaustraat (1)
Vanaf de Nassaustraat (2)

Bocht Oosterdiep (1)

Bocht Oosterdiep (2) bij de haven

Kapiteinspark
Mooi bankje bij het Veenkoloniaal MuseumMoi!

Ernst

Jaren geleden signeerde Ernst Jansz op de Mega Platen en CD beurs in Utrecht en een paar uur daarna zag ik hem tussen wat antieke spulletjes snuisteren. Het eerste wat in me opkwam was om hem aan te spreken en te vertellen dat ik hem als muzikant bewonder. Maar iets hield me tegen. Want ik besefte me dat je, hoe tegenstrijdig het ook mag klinken, door een bekende aan te klampen de aandacht ook op jezelf richt. Dat staat me altijd een beetje tegen als ik een selfie zie van iemand met een beroemd persoon naast zich. Ik liet Ernst in alle rust tussen de oude spulletjes staan en liep weer verder.

Afgelopen vrijdagavond woonden we het optreden van Ernst in de Oosterpoort bij. Hij deed dit om zijn nieuwste boek en album ‘De Neerkant’ te promoten. Boek en CD gaan over de tijd vóórdat hij in ‘dat bekende bandje’ speelde. Begin jaren zeventig woonde hij in een commune in een grote boerderij in Brabant. Met zijn vrienden vormde hij de band CCC Inc. en ze maakten bijna dag en nacht muziek. De hippies deelden alles samen en ze leefden van het geld dat er met optreden verdiend werd. Ze waren redelijk succesvol en speelden op diverse festivals, zoals Lowlands en Pinkpop.

Ernst deelde zijn herinneringen met ons. Achter hem stond een scherm waarop hij oude foto’s vertoonde. Met drie virtuoze muzikanten speelde hij liedjes van toen en nu. Belle Hélène kwam voorbij, in een speciale ingetogen versie. Hij speelde ook een paar vertaalde CCC-nummers. Het instrumentarium van viool, gitaar, slidegitaar, ukelele, piano, mondharmonica, bas en banjo zorgde voor een melancholisch kabbelende en Americana-achtige sfeer. Het geluid was perfect. De sfeer intiem. Tussen de nummers door vertelde hij mooie verhalen.

Na het optreden hebben we het boek en het album aangeschaft. Uiteraard laten signeren. Ik wist niet veel zinnigs te zeggen.
ik: ‘We vonden het erg leuk.’
Ernst: ‘Aah, mooi!’
ik: ‘Vond je het zelf ook leuk?’
Ernst: ‘Ja, ik vond het heerlijk!’

In mei wordt hij 70. Je zou het niet zeggen.

20180209_203736

Buitenkraan, plant en klompen

De vorst vraagt om speciale maatregelen. Zoals het afsluiten van de buitenkraan. Dat was me in voorgaande jaren prima gelukt, maar waarom nu dan niet? Het binnenkraantje was naar mijn idee dicht, maar toch bleef het water stromen. Na een voetbad in de berging en vele verspilde liters gemeentepils kwam ik erachter dat de kraan nog een stuk dichter gedraaid kon worden. Met een baco (nee, geen bacardi-cola).

De plant die in onze berging overwintert komt uit Madagaskar. Daar kennen ze geen winters zoals de onze, dus om bevriezing te voorkomen hebben we hem maar binnen gezet. Ik vind het een erg bijzondere plant en hoop dat ie op deze manier de winter overleeft.

Klompen schiet ik altijd aan als ik even naar buiten loop. Om groente- of fruitafval weg te gooien of in de tuin te rommelen. Als kind vond ik het altijd fijn als ik het geluid hoorde van mijn opa’s klompen. Het hoort ook een beetje bij het platteland. De kerels die samen met opa een moestuintje hadden liepen, pruimtabak kauwend en spuwend, ook altijd op klompen. Stukje jeugdsentiment, maar ook erg handig om te hebben.

Scheuveln



De liefhebbers kunnen zich weer uitleven op de schaatsbaan, die op het Museumplein is geïnstalleerd. Update 8 februari: Vandalen hebben het ijs vernield en de baan wordt weer afgebroken voordat iemand er op heeft kunnen schaatsen. 🙁

Ik ben, vanwege zwakke enkels, niet zo’n schaatser. De laatste keer stond ik op ijshockeyschaatsen in Kardinge (Groningen). Na een hoop valpartijen kreeg ik eindelijk de slag te pakken, maar toen was het alweer tijd om naar huis te gaan.

Toen ik een jaar of zeven was ging ik wel eens met een buurmeisje naar de ijsbaan. Die was zo’n 800 meter van ons huis vandaan en daar konden we dus lopend heen. Op een dag was het ijs van mindere kwaliteit en we werden op voorhand gewaarschuwd voor een aantal grote wakken. Omdat ik mezelf al schaatsend niet goed onder controle had, was het dus niet zo vreemd dat ik niet goed bijstuurde en recht in een wak reed. Een paar mannen zagen mij opeens in het water vallen en schoten te hulp. Ze konden me er gelukkig uit trekken. Wel moest ik in mijn natte kleren naar huis lopen. Dan is 800 meter best ver. Mijn moeder zei: “Wat heb jij nou weer gedaan?”

Zakcomputer

20180126_120737.jpg

Toen de meeste mensen er nog niks van wilden weten (’97) had mijn pa er wel eentje: een zakcomputer. Of PDA (Personal Digital Assistant) genaamd. Er zat een adressenboek in, een digitaal notitieblok, volgens mij ook een agenda. Met maar liefst 8 megabyte geheugen. Ik werd er aan herinnerd toen ik een advertentie zag in 1 van de Q-magazines van mijn zwager. Tegenwoordig hebben we bijna allemaal een zakcomputer in de vorm van een smartphone. Die zijn een stuk sneller, kleuriger en kleiner dan die voorgangers. En geen 8 megabyte maar 8 gigabyte. Maar ook veel verslavender. Al heb ik daar niet zoveel last van. Ik laat het ding gemakkelijk een dag met rust. Heb er nauwelijks apps op geïnstalleerd. Geen gepiep, alleen getril. Wel zo fijn.